Beijing - Chongqing

Trip Start Mar 28, 2012
1
9
24
Trip End Aug 21, 2012


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of China  , Chongqing,
Tuesday, May 8, 2012

Ni hao

Na de gekte op Beijing West, dat overvolle, drukste treinstation van AziŽ, zou je denken dat je op een overnachttrein van Beijing naar Pingyao, onze volgende bestemming, wel wat rust zou vinden. Omdat we rond de drukste dag van het jaar reisden (en geloof me, dat is erg druk), hadden we alleen zitplaatsen kunnen bemachtigen op deze trein. Gezien het feit dat ik redelijk moe was van de hoeveelheid slaap in Beijing (beter gezegd, het gebrek daaraan), heb ik nog een redelijk nachtje kunnen maken. Het waren geen "persoonlijke stoelen", maar banken, met 3 Chinezen op een rij. 12 uur lang. Overnacht. Ik heb zittend geslapen, met mijn hoofd vast wel bij iemand op zn schouder en dan weer op tafel. Onze conducteur was wel een baas. Hij kwam telkens langs om Ni hao te zeggen en hij wist dat we naar Pingyao gingen uiteraard. Dus zijn standaard zin, als ie weer eens langskwam, werd Ni hao ni hao, Pingyao, Ni hao (of iets met dezelfde strekking). De rest van de wagon vond het fantastisch. Al die kopjes die stiekem over de rand van de stoel meekijken haha.
Toen we 's ochtends in Pingyao aankwamen (Shanxi provincie), een van de best bewaarde ommuurde stadjes in China, een erg belangrijke handelsplaats tijdens de Qing dynastie en sinds tijden een Unesco site, werden we opgehaald door een fantastische pick up. Een soort van grote brommer en tuk-tuk in een. We besloten allemaal nog even twee uurtjes slaap te pakken in het hostel en hierna was ik weer helemaal boven water.

Pingyao is niet al te groot, maar toch besloten we een fiets te huren om wat rond te fietsen en te verdwalen in de fantastische, oude straatjes. Dit is zo’n plaatsje waarvan je van te voren denkt dat iedere plaats in China er zo uitziet (of zo eruit zou moeten zien). Lampionnen, standbeelden van draken, schitterende gebouwen met schilderingen en een weg die niet meer is dan een verzameling stenen. Voor 10 yuan, iets meer dan een euro, huurden we de fietsen en zijn we wat gaan rondrijden. We hadden 1 nacht in Pingyao en dit was meer dan genoeg. Onze trein naar Xi’an zou pas de volgende avond vertrekken, dus eigenlijk hadden we twee volle dagen. Het was dus geen verkeerd plaatsje wat rond te lopen of te fietsen, heerlijk te eten en om gewoon lekker te relaxen met een Tsingtao in het schitterende courtyard hostel. Een prima stop, een oud stukje China, vol handelaren en met een eigen identiteit.

Al had ik niet zoveel last gehad van de zitplek overnacht naar Pingyao als mijn reisgenoten, ik moet toch toegeven dat het niet verkeerd was we voor onze treinreis van Pingyao naar Xi’an (onze volgende stop, in de Shaanxi provincie) een hard sleeper bed hadden weten te bemachtigen. Vergelijkbaar met de Russische treinen, maar dan 3 bedden boven elkaar (en geen op de kop z’n kant). Stef en ik probeerden nog een filmpje te kijken, al liggend op het bovenste bed, met de laptop op de schap aan de overkant, maar dit was zo oncomfortabel dat we maar zijn gaan slapen. We kwamen op een schappelijke tijd aan in Xi’an, in tegenstelling tot in Pingyao, dus slapen was niet meer nodig (oke, de hard sleeper heeft ook meegewerkt).

Omdat mijn reisgenoten zeker niet nog eens een nacht wilden doorbrengen op een hard seat, en omdat we nog steeds in de drukste week van het jaar zaten, zijn we die ochtend maar meteen tickets naar Chongqing gaan proberen te regelen. We wisten namelijk hoe lang (is een Chinees) we in Xi’an zouden blijven en dat Chongqing onze volgende bestemming zou zijn, dus we lieten een medewerker van het hostel (de mensen in China met het beste Engels, by far) voor ons een papiertje maken met daarop 4 bedden, hard sleeper, de datum en het begin en eindstation. Met dit blaadje vol Chinese krabbels (ik vind het trouwens nog steeds wonderbaarlijk om te zien hoe deze karakters “geboren” worden uit een pen) naar de ticket office toe. Ah oke, oke. We kregen uiteindelijk tickets in een soft sleeper (een eigen cabine met 4 bedden, die nog eens zoveel kost als de hard sleeper), op de verkeerde datum. Dat was dan €50 (lijkt veel maar voor een eigen cabine, overnacht, voor 16 uur). Gelukkig had Doug een boekje met wat Engels-Chinees bij zich, dus met de duim op het woord refund (teruggave van je geld) kregen we de intussen erg boze Chinese tante zover dat ze de kaartjes verscheurde en ons geld terug in de bak smeet. Eenmaal in het hostel kwamen we erachter dat de treinen inderdaad goed vol zaten. Geen hard sleepers meer op onze gewenste reisdag. Moest dust wel een duurdere soft sleeper worden. Weer een briefje. Op hoop van zegen terug naar hetzelfde vrouwtje. Gelukkig begreep ze deze wel en een paar high fives en een heel opgelucht Engels hoofd verder, konden we dan eindelijk Xi’an in. Of eindelijk, het was toch pas 9.30, dus tijd zat.

Xi’an was fantastisch. Erg Chinees, druk, maar heel groen en vol cultuur. De stad heeft uiteraard het Terracotta leger, maar ook een hele hoop tombes uit de Han dynastie en schitterende torens en pagodes uit de Tang dynastie. En lekker (en veel!) eten. Ons hostel zat vlakbij de Big Wild Goose Pagoda, een schitterende pagode van meer dan 1000 jaar oud, met daarvoor de grootste fontein in AziŽ. ’s Avonds werd hier een volledige lichtshow opgevoerd, met muziek en al. Top. Maar het park rond de pagode, van waaruit de pagode ook te zien was, was nog beter. Toen we hier ’s ochtends rondliepen, waren ontzettend veel Chinezen in groepen bezig met dans of Tai Chi. De hele setting, met her en der een muzikant die wat Chinese muziek speelde, in een groen park met Boeddha’s en standbeelden van strijders, met mensen die bezig  zijn met hun rituelen, was zo Chinees. Erg leuk. De pagode ligt buiten de stadsmuur van Xi’an, een enorme omheining uit vervlogen tijden die nog erg goed intact is. We zijn de oude stad die middag wat gaan verkennen, met onder anderen een bezoek aan de mooie Drum en Bell Tower. We hebben ook een bezoekje gebracht aan de moslimwijk, die bekend staat om de smalle zijstraatjes vol voedselkraampjes. En dat klopte ook. Die avond zijn we met wat drankjes terug gegaan naar het park naast de pagode. Toen de maagjes ook wat wilden, zijn we (onze neus volgend) uitgekomen in een straatje achter ons hostel met ontzettend lekker eten. Hun zoetzure kip kwam minstens in de buurt van die in Beijing. Lekker. Chinees: “hauw-tsji-ma”.

De volgende ochtend de bus gepakt naar de buitenwijken van Xi’an, met als voornaamste reden een bezoek aan het Terracotta leger. De busrit duurde anderhalf uur, Xi’an is de zoveelste Chinese megastad. 8 miljoen inwoners and counting. Onderweg overal bouwkranen en constructie. Er is zoveel hoogbouw dat hier letterlijk uit de grond wordt getrokken. Zo gaat dat in China. Net als het terracotta leger bevinden die gebouwen zich namelijk al compleet onder de grond. Ze hoeven ze alleen op te graven en met kranen omhoog te trekken… Zo lijkt het haast, de snelheid waarmee steden hier groeien is echt duizelingwekkend.
Terug naar het leger onder de grond. Uiteraard kent iedereen dit leger terracotta mannetjes en paarden; ze moeten de legers van Qin Shi Huang voorstellen, de eerste keizer van China. Het leger werd samen met de keizer begraven in 210 voor Christus, met als doel het beschermen van de keizer in het hiernamaals. Oja, ook om ervoor te zorgen dat hij nog mensen had waarover hij de scepter kon zwaaien. Het leger werd ontdekt in 1974 door een lokale boer, die niets meer wilde dan een put te boren voor water. Hij ontdekte een bouwput onder de grond. Tot op de dag van vandaag, zijn de opgravingen nog bezig. Er zijn 3 pitten: pit 1, 2 en 3. In pit 3 vind je de minst grote collectie, het is dan ook de kleinste put. Pit 1 is daarentegen immens. In totaal zijn er (schattingen) 8000 soldaten, 130 rijtuigen, 520 gewone paarden en 150 gevechtspaarden begraven, waarvan de meerderheid nog steeds verscholen ligt. Iedere beeld is erg gedetailleerd. Met uitzondering van een paar, hebben alle beelden hun originele, geschilderde kleuren verloren. Veel soldaten hebben ook hun hoofd verloren, letterlijk. Toch is ieder hoofd, bij de soldaten die nog de luxe hebben over een hoofd te beschikken, uniek. Geen expressie is hetzelfde.
Ik vond het een interessante verzameling. Begrijp me niet verkeerd, maar 1 keer is ook genoeg om het hele schouwspel te zien, terwijl ik zo terug naar de muur zou gaan. Vanwege de historische waarde geef je ze iets meer krediet, maar om te zeggen dat je naar iets heel indrukwekkendst kijkt (met uitzondering van de omvang van pit 1) gaat ver. Toch blij dat ik er geweest ben, het is een van die dingen. En je kunt niet naar Xi’an zonder naar het leger te gaan kijken hŤ. Maar ook zonder het leger had ik Xi’an niet willen missen. Aan het eind van die middag hebben we weer in het Moslim kwartier gegeten, diezelfde avond nog genoten van een muzikaal ondersteunde watershow bij de pagode. De volgende dag rustig aan gedaan. Wat gelezen, een paar keer gegeten (nice) en ’s avonds de trein gepakt richting Chongqing, vanaf Xi’an-nan. Xi’an zuid dus. 45 minuten ten zuiden van ons hostel. Maar de eerste taxichauffeur reed naar Xi’an centraal. Naar het noorden. Snel die taxi uit. Niemand wilde ons daarna meenemen (met de meter aan). Ze wilden een prijs afspreken (nog niks, maar ik ben niet van het leger des heils). Uiteindelijk bracht iemand ons goed en wel, met de meter aan, naar Xi’an zuid, op tijd voor de overnacht trein naar Chongqing.

De soft sleeper was vergelijkbaar met de treinreizen van Ulan-Ude naar Ulan Bator en van UB naar Beijing. 4 bedden in een afsluitbare cabine. Omdat dit onze eigen ruimte was en we de laptop en onszelf dus konden neerzetten waar we maar wilden, hebben we die avond voor het slapen gaan nog een filmpje gekeken. De volgende ochtend werd ik wakker (niet geheel onlogisch ’s ochtends, al duurt het daadwerkelijke wakker worden  vaak wel erg lang). Het eerste wat ik zag was dat de trein stilstond op het station en dat iedereen de trein verliet. Niet veel later kwamen er een paar Chinezen onze cabine binnen. Blablablbalbal, iets als, we zijn bijna drie kwartier te vroeg in Chongqing aangekomen, dus jullie moeten hier ook uit. Halsoverkop alles inpakken en de trein uit. Even iets gegeten en toen 50 minuten gedaan over een rit van 7 kilometer naar het hostel. Welkom in de ochtendspits van Chongqing. Wat een gekkenhuis zeg.

Ik had het hostel gebeld en geprobeerd uitgelegd waar we stonden en uiteindelijk begrepen ze wat ik bedoelde. Dit was maar goed ook. Het duurde een kwartier en in die tijd kregen meer en meer mensen (beter gezegd, Chinese toeristen die met bussen tegelijk op die plek waren voor een tempel bezoek) in de gaten dat er 4 Westerse mensen stonden. Je kon gewoon zien dat ze foto’s wilden gaan maken. Toen de eerste het vroeg was de kop eraf. Er werd steeds meer geknipt en het werd drukker en drukker. En drukker en drukker. Uiteindelijk kan ik zonder overdrijven zeggen dat meer dan 50 man foto’s van ons stonden te knippen, al poserend naast ons met het welbekende peaceteken, haast vechtend om een plek. Uiteindelijk kwam iemand door de meute heen die me vroeg of wij in het Yangtze River hostel hadden geboekt. Ja. Ze begon ontzettend hard te lachen, niet geheel gebruikelijk voor een Chinees. Ze had namelijk ons niet kunnen vinden, was een kwartier aan het zoeken geweest (het hostel lag praktisch om de hoek). Uiteindelijk had ze iemand gevraagd of hij ook Westers uitziende mensen had gezien. “Ja, daar in de hoek, voor die mensenmassa”…

De voornaamste reden voor ons bezoek aan Chongqing was het feit dat de enorme plaats een goede startplek is voor een cruise over de Yangtze rivier, door de 3 kloven heen. Daarover meer in het volgende verhaal. Maar Chongqing bleek ook een interessante plaats te zijn. Vol met historie en beroemde steile zijstraatjes vol groen , regen en een enorm bedrukkend klimaat (city of fog is de bijnaam) en vol met constructie en een enorme skyline. Hier werden gebouwen uit de grond getrokken en er werd niet op 1, maar op 3 plekken gewerkt aan een enorme bruggen over de best toch wel brede Yangtze rivier. Als je hier over 10 jaar terug komt, sta je in Manhattan. Toch vind je her en der ook nog een hoop straatjes met toch best wel aanwezige armoede, veel zwerfhonden en verkopers die kippen en eenden verkopen, of schilpadden, die vastgebonden zijn aan rijen touw. Chongqing staat ook bekend om haar Hot Pot; een Chinees restaurant waarin de tafels normaal gesproken een centrale pot hebben en waar het voedsel dat besteld wordt door de klanten, door hen zelf bereid wordt in een pittige, kokend hete drab. Vlees en groenten, het gaat er allemaal in. Dit was een van de dingen die typisch Chinees is en die ik graag wilde meemaken en waar beter dan in Chongqing, dat erom bekend staat. Vooral vanwege het onderscheidende feit dat de Hot Pot in Chongqing pittig is en dat deze ook verlammend is, als in een erg vage, tintelende sensatie op je lippen en je tong. Een beetje als “appel” na een tandartsbezoek, zonder daadwerkelijk een tandarts bezocht te hebben. Het was een hele ervaring, we hebben een bestelling doorgegeven via een Engels sprekende medewerker van het hostel. Maar het was zeker goed te eten. Ik denk dat ik langzamerhand ook wat begin te wennen aan pittig eten. Maar aan tongverlammend eten nog niet.
Slideshow Report as Spam

Comments

pap on

Leuk verhaal/mooie plaatjes
Chinees schaak: is dat te volgen??

R.B on

Haa super, ook gewoon echt hoe je al die huisjes daar verwacht. En die foto;s hahah wat een deirentuin hee!! Leuk verhaal tim;)!

mam on

Je had voor die foto's geld moeten vragen. Had je weer wat voor een tripje, eten of hostel.

Omesjon on

Hey Timmowich
Ben je verhalen weer aan het volgen, best vreemd dat ze foto`s van jullie willen maken alsof je van Mars komt.......Sambal bijjjjjjjjj.

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: