Penang
Trip Start
Sep 16, 2010
1
58
61
Trip End
May 06, 2011
Where I stayed
Hallo,
Dit verhaal begint niet met een beschrijving over wat ik al gedaan heb, maar over wat ik nog ga doen. Als alles goed gaat met het boeken van een ticket (lees: wanneer er nog genoeg plaats over is in het vliegtuig), dan ben ik namelijk op 5 mei thuis. De tijd die ik mezelf van te voren gegeven heb voor Azië, bijna 3 maanden, is niet genoeg voor het aantal landen wat ik wil zien. Of in ieder geval, om deze landen goed te kunnen zien en er niet doorheen te hoeven racen om maar een checklist af te werken. Dit had ik ook wel verwacht, maar nu de tijd in Maleisië er bijna op zit en ik nog anderhalve maand voor de boeg zou hebben, heb ik besloten dat het allemaal wel mooi is geweest. Ik heb namelijk geen zin om het ticket te verlengen om toch "goed" door Azië te kunnen reizen. En omdat ik het allemaal wel mooi geweest vind, ik mis mensen thuis natuurlijk ook erg genoeg, heb ik besloten dat het nu tijd is voor mij om terug te keren naar Nederland. Ik heb wat hulp gehad met die beslissing en dat had ik denk ik ook wel nodig…
Goed, dat was dat. Of, beter, dat wordt dat. Nu eerst wat is geweest. Op vrijdag 15 april zijn we namelijk vanaf de Perhentians vertrokken. Om 12 uur was de ferry daar en deze bracht ons in een half uur durende, totaal niet hobbelige vaart terug naar het vasteland. We hadden op het eiland besloten de oversteek te maken naar de Westkust van het land. We wilden eigenlijk onderweg stoppen in het Royal Belum National Park, een park dat thuis geeft aan een hele variëteit aan apen, tapirs, olifanten en zelfs tijgers en neushoorns. Helaas kwamen we erachter dat toegang tot het park alleen verleend wordt aan mensen die twee weken van te voren een vergunning hebben aangevraagd, dus dat konden we jammer genoeg vergeten. Zo blijkt maar weer, sommige dingen moet je blijkbaar echt twee weken van te voren regelen…
Vanuit Kuala Besut zijn we daarom in een 4 uur durende rit naar de overkant van Maleisië gereisd. Deze rit was iets comfortabeler, omdat het mini busje niet overvol zat en mijn beenruimte daardoor aanzienlijk toenam. Ook was de chauffeur nog steeds een hit geweest voor een programma als “Blik op de weg”, maar voor de geldende Aziatische standaard was het een zondagschauffeur. Onze eindbestemming was het eiland Penang, met als verblijfplaats de grote stad Georgetown. Dit eiland is niet als de Perhentians een tropisch eiland, maar een geciviliseerd eiland dat met de langste brug ter wereld (13 kilometer) in verbinding staat met het vasteland en daardoor eigenlijk meer als schiereiland gezien moet worden (al is dat topografisch gezien niet correct uiteraard). Het eiland is namelijk druk en de brug is overvol met overstekend verkeer van en naar het vasteland. Georgetown is daarnaast een erg drukke stad, die bekend staat om haar koloniale verleden en de gebouwen in de stad die het verleden nog een beetje intact houden. En om de cultuur, de "Pearl of the Orient" kent een goede weerspiegeling van de multiculturele groepen in Maleisië, wat zich uit in verschillende wijken als Chinatown en Little India en straatverkopers met Chinees, Indiaas, Japans of Maleisisch eten. Ze verkochten veel verschillende kleine hapjes, wat mij nogal goed uitkwam…
Die avond hebben we onze stamkroeg, of beter gezegd, ons stamrestaurant ontdekt. We verbleven namelijk precies op de hoek van Little India en hadden die avond geen zin om ver te lopen voor ons avondeten. Op nog geen 20 meter liepen Krisna Vila Restoran in, een klein Indiaas restaurant waar ze niet aan borden deden. Het Indiase eten, wat echt heel erg lekker is, werd namelijk geserveerd op bladeren van de bananenboom. Het eten werd je opgeschept (opgesmeten) en dat was het. Geen bestek dacht ik. Ik keek om me heen en zag iedere uit India afkomstige bezoeker, of een afstammeling van, eten met de handen. Nee, met de rechterhand alleen, want de linkerhand wordt niet gebruikt om religieuze redenen. Ik ben toen maar mijn handen gaan wassen en heb mijn rechterhand, voor het eerst sinds dat ik 1 jaar oud was, weer eens gebruikt voor het eten van mijn avondeten. Dat was op zich wel apart, maar eigenlijk erg handig, ook al zou ik het thuis nooit weer oppakken (woordgrap). Maar, wie heeft ooit bestek uitgevonden? Alleen rijst moet je samenknijpen om het makkelijk te kunnen eten, maar de rest ging prima. Florain en Johann waren verbaasd maar volgden daarna al snel het voorbeeld op. Op deze manier hebben we de dagen erop onze dosai's, roti’s en curry’s naar binnen gewerkt. Dus op weg naar India? Laat dan maar je bestek thuis!
De volgende dag zijn we op weg gegaan naar de Kek Lok Si tempel, de grootste Boeddhistische tempel in Maleisië. Van ver af was de 38 meter hoge Boeddha al te zien, maar ik had toen nog geen idee van de grootte van het complex. Dit werd me langzaamaan duidelijk toen we de trappen richting de tempel opliepen. Overal huisjes, Boeddha’s, tempeltjes en schrijnen. Vanaf de tempel had je een compleet uitzicht op Georgetown en de foto’s maken denk ik wel duidelijk hoe gevarieerd de tempel was. Schrik niet van de swastika’s (de hakenkruizen) op de borstkasten van veel Boeddha’s. In het Boeddhisme hebben deze namelijk een hele positieve en bijzondere betekenis (zoek het maar eens op). Een van de meest herkenbare tekens ter wereld (en misschien nog steeds de meest provocerende) heeft alleen een erg negatieve betekenis vanwege het verband met de Nazi’s en de WOII. Het hakenkruis staat in direct verband voor Europeanen met Hitler, maar dit is in andere culturen dus zeker niet het geval. Symbolen zijn dus blijkbaar niet altijd erg herkenbaar met een duidelijk te interpreteren, wereldwijde betekenis, zoals sommige hele simpele symbolen dat wel kunne zijn…
Na de Kek Lok Si tempel zijn we richting de botanische tuin gegaan, omdat we vanuit daar Penang Hill opwilden voor een uitzicht over Georgetown. De kabelbaan, die erg goedkoop naar de top gaat was echter kapot en het alternatief was het huren van een jeep. We hebben besloten dit niet te doen, een beslissing die misschien wel versterkt werd door de enorme tropische regenbui. Na het zien van een paar apen zijn we daarom maar terug gegaan naar het centrum van Georgetown voor nog iets meer sightseeing, iets wat we in de avond ook nog hebben doorgezet in de richting van het entertainment gebied van Georgetown. De volgende ochtend, of eigenlijk die avond, hebben we scooters gehuurd om Penang mee rond te rijden. Hier zijn we de volgende ochtend mee begonnen. Met mijn rijbewijs mag ik ook scooterrijden. Dat is voor de verzekering belangrijker dan voor de Maleisische verhuurders. Daarnaast, de scooters waren meer halve motors, ze konden met een hoop geknetter toch wel de 100 aantikken.
Maar goed, we hebben scooters gehuurd, geen motors. Onze eerste stop was de Snake Tempel. Een tempel waarvan de naam niet beter gekozen had kunnen worden. Deze tempel zat namelijk overvol met (giftige) slangen die in een soort paastakken voor bepaalde altaren te zien waren. Echt heel typisch. En best tof. Wat ik veel minder tof vond was de farm die erbij zat. Hier zaten dieren in veel te kleine kooien (ik zweer dat ik het verdriet in de oogjes van de apen kon zien), lag een schildpad voor pampes in een hoek (zijn kopje continue ingetrokken) en werden kippen voor vermaak aan slangen gevoerd. Dit is een hele negatieve kant aan Azië die vrij stotend is maar waarvan ik gelukkig al wist dat ie bestond. Daardoor is het in ieder geval geen verrassing meer, maar is het nog wel pijnlijk om te zien. En dat geldt zeker ook voor dierenwinkels waarin alle huisdieren in echt veel te kleine kooien, of plastic bakken (!) zitten te wachten op een nieuw baasje. Het rotste was het zien van een beagletje in een mini bak. Ik had het beestje haast gekocht, maar dit zou natuurlijk niks oplossen. Ik dacht bij mezelf ik ga wel lekker met onze (eigenwijze) beagle naar het bos wanneer ik weer thuis ben…
Na de Snake Tempel en de show van een idioot die bijna in zijn hals werd gebeten door een King Cobra zijn we verder gecrossd in de richting van Bayan Lepas. We zijn de weg gevolgd die vanuit daar langs de westkust van Penang richting het noorden ging. Ik zat op dat moment bij Florian achterop, we hadden namelijk twee scooters gehuurd. Op een gegeven moment zagen we Johann niet meer. Maar, we waren net een kruispunt met stoplicht overgestoken dus misschien moest ie wel wachten. Toen het iets langer dan normaal duurde en er voor de tweede keer een stoet met auto’s en scooters langs ons opkwam, zei Florian ik hoop dat hij niet onderuit is gegleden. We wilden net omdraaien toen Johann eraan kwam rijden. Met de zijkant van de scooter helemaal geschaafd, net als zijn knieën, ellebogen, zijn buik en handen. En zijn broek was ook gescheurd. Johann was dus inderdaad onderuit gegleden. Los zand heeft hem de das om gedaan en dat heeft hij gemerkt ook. Hij had zichtbaar pijn en was geschrokken maar het ging op zich goed met hem. Zijn wonden waren duidelijk als brandwonden en we zijn toen maar even gestopt bij een wegrestaurant om alles goed schoon te maken. Gelukkig hadden we een EHBO kit mee en nadat we Johann hadden ingepakt zijn we verder gereden in de richting van Penang National Park. De route onderweg bracht ons al slingerend over heuvels, door de jungle, langs enorme vergezichten en zelfs langs een dam. Uiteindelijk kwamen we aan bij Penang National Park waar we een mooie maar iets minder spectaculaire Tree Top Walk hebben gedaan. Er liepen en slingerden een hoop apen rond en ook de stranden waren weer erg mooi. Sorry voor de foto’s Evelien, ik moet mijn belofte weer breken. Ik beloof dat ik vanaf nu al mijn beloftes ga nakomen. Bij terugkomst…
Na het Penang National Park zijn we doorgereden in de richting van Batu Feringgi, de strook met restaurants en entertainment op Penang. Zittend aan het strand hebben we daar gegeten, om vervolgens door te rijden naar de Floating Mosque, een moskee die inderdaad drijft. Of beter gezegd, op pilaren is gebouwd. Een erg typische en mooie moskee. Rond een uur of 20.00 kwamen we die avond weer in Georgetown aan, nadat we als echte scooterrijders al de wachtende en toeterende auto’s op weg naar de stad kris kras hadden gepasseerd. Met een motortje gaat het nog wel, al is het misschien wat linker, maar in een auto is het verkeer echt een hel. Misschien ook omdat je dan met de scooters rekening moet houden. De volgende dag hebben we rustig doorgebracht, met een bezoek aan een Chinees foodcourt en een wandeling door de stad, die ons uiteindelijk bracht bij drijvende huisjes en wc’s. Want ook dat is Azië, geen porseleinen wc potten, maar kuilen in de grond. Nog steeds enthousiast?
Groetjes!
Dit verhaal begint niet met een beschrijving over wat ik al gedaan heb, maar over wat ik nog ga doen. Als alles goed gaat met het boeken van een ticket (lees: wanneer er nog genoeg plaats over is in het vliegtuig), dan ben ik namelijk op 5 mei thuis. De tijd die ik mezelf van te voren gegeven heb voor Azië, bijna 3 maanden, is niet genoeg voor het aantal landen wat ik wil zien. Of in ieder geval, om deze landen goed te kunnen zien en er niet doorheen te hoeven racen om maar een checklist af te werken. Dit had ik ook wel verwacht, maar nu de tijd in Maleisië er bijna op zit en ik nog anderhalve maand voor de boeg zou hebben, heb ik besloten dat het allemaal wel mooi is geweest. Ik heb namelijk geen zin om het ticket te verlengen om toch "goed" door Azië te kunnen reizen. En omdat ik het allemaal wel mooi geweest vind, ik mis mensen thuis natuurlijk ook erg genoeg, heb ik besloten dat het nu tijd is voor mij om terug te keren naar Nederland. Ik heb wat hulp gehad met die beslissing en dat had ik denk ik ook wel nodig…
Goed, dat was dat. Of, beter, dat wordt dat. Nu eerst wat is geweest. Op vrijdag 15 april zijn we namelijk vanaf de Perhentians vertrokken. Om 12 uur was de ferry daar en deze bracht ons in een half uur durende, totaal niet hobbelige vaart terug naar het vasteland. We hadden op het eiland besloten de oversteek te maken naar de Westkust van het land. We wilden eigenlijk onderweg stoppen in het Royal Belum National Park, een park dat thuis geeft aan een hele variëteit aan apen, tapirs, olifanten en zelfs tijgers en neushoorns. Helaas kwamen we erachter dat toegang tot het park alleen verleend wordt aan mensen die twee weken van te voren een vergunning hebben aangevraagd, dus dat konden we jammer genoeg vergeten. Zo blijkt maar weer, sommige dingen moet je blijkbaar echt twee weken van te voren regelen…
Vanuit Kuala Besut zijn we daarom in een 4 uur durende rit naar de overkant van Maleisië gereisd. Deze rit was iets comfortabeler, omdat het mini busje niet overvol zat en mijn beenruimte daardoor aanzienlijk toenam. Ook was de chauffeur nog steeds een hit geweest voor een programma als “Blik op de weg”, maar voor de geldende Aziatische standaard was het een zondagschauffeur. Onze eindbestemming was het eiland Penang, met als verblijfplaats de grote stad Georgetown. Dit eiland is niet als de Perhentians een tropisch eiland, maar een geciviliseerd eiland dat met de langste brug ter wereld (13 kilometer) in verbinding staat met het vasteland en daardoor eigenlijk meer als schiereiland gezien moet worden (al is dat topografisch gezien niet correct uiteraard). Het eiland is namelijk druk en de brug is overvol met overstekend verkeer van en naar het vasteland. Georgetown is daarnaast een erg drukke stad, die bekend staat om haar koloniale verleden en de gebouwen in de stad die het verleden nog een beetje intact houden. En om de cultuur, de "Pearl of the Orient" kent een goede weerspiegeling van de multiculturele groepen in Maleisië, wat zich uit in verschillende wijken als Chinatown en Little India en straatverkopers met Chinees, Indiaas, Japans of Maleisisch eten. Ze verkochten veel verschillende kleine hapjes, wat mij nogal goed uitkwam…
Die avond hebben we onze stamkroeg, of beter gezegd, ons stamrestaurant ontdekt. We verbleven namelijk precies op de hoek van Little India en hadden die avond geen zin om ver te lopen voor ons avondeten. Op nog geen 20 meter liepen Krisna Vila Restoran in, een klein Indiaas restaurant waar ze niet aan borden deden. Het Indiase eten, wat echt heel erg lekker is, werd namelijk geserveerd op bladeren van de bananenboom. Het eten werd je opgeschept (opgesmeten) en dat was het. Geen bestek dacht ik. Ik keek om me heen en zag iedere uit India afkomstige bezoeker, of een afstammeling van, eten met de handen. Nee, met de rechterhand alleen, want de linkerhand wordt niet gebruikt om religieuze redenen. Ik ben toen maar mijn handen gaan wassen en heb mijn rechterhand, voor het eerst sinds dat ik 1 jaar oud was, weer eens gebruikt voor het eten van mijn avondeten. Dat was op zich wel apart, maar eigenlijk erg handig, ook al zou ik het thuis nooit weer oppakken (woordgrap). Maar, wie heeft ooit bestek uitgevonden? Alleen rijst moet je samenknijpen om het makkelijk te kunnen eten, maar de rest ging prima. Florain en Johann waren verbaasd maar volgden daarna al snel het voorbeeld op. Op deze manier hebben we de dagen erop onze dosai's, roti’s en curry’s naar binnen gewerkt. Dus op weg naar India? Laat dan maar je bestek thuis!
De volgende dag zijn we op weg gegaan naar de Kek Lok Si tempel, de grootste Boeddhistische tempel in Maleisië. Van ver af was de 38 meter hoge Boeddha al te zien, maar ik had toen nog geen idee van de grootte van het complex. Dit werd me langzaamaan duidelijk toen we de trappen richting de tempel opliepen. Overal huisjes, Boeddha’s, tempeltjes en schrijnen. Vanaf de tempel had je een compleet uitzicht op Georgetown en de foto’s maken denk ik wel duidelijk hoe gevarieerd de tempel was. Schrik niet van de swastika’s (de hakenkruizen) op de borstkasten van veel Boeddha’s. In het Boeddhisme hebben deze namelijk een hele positieve en bijzondere betekenis (zoek het maar eens op). Een van de meest herkenbare tekens ter wereld (en misschien nog steeds de meest provocerende) heeft alleen een erg negatieve betekenis vanwege het verband met de Nazi’s en de WOII. Het hakenkruis staat in direct verband voor Europeanen met Hitler, maar dit is in andere culturen dus zeker niet het geval. Symbolen zijn dus blijkbaar niet altijd erg herkenbaar met een duidelijk te interpreteren, wereldwijde betekenis, zoals sommige hele simpele symbolen dat wel kunne zijn…
Na de Kek Lok Si tempel zijn we richting de botanische tuin gegaan, omdat we vanuit daar Penang Hill opwilden voor een uitzicht over Georgetown. De kabelbaan, die erg goedkoop naar de top gaat was echter kapot en het alternatief was het huren van een jeep. We hebben besloten dit niet te doen, een beslissing die misschien wel versterkt werd door de enorme tropische regenbui. Na het zien van een paar apen zijn we daarom maar terug gegaan naar het centrum van Georgetown voor nog iets meer sightseeing, iets wat we in de avond ook nog hebben doorgezet in de richting van het entertainment gebied van Georgetown. De volgende ochtend, of eigenlijk die avond, hebben we scooters gehuurd om Penang mee rond te rijden. Hier zijn we de volgende ochtend mee begonnen. Met mijn rijbewijs mag ik ook scooterrijden. Dat is voor de verzekering belangrijker dan voor de Maleisische verhuurders. Daarnaast, de scooters waren meer halve motors, ze konden met een hoop geknetter toch wel de 100 aantikken.
Maar goed, we hebben scooters gehuurd, geen motors. Onze eerste stop was de Snake Tempel. Een tempel waarvan de naam niet beter gekozen had kunnen worden. Deze tempel zat namelijk overvol met (giftige) slangen die in een soort paastakken voor bepaalde altaren te zien waren. Echt heel typisch. En best tof. Wat ik veel minder tof vond was de farm die erbij zat. Hier zaten dieren in veel te kleine kooien (ik zweer dat ik het verdriet in de oogjes van de apen kon zien), lag een schildpad voor pampes in een hoek (zijn kopje continue ingetrokken) en werden kippen voor vermaak aan slangen gevoerd. Dit is een hele negatieve kant aan Azië die vrij stotend is maar waarvan ik gelukkig al wist dat ie bestond. Daardoor is het in ieder geval geen verrassing meer, maar is het nog wel pijnlijk om te zien. En dat geldt zeker ook voor dierenwinkels waarin alle huisdieren in echt veel te kleine kooien, of plastic bakken (!) zitten te wachten op een nieuw baasje. Het rotste was het zien van een beagletje in een mini bak. Ik had het beestje haast gekocht, maar dit zou natuurlijk niks oplossen. Ik dacht bij mezelf ik ga wel lekker met onze (eigenwijze) beagle naar het bos wanneer ik weer thuis ben…
Na de Snake Tempel en de show van een idioot die bijna in zijn hals werd gebeten door een King Cobra zijn we verder gecrossd in de richting van Bayan Lepas. We zijn de weg gevolgd die vanuit daar langs de westkust van Penang richting het noorden ging. Ik zat op dat moment bij Florian achterop, we hadden namelijk twee scooters gehuurd. Op een gegeven moment zagen we Johann niet meer. Maar, we waren net een kruispunt met stoplicht overgestoken dus misschien moest ie wel wachten. Toen het iets langer dan normaal duurde en er voor de tweede keer een stoet met auto’s en scooters langs ons opkwam, zei Florian ik hoop dat hij niet onderuit is gegleden. We wilden net omdraaien toen Johann eraan kwam rijden. Met de zijkant van de scooter helemaal geschaafd, net als zijn knieën, ellebogen, zijn buik en handen. En zijn broek was ook gescheurd. Johann was dus inderdaad onderuit gegleden. Los zand heeft hem de das om gedaan en dat heeft hij gemerkt ook. Hij had zichtbaar pijn en was geschrokken maar het ging op zich goed met hem. Zijn wonden waren duidelijk als brandwonden en we zijn toen maar even gestopt bij een wegrestaurant om alles goed schoon te maken. Gelukkig hadden we een EHBO kit mee en nadat we Johann hadden ingepakt zijn we verder gereden in de richting van Penang National Park. De route onderweg bracht ons al slingerend over heuvels, door de jungle, langs enorme vergezichten en zelfs langs een dam. Uiteindelijk kwamen we aan bij Penang National Park waar we een mooie maar iets minder spectaculaire Tree Top Walk hebben gedaan. Er liepen en slingerden een hoop apen rond en ook de stranden waren weer erg mooi. Sorry voor de foto’s Evelien, ik moet mijn belofte weer breken. Ik beloof dat ik vanaf nu al mijn beloftes ga nakomen. Bij terugkomst…
Na het Penang National Park zijn we doorgereden in de richting van Batu Feringgi, de strook met restaurants en entertainment op Penang. Zittend aan het strand hebben we daar gegeten, om vervolgens door te rijden naar de Floating Mosque, een moskee die inderdaad drijft. Of beter gezegd, op pilaren is gebouwd. Een erg typische en mooie moskee. Rond een uur of 20.00 kwamen we die avond weer in Georgetown aan, nadat we als echte scooterrijders al de wachtende en toeterende auto’s op weg naar de stad kris kras hadden gepasseerd. Met een motortje gaat het nog wel, al is het misschien wat linker, maar in een auto is het verkeer echt een hel. Misschien ook omdat je dan met de scooters rekening moet houden. De volgende dag hebben we rustig doorgebracht, met een bezoek aan een Chinees foodcourt en een wandeling door de stad, die ons uiteindelijk bracht bij drijvende huisjes en wc’s. Want ook dat is Azië, geen porseleinen wc potten, maar kuilen in de grond. Nog steeds enthousiast?
Groetjes!


Comments
Die snake-farm vond ik maar zozo.
De verblijven van de slangen waren wel heel erg toegankelijk.
En brommerrijden in deze streken lijkt ook niet ongevaarlijk.
Maar goed dat je bepaalde dingen pas achteraf weet/ziet.