Shangri-la - Chengdu

Trip Start Mar 28, 2012
1
19
24
Trip End Aug 21, 2012


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow
Where I stayed

Flag of China  , Sichuan,
Saturday, July 14, 2012

Ni hao!

Dit verhaal zit boordevol met schitterende foto's. En dit is een selectie mensen, geloof me!

Here we go:

Na de schitterende wandeling in de Tiger Leaping Gorge, bracht een minibusje me naar Shangri-la. Of beter gezegd Zhongdian, maar sinds een tijd wordt er aan deze plaats gerefereerd als Shangri-la. Van dat boek uit 1933, Lost Horizon, van de Brit James Hilton, die dit paradijs op aarde had gevonden in de Kunlun bergen. Een harmonieuze vallei, maar nog nooit bewezen, dus een utopia in de Himalaya. De Chinezen claimen dat deze plaats, gezien de overeenkomst van een paar bergen in het boek en in en rond Zhongdian, daadwerkelijk Shangri-la is. Of het zo is, dat laat ik daar, ik weet wel dat sinds een jaar of 10 toerisme enorm gestegen is in het voorheen door ossen en boertjes gedomineerde Zhongdian. Maar dat is niet meer. Shangri-la is niet een heel speciaal plaatsje, de rit ernaar toe was mooi, maar het "oude centrum" is een soort rip off van dan wel Dali, dan wel Lijiang. Maar het hostel was prima. En gelukkig hebben we met een grote groep (een aantal overblijvers van het Middeleeuws eetfestijn tijdens de wandeling in de Tiger Leaping Gorge) een bijzondere fietstrip gemaakt. De trip leidde ons namelijk naar het Ganden Sumtseling klooster, ook wel bekend als het Little Potala Palace (lijkt inderdaad op de grote broer). Dit klooster is het grootste Tibetaanse Boeddhistenklooster in Yunnan en het belangrijkste klooster van Zuidwest China. Liggend op 3380 meter hoogte. Ja zo hoog zaten we alweer.


Sidenote: hoogteziekte gehad? Niet ziek geweest, maar ik denk toch dat ik aan de hoogte heb moeten wennen. Ik ben geleidelijk aan gestegen, Shangri-la is hoger dan de Tiger Leaping Gorge, is hoger dan Lijiang, is hoger dan Dali, maar ik had een wat droge keel en een typische druk op mn hoofd wanneer ik ging slapen. Na twee dagen Shangri-la nam dit wat af en op 4100 meter hoogte in Litang (of zelfs bijna 5km onderweg in het westen van Sichuan) had ik nergens meer last van.

Terug naar het klooster. Schitterend. Fantastische ligging. Monniken alles. Schitterend Tibetaanse, uitgedoste hallen, de een nog kleurrijker dan de ander. En alles versierd met de o zo herkenbare gebedsvlaggetjes.
Op dag 3 was het vroeg op. De bus vertrok om 8 uur richting Xiangcheng in de Sichuan provincie. Ik had besloten een volgens velen epische, een volgens vele ontzettend vermoeiende, reis te maken per bus over de zogenaamde Sichuan-Tibet highway, helemaal naar Chengdu. Hier moet je 5-7 dagen voor uittrekken. Je weet namelijk niet of je pech krijgt onderweg, of de bus Łberhaupt wel vertrekt, of dat de wegen gesloten worden wegens landslides of modderstromen, of rotsen die naar beneden vallen. De weg gaat voornamelijk over bergpassen, sommige van wel bijna 5 kilometer (!), vaak door valleien op 3,5-4 kilometer hoogte, en de ene pas nog smaller dan de ander (de enorme trucks die de grondstofderving ook in het afgelegen westelijke deel van de Sichuan provincie tot onvoorstelbare hoogtes duwen, zijn niet bestemd voor deze wegen. Laat staan 2, langs elkaar op. Het is vragen om ongelukken, die ik dan ook heb gezien). Slim Tim? Ja, want het was fantastisch.


Ik dacht dat de busrit naar Xiangcheng kak was (qua comfort, want het zicht was werkelijk prachtig), maar ik was toen nog niet verder naar het oosten geweest uiteraard. Een gehobbel achterin een oud, meurend mini busje, af en toe je kop stotend tegen de harde wand. De weg is ontzettend slecht, stuiterend en slingerend, maar het is blijkbaar een pelgrim route voor Chinezen (van Chengdu naar Lhasa op de fiets), dus in de blub zag je af en toe ook wat fanatieke bikers. "(spreek uit als:) Dsjaijooow" Kop op!!!!
De bus raakte nog oververhit, althans de motor. Niet de passagiers en al helemaal niet de chauffeur. Rustig pakte ie een emmertje en wat water, na eerst zelf even af te koelen en water te lossen en een passagier hielp hem vanuit de bus. Schitterende taferelen. Tegenliggers, ach die hebben we toch niet zoveel. De eerste die eraan kwam toeterde, maar werd vertroeteld met een heerlijke sigaret. Wacht maar even vriend. Nia hao ma? Hoe gaat ie?

In Xiangcheng was de Tibetaanse invloed ook duidelijk merkbaar. Ontzettend kleurrijke mensen, die je met een Tashi Dalek een warm welkom heetten. Maar het was ook merkbaar dat ik niet in zeg Shanghai was. Terug in de tijd, niet als in het bezoeken van schilderachtige, historische plaatsjes, maar terug in de tijd wat betreft ontwikkeling. Oude, knorrende motoren, varkens en koeien op straat (of afgeslacht achterop oude tractors), ontzettend veel stof en kinderen die geen playstation hebben maar een autoband die ze voortduwen. Prachtig. Het klooster dat ik hier samen met Clement en Stefan (2 Franse gasten waarmee ik de hele roadtrip mee opgetrokken ben) bezocht heb, was ook schitterend. Prachtige bergachtige ligging. Gelukkig hebben we de foto's nog. Bijvoorbeeld van de (uiteraard erg goedkope, ouderwetse) kappert, die me realiseer ik me nu een typisch Chinees bloempot kapsel heeft gegeven.


De volgende ochtend vertrok de minibus om half 7 (hel), voor een 6 uur durende slingerrit naar Litang, een plaats op het Tibetaanse plateau, op 4100 meter. Zelfde liedje. Enige verschil, een gestoorde, suÔcidale monnik was onze chauffeur. Eenmaal aangekomen in Litang, was het alsof we nog verder terug in de tijd waren gegaan. Was Xiangcheng al ruig, dan was Litang hardcore. Zwerfhonden overal, die 's avonds laat ontzettend veel kabaal maakten. Winkeltjes met allerlei vakmannetjes, heel erg bijzonder. Nog meer kleurrijke mensen, met veren in de haren en schitterende jassen die ze dichtvouwen. Ontzettend lekker eten ook!
De volgende dag heb ik samen met de Fransen twee motors gehuurd. Ik ben achterop gesprongen (heb op een afgelegen stuk wel wat gereden), maar gezien het feit dat het een normale motor was (schakelen ed) heb ik niet op de "weg" (wat je weg noemt) gereden. We zijn richting Batang, aan de "officiŽle" grens met Tibet gereden. We hebben een groot deel van de tijd doorgebracht in een schitterende, ontzettend uitgestrekte vallei vol met yaks en paarden en her en der wat nomadenfamilies, samen in het bezit van teminste 4-5.000 yaks. Het leek wel een discovery film uit Afrika, maar dan met een setting in de Himalaya's. Onvoorstelbaar mooi! Onze trip eindigde in het klooster van Litang, hoog boven het stadje. We werden met onze motoren toegelaten tot het klooster (de helm moest af bij de ingang) en zijn helemaal naar boven gecrost (het klooster bestond uit verschillende lagen). Wat een geweldige ervaring. Boven waren monniken wat aan het overgooien met een basketbal. Als snel waren we aan het basketballen, werden er voetbaltrucjes gedaan en niet lang daarna kregen we een persoonlijke rondleiding door de vertrekken van de kids. Wat een geweldig eind, voor een toch al heel erg bijzondere dag.

De volgende dag was het weer feest. 5.30 uur op, een minibusje charteren en op naar Kangding. F&*king 14 uur mensen. Voor 250 kilometer, geloof het of niet. Lees nog eens wat ik over de wegen schreef hierboven. De weg van Litang naar Kangding is zelfs daarna vergeleken een horrorweg. Bekijk de foto's. 14 uur hobbelen, stuiteren, schudden, jezelf weer opnieuw positioneren, over enorme bergpassen, door de diepste modderpoelen (correctie, over de slechtste weg ooit), wachtend op trucks die niet langs elkaar heen kunnen en die dus achteruit moeten langs steile afgronden, door hagelstormen op 4,7 kilometer hoogte, liftend voor een rit naar Kangding op 4 uur van de eindbestemming omdat het minibusje zichzelf kapot reed op een partij stenen die uitstaken, een uur wachtend op een botsing tussen twee vrachtwagens en ga zo verder. En dat alles op een maag die sinds het ontbijt niet meer aangevuld was, omdat de chauffeur niet wilde stoppen voor eten. Was het niet voor de schitterende vergezichten en de bergpassen, dan was het hel op aarde geweest am moment. Nu ik erop terugkijk, beschouw ik het als een epische trip en een bijzonder verhaal. Maar dat is omdat mijn schouders, mijn rug en mijn reet niet meer ontzettend zeer doen en ik zojuist weer heerlijk heb gegeten. Ik was compleet gesloopt die avond, compleeeet kapot werkelijk. Ik zit vaak op de maan, als in afwezig. Ik zat nu ergens in een ander sterrenstelsel. Zo zweverig en gaar. Die avond, om 22.00 uur!!! snel wat gegeten. Douchen, slapen. Voor de Fransen was het niet anders.

De volgende ochtend was ons plan naar Leshan te gaan. Weer om 06.00 uur op geloof het of niet, uiteraard nog niet hersteld van Wrestlemania de dag ervoor. Maar goed, er is niet teveel in Kangding. De bus naar Leshan zat echter "vol" (of wilden ze de buitenlanders de duurde plekjes in de minibus laten betalen), dus we gingen uiteindelijk eerst naar Chengdu. Hier heb ik een nachtje doorgebracht. Na een fijne wandeling 's middags en 's avonds en een goede nacht de volgende dag naar de grootste Buddha ter wereld in Leshan. Een klein tasje mee, de backpack in Chengdu, want ik kwam toch terug. Wat een grap. Het was zo ziek druk dat ik geen zin had 3-4 uur in de rij te staan, alleen om de trap langs de boeddha op van het hoofd beneden naar de voeten te nemen. Ik keek van het (enorme) hoofd naar beneden en geloofde het wel.


Die middag door naar Emei Shan, een van de 4 heilige boeddhistische bergen in China. Beroemd vanwege de temple stays, slapen in een klooster dus. En berucht vanwege de apen die je lastig vallen op de 2 uur durende, belachelijke trappenklim naar de top. Maar het weer was ontzettend kak, het laatste van de 4 dingen waar Mount Emei bekend om staat. Dus na een nacht in het klooster, wat bijzonder was, was het in 2 uur naar de top, daar wat rondgekeken voordat er helemaal geen reet meer te zien was en in een half uur naar beneden. Als in naar het hoogste station waar de bus kwam, voor een 1 1/2 uur durende rit naar de voet van de berg Erg vermoeiend, maar totaal niet de moeite waard langer te blijven. Maar begrijp me niet verkeerd, schitterende ervaring, blij dat ik er geweest ben. Alleen maar 2 apen gezien vanwege het apenweer.

De laatste dagen in Chengdu waren relax. Was ook nodig. Een hoogtepuntje, naast een ontzettend lachen laatste avond met de "mecs" uit Frankrijk, was het bezoek aan het reservaat van Sichuan's beroemdste knuffelbeertje; de reuzenpanda. Een erg leuk park. Jammer alleen dat de panda's vanwege de extreme hitte in hun binnenverblijven zaten (met uitzondering van de rode panda's; de firefox). Toch heb ik ze zien spelen en niet onbelangrijk, ik heb ze ook bezig gezien tijdens hun favoriete tijdsverdrijf. Het kauwen op bamboe. Een kleine 19.5 kilo bamboe moet een reuzenpanda buffelen per dag om in leven te blijven. Ziek! Ik heb de laatste avond in Chengdu dan ook maar een bamboegerecht gegeten. Uit solidariteit met de, toegegeven, ontzettend schattige panda's!

Kan niet geloven dat China erop zit. Wat een bijzonder land om doorheen te reizen zeg. Ik ga alles missen aan dit land, van het extreme natuurschoon, tot aan de enorme drukte, tot aan de roggelende en boerende mensen en de kakkende kids met hun blotekont broekjes die kakken op straat, van de heerlijke gerechten tot alle geweldige mensen die ik heb leren kennen. Tot ziens China!






Slideshow Report as Spam

Post your own travel photos for friends and family More Pictures & Videos

Comments

pap on

Zie laatste foto
Spreken de monnikken engels of is het gebarentaal?

mam on

Dat was China dus, zo te zien een schitterend land met een mooie natuur en cultuur. (uitgezonderd kakkkende, boerende en gorgelende mensen).

R.B on

Ziet er allemaal zeer mooi uit:)

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: