Suske en Wiske en de Komodovaraan... In het echt!

Trip Start Dec 24, 2012
1
6
7
Trip End Mar 13, 2013


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Indonesia  , East Nusa Tenggara,
Thursday, January 31, 2013

Na een paar dagen Bali-bliss in ons heerlijke resort hebben we de backpacks weer afgestoft en opgebonden. Op naar Flores, drie smaragden verderop in de gordel. We vlogen op Ende, alweer een schitterend staaltje vliegveld-architectuur. Ook hier een 'open' landingsbaan-concept en (dus) een welkomstcomité van kinderen, kippen en geiten. Al ging hier een sirene af bij een inkomend vliegtuig, ten teken dat iedereen het vege lijf naar de zijkanten van de landingsbaan moet begeven. Dat was pure luxe. De aankomst- en vertrekhal, zonder snoeven ongeveer even groot als onze woonkamer, was gloednieuw maar helemaal leeg. De tassen mochten we zelf van de kar plukken. En zo wandelden we tussen de touts door met de tassen op de rug naar ons hotel, op aanbeveling van de Lonely Planet. Dat viel wat tegen. De badkamers stamden uit de jaren '60 en ze waren sindsdien een keer of 5 schoongemaakt zo leek het, en sinds het begin van de 21e eeuw nog niet. De wastafel was van de muur gevallen in de jaren '80 en aan vervanging was men nog niet toegekomen. Aan warm water evenmin. Gadverdamme. Gelukkig was er verderop nog een hotel, al even weinig bekoorlijk om te zien maar wel schoon.
  
We hebben ons daar geïnstalleerd. Het restaurant had een veranda buiten en bij het vallen van de avond zaten we onder het gemoedelijke TL licht op plastic stoelen en met de ellebogen plakkend aan het plastic tafelkleed te genieten van een ijskoude Bintang en -verrassend- de lekkerste saté van heel Indonesië! De volgende dag hebben we de stad verkend. Dat was rond een uur of 10 in de ochtend wel klaar. Er was wel degelijk een 'grootstedelijke' infrastructuur: openbare parken, een bioscoop, een boulevardje met zitjes langs het openbare strand, een grote kinderspeeltuin, een prachtig gelegen café-restaurant met uitzicht op zee en weidse pleinen, verrezen volgens de onontkoombare plaquettes in de jaren '70 en '80. Al dat moois is helaas in de jaren '90 tijdens de crisis in verval geraakt en alles is nu gesloten en/of overwoekerd.
Het leven speelt zich nu volledig af in en rond de haven: een geweldige markt met verse vis, en langs de straten kreukelige vrouwtjes die hun schamele waar van het land (bananen, pepers en betelnoten) aan de man brengen. Heel fotogeniek, en vermakelijk om te zien. Niet voor het eerst waren wij zelf de bezienswaardigheid. Overal hoorden we achter ons 'Bula! Bula!' (letterlijke betekenis: Harige! Harige! Indonesiërs hebben geen haar op hun armen en wij vreemdelingen wel. Grappig dat dat fysieke kenmerk kennelijk het meest in het oog loopt, om zo'n vernoeming te inspireren. Wat zijn wij dan fantasieloos met ons 'blank' en 'zwart'). En veel vrouwen en meisjes konden op Niels' "goedemorgen" (in vlekkeloos Indonesisch) niet anders reageren dan met veel gegiechel. Totdat ze achter die knappe, lange en niet te vergeten harige man de al even harige en blonde "missus" ontwaarden, haha! Mijn Indonesische "goedemorgen" werd overigens vriendelijk terugbegroet.
 
De dag erna gingen we naar Kelimutu- de eigenlijke reden van ons bezoek. Of beter gezegd: de nacht erna. De wekker ging al om 3 uur, want we wilden graag de zonsopgang meemaken. De Kelimutu is een grote krater waarin 3 meren liggen met 3 verschillende kleuren: één turquoise, één chocoladebruin en één zwart. Twee ervan veranderen bovendien van kleur, soms groen, soms oranje, en alles ertussenin. Niet voor niets een plek waar de locals bijzondere magische eigenschappen aan toedichten: men gelooft dat de dode zielen erheen gaan: de ouderen naar het bruine meer, de jonkies naar het blauwe meer en de slechterikken naar het zwarte meer.
Het was inderdaad een magische plek. Vanaf de parkeerplaats was het een kwartiertje lopen naar de top, alwaar een soort trappenpiramide diende als 'tribune' om vandaar af de zonsopgang te zien boven de meren. Er was maar een handjevol mensen. Eén ervan -bless her heart- stond hete koffie te verkopen. En zo zaten we daar, met een koffie in de hand, in het prille ochtendzonnetje te genieten van het uitzicht. Na een poosje waren de andere toeristen vertrokken en hadden we het rijk alleen. Samen met de vogels. Het was zó stil, en zó mooi! Het vroege-opstaan-leed was compleet vergeten.
De rit terug naar beneden was al even mooi. Aan Flores kun je goed zien waarom ze Indonesië de gordel van Smaragd noemen. De bergen en heuvels zijn grillig gevormd en overdekt met de meest groene kleur groen die je je voor kunt stellen. Onderweg zagen we de meest prachtige panorama's van groen (land) en blauw (zee).

De volgende ochtend vertrokken we in alle vroegte naar de hoofdstad van Flores, Lebuan Bajo. Volgens de Lonely Planet is dit deel van Flores de 'next big thing' in het toerisme. We hadden op basis van de ervaringen in Ende geleerd dat we ons daar niet al te veel bij moesten voorstellen. Maar verdomd, de aankomsthal was weliswaar ouder en niet groter dan die in Ende, maar er hingen posters die de locale attracties van Lebuan Bajo adverteerden. Waaronder meerdere restaurants met exotische items als pizza, pasta en bonenkoffie op het menu. Kijk, dat beloofde wat! Eenmaal buiten stapten we een groot bouwterrein op: jawel: een nieuwe luchthaven, 4x zo groot en 2 verdiepingen hoog, is aan het verrijzen. Ambitie, niets mis mee!
Wij verbleven in een resort dat wordt gerund door 2 Nederlandse vrouwen, oorspronkelijk uit Wageningen, maar al 13 jaar in Flores als uitbaatsters van dit resort actief. Heerlijk, ontvangst in je moerstaal en voor het eerst in 3 dagen "echte" koffie. Nog net geen dropjes erbij maar ach. Het was heerlijk toeven aan het zwembad met uitzicht over de haven, ook weer omgord door die machtige groene heuvels en besprenkeld met mini-eilandjes. 
Die eilandjes zouden we de komende 2 dagen van dichterbij gaan bekijken op een 2-daagse boottocht naar Komodo-eiland. Op dit eiland (en het eiland ernaast) komen de (verder uitgestorven) Komodo-varanen voor. Ik weet niet of het eiland naar de varanen is vernoemd of de varanen naar het eiland. Of dat ze allebei naar nummer 153 uit de Suske en Wiske-reeks zijn vernoemd. Een soort mega-hagedissen, ze kunnen wel 3 meter lang worden en ze zijn, Willy Vandersteen wist het al, niet vriendelijk. Ze eten varkens, buffels, kleinere reptielen en zoogdieren maar ook mensen. Enigszins onder de indruk maar niet al te bezorgd meerden we aan bij het eiland voor een korte trekking met een gids in de hoop dat we ze van dichtbij, maar niet te dichtbij, zouden kunnen zien. We waren al gewaarschuwd: aan het begin van het park, vlakbij de keuken van het "dorpje" waar de gidsen verblijven, liggen er altijd een paar. Jaja, dachten wij. Die zullen dan wel hartstikke tam zijn. Of te oud om nog kwaad te kunnen. Soort circusapen. Er lagen er inderdaad vier, rustig te liggen in de zon. Ze leken helemaal niet eng. Totdat onze doorgewinterde gids ons voorging, ons pad op, en met een grote, grote boog om de rustig slapende dieren heenliep. Hmm.. Kort daarna vertelde hij ons over de meest recente incidenten waarbij de beesten mensen hadden aangevallen. Een ervan zelfs een gids. 
Nu waren we toch een pietsie meer op onze hoede! We wilden ze ondanks alle enge verhalen nog steeds dolgraag in het wild (en niet alleen maar bij de kampkeuken) zien. We hadden geluk! We zagen er zelfs twee, en best wel dichtbij. De tweede doorkruiste een riviertje vlak onder onze neus. Zo'n beest in beweging is een indrukwekkend gezicht. Hij was groot en zwaar en log maar heel snel en het was wel duidelijk dat hij niet met zich liet spotten. Er wordt wel van varanen gezegd dat ze de laatste overlevenden zijn uit de tijd van de dinosauriërs. Dat ze hebben kunnen overleven vanwege de afgelegen ligging van de eilanden in combinatie met de geringe menselijke invloed op de eilanden (het land kan maar een paar honderd mensen voeden).  Ze stammen weliswaar niet precies uit de dino-tijd, maar evengoed sta je oog in oog met de oertijd. Heel indrukwekkend!

Na deze enerverende trekking werd het hoog tijd voor wat rust & ontspanning aan boord van onze boot. Ja, onze boot. Van ons. Bij het boeken van de trip hadden we ons laten adviseren dat een "kleine" boot geen goed idee zou zijn, het was immers regenseizoen en het weer kon grillig zijn. Nee, beter dat we op een "grote" boot gingen, die was wat stabieler. Het was hartstikke zonnig, maar... voor het geval dat. Wij vonden dat goed advies. We hadden bovendien die boot helemaal voor onszelf wisten we (laagseizoen!). Vandaar Onze Boot. We hadden de avond ervoor tijdens een etentje aan het water de haven al afgespeurd naar -in onze ogen- grote boten, groot genoeg om te kwalificeren als Onze Boot.
Voelt iedereen hem al aankomen? De ochtend dat we aanmonsterden bleek dat we aan de verkeerde kant van de haven hadden zitten kijken. Onze Boot, de Alba 1, onderscheidde zich van de naastgelegen "kleine" boten in, nouja, niets. Misschien een centimeter of 20 in de breedte. Hij was prachtig hoor, in al zijn eenvoud, begrijp me niet verkeerd... Maar groot, nee. Hij was heel knus, dat is het beste woord ervoor. En we hadden hem helemaal voor onszelf inderdaad! Maar goed ook, zo 'groot' als hij was... de maximale capaciteit was 4 ;-) Dan waren er ook nog 3 man "crew" en een hele grote koelbox aan boord. En, heel attent met het oog op mijn aanwakkerende opgedrongen oploskoffie-verslaving, ongelimiteerd "koffie" en thee. 
Het bootjevaren was heerlijk. Het was prachtig zonnig weer, en met het briesje erbij was het heel aangenaam. Rond lunch werd er aangelegd in een piepklein baaitje met idyllisch wit strand en onder water prachtige koraalriffen. Na een rondje snorkelen konden we aanvallen op een heerlijke, aan boord bereide (in een kombuisje van een halve meter bij 2) lunch. Super!
Het overnachten in onze tobbe was oncomfortabel maar magisch. Gelukkig een rustige nacht, wij hadden de complete sterrenhemel boven ons en we konden in de verte zien dat het boven land regende en onweerde. 
De opkomende zon wekte ons al vroeg en na een klein stukje varen mochten we weer snorkelen ("douchen") bij het fameuze Pink Beach - een strand dat roze kleurt door het rode koraal dat in de zee ervoor ligt. Tijdens deze snorkeltocht zagen we een zeeschildpad. Fantastisch! We zijn een heel eind met hem meegezwommen. Wat een cool beest. We zagen ook nog kleine roggen en koraal en Finding Nemo-visjes in alle kleuren. Prachtig. Volgens mij is dit gebied nog niet zo wereldberoemd als sommige andere gebieden maar het zou wel mogen. Of misschien maar beter van niet ook, eigenlijk. Het ongerepte en stille ervan is onderdeel van de charme. 

Afijn, de dag kabbelde voort met nog meer snorkelen, relaxen aan boord en lekker lunchen. 's Middags terug in het resort, stinkend maar tevreden, waren we dankbaar voor de warme douche en tevreden met het vooruitzicht dat we de volgende dag weer naar Bali zouden vliegen voor de laatste paar dagen Indonesie. Next stop: Australie!

Slideshow Report as Spam

Use this image in your site

Copy and paste this html: