Bahama's

Trip Start Jul 01, 2006
1
76
Trip End Jan 07, 2010


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Bahamas  , Freeport,
Thursday, April 15, 2010

Naar de Bahama's

Na bijna twee maanden Cuba starten we vandaag een geheel nieuw avontuur. Als we een goed weather window zien, waarbij de wind niet al te hard uit de richting van de bestemming komt, wagen we het er op en rekenen op een forse bijdrage van de indrukwekkende stroom die langs de kust van Florida naar het noorden loopt. De directe koers is 30 graden en de wind komt daar ook vandaan, dus varen we de eerste dag en nacht over BB richting het Noord westen en rekenen op verzet in de goede richting door de stroming. Waar die stroming staat weten wij niet maar we hadden er nauwelijks profijt van. Als we in de nacht een mijl of 30 van Key West liggen gaan we overstag en warempel, de koers lijkt bezeild te zijn! Weliswaar steeds hoog aan de wind maar we gaan steeds harder en varen recht op de rand van de eerste Bahama eilanden af. Na drie dagen hakken in de Golfstroom, liggen we vóór het eerste Bahama eilanden groepje, de Bimini's. Op de weerkaart zien we een koufront dat over een dag boven ons zal liggen. In koufronten kan heel harde wind zitten maar het kan ook meevallen. We hebben vanuit de Carieb de ervaring dat het moeilijk is om er achter te komen hoe veel wind er in zit en dus nemen we er geen risico's mee. We steken het Providence channel maar direct over om nog net voor het front beschutting te vinden aan de zuidkant van Grand Bahama. Zo hebben we ons door het weer naar een nieuwe bestemming laten leiden. Omdat we het na drie dagen varen wel weer flink gehad hebben, het grootste gedeelte was tegen hoge golven en wind in, lopen we laat in de middag de haven van Lucaya binnen in plaats van een ankerplek op te zoeken. We nemen ons zoals wel vaker na dergelijke ontberingen, voor om direct aan te schuiven in het meest luxe restaurant of hotel wat er te vinden is, maar zodra we op de steiger staan zoeken we toch maar een leuke middenweg op. Het is altijd weer fantastisch om een nieuwe plek te ontdekken. 1 marina ligt tegen een verwen dorpje van houten gebouwtjes aan, waar vooral veel Amerikaanse toeristen zich vermaken in leuke restaurantjes en bars. Er komen ook geregeld gasten van grote cruiseschepen en de locals doen er alles aan om het iedereen naar de zin te maken. Uiteraard vloeien de dollars rijkelijk maar de kwaliteit is daar ook naar.
Een tweede marina lijkt uitgestorven. Er komt geen reactie op de marifoonoproep, slechts 20 van de 300 ligplaatsen zijn bezet, van een dak zijn stukken afgewaaid, en diverse betonnen meerpalen en 1 pier zijn afgebroken of steken schuin uit het water. Lange houten meerpalen staan schuin of liggen zelfs bijna plat op het water. Na drie rondjes te hebben gevaren, we hoopten al op een verlaten haven zodat we gratis konden liggen, horen we een vrouw op de marifoon en krijgen we een ligplaats aangewezen. Eenmaal op kantoor horen we dat een nachtje 68 US dollar kost, de cruising permit voor de komende drie maanden in de Bahama's zal 300 US$ bedragen! We besluiten eerst maar eens voor 1 nacht te kiezen en zullen dan wel weer van ons laten horen. 

New friends.

Als we een uurtje liggen komt een jonge vrouw op de boot kloppen. Ze is  Amerikaanse en of we vanavond mee doen met de BBQ! Nou dat lijkt ons wel leuk maar we moeten eerst naar de customs. Omdat dat met een veerbootje naar het dorpje gaat trekken we daar gelijk de pinpas en innen onze dollars. Omdat we vergaan van de lekkere trek besluiten we onszelf op een dinertje te trakteren. Een dikke biefstuk en dito frieten! De BBQ komt nog wel een keer. Met de laatste veerboot gaan we terug naar de boot waar de Amerikanen nog bij hun grill zitten. We drinken een biertje mee en doen ons verhaal. Het blijken drie vrienden te zijn die op het grootste luxe motorjacht in de marina werken. We maken kennis met Mary die stewardess is, Eddy, die schipper is en tevens haar vriend, en Justin -JB- die sinds kort is aangetrokken omdat het met z'n tweeën echt niet meer ging. De eigenaar is een week niet aan boord en ze hebben daarmee nu een hele week vrij voor de boeg. Ze zitten er echt volledig doorheen en we horen hoe zwaar het voor hen is om dit werk te doen. Ze klinken vastbesloten om de komende week helemaal niets anders te doen dan de bloemetjes buiten zetten. De eigenaar komt zijn afspraken niet na en met z'n drieën moeten ze 24 uur paraat staan om de soms wel 10 gasten het zo veel mogelijk naar de zin te maken. Gevaren wordt er nauwelijks want de meeste gasten houden niet van het geschommel. 

We zijn erg moe en door de klik met deze mensen besluiten we de volgende avond opnieuw rond de BBQ te kruipen. We betalen de volgende morgen de rekening en worden nog verrast door toeslagen als elektra en water! Jeroen is flink pissed en weet de elektra er weer af te kletsen. Dat we geen water gebruiken kunnen ze niet checken want er zijn geen meters! Als compensatie besluit ik voor vertrek de boot eens even flink af te spuiten en het dek wordt weer egaal beige met bruine roestplekken. Eddy, die het op een afstandje gade slaat komt met een fles "on and off", een gemeen zuur dat alle bruine sporen direct oplost. Ondanks dat de dag inmiddels is verstreken krijgen we geen commentaar en liggen we tot laat in de avond in de haven. We kwebbelen heel wat af bij de BBQ en genieten van heerlijke biertjes, een goede wijn en juist ontdooide lamb chops en ander heerlijk gemarineerd vlees en een salade. Eddy vertelt dat het op zo’n schip ook woekeren is met de techniek alleen dan van een ander niveau. Zoals laatst toen de vuilwatertanks overliepen in de romp omdat het kalibreren van de tankmeters niet correct bleek uitgevoerd. De tanks lopen dan gewoon over in de bilge wat een enorme stank en troep geeft. Ook hebben ze een tijd stil gelegen omdat de hydraulische kraan de geest had gegeven, en moeten ze vaak de meest stomme ideeën van "hun eigenaar" opvolgen, zoals het aan boord zien te krijgen van de twee bromfietsen die niet aan het dek vastgezet kunnen worden. Die moeten door de salon, over het mooie tapijt, naar binnen gesjouwd worden! Met de opmerking, “My owner” geven ze eigenlijk al aan dat ze een soort “slaven” zijn van de machtige eigenaar. Hij is immers degene die het voor het zeggen heeft, hoe maf of misschien zelfs onmogelijk ook. Maar ondertussen heeft Eddy wel de volledige verantwoording om alles veilig te laten verlopen. Als bijvoorbeeld een gast dronken van de boot af dondert en iets overkomt, dan zal hij daar verantwoordelijk voor worden gesteld! Daar staat tegenover dat Eddy als schipper een vorstelijk salaris heeft. Hij vertelt overigens dat het best betaalde baantje in deze business de engineer / helicopter piloot is.

Mary verteld dat ze vorige week een heuse tornado hebben doorstaan. Het 154 foot metende jacht was van de kade geslagen omdat de betonnen palen als luciferhoutjes afknapten. Met dikke paniek aan boord, er waren juist 6 gasten, hebben ze met z'n drieën de boot vrij weten te houden. De eigenaar was ook aan boord maar liep eigenlijk alleen maar in de weg. 
De tornado blijkt ook de verklaring voor de vele beschadigde daken en losgerukte palen te zijn.

Als we uitgegeten zijn komt Eddy juist terug van de “Sensation” en zegt tegen Mary dat de temperatuur over een kwartiertje wel goed zal zijn?? Nadat het gesprek over wat andere onderwerpen gaat roept Eddy opeens of we zin hebben in de hot tub. Net zo grappig als Eddy het vraagt reageren we volmondig en zo arrogant mogelijk met een soort van bevestiging en vraagt Mary of we nú de boot willen zien? Opnieuw bevestigen we de vraag en beginnen te vermoeden dat er meer serieuze ideeën achter de rondleiding  zitten. Met het 4e biertje in de isolerende houder krijgen we uitgebreid de boot te zien, inclusief alle details over de vele schoonmaak werkzaamheden aan boord. We zien overal glimmend zilver, gouden kranen en douchekoppen en rvs waar je je haar in kunt kammen. Uit een met marmer beklede kast midden in de salon komt een enorm breedbeeld TV scherm omhoog. De vloer is bekleed met hoogpolig wit tapijt. De keuken (die eigenlijk kombuis zou moeten heten) heeft een vaatwasser, mega koel en vrieskast, magnetron en een kokend water tap. De cappuccino machine en melkschuim maker zijn echt geweldig! In de punt is de luxe eigenaars hut die veel weg heeft van een kamer in een 5 sterren hotel. De bijbehorende badkamer wordt uitgebreid vervloekt omdat er zo ontzettend veel poetswerk aan zit. Veel glas waar de eigenaar steeds met zijn dronken kop de boel onder kotst en zijn neus leeg rochelt. We horen details over wat met name Mary steeds allemaal moet doen als “the owner” aan boord is. En dan hebben we de gastenverblijven nog niet eens gezien. Die zijn wel wat eenvoudiger maar daaraan heeft ze minstens zo veel werk. Dan komen we op de personeelshutten aan. Ook niet slecht maar je proeft het verschil. Het is er knus en gezellig en net voldoende om in te slapen en je aan te kleden. Wel een eigen douche, dat dan weer wel. De machinekamer ligt er direct naast en is zeer indrukwekkend. 2x 4000 PK's staan er te brullen als de gashendels open staan en deze brengen deze 154 voeter op maximaal 22 knopen. We bestuderen de brug ook nog even en spelen wat met de 96 mijls radar en de op afstand bedienbare IR camera en schijnwerper. De indruk is echter weinig scheeps. Er zit een lullig RVS stuurwieltje op en de zetel is een soort bankje waar je met z’n tweeën gezellig de boel in de gaten kunt houden. Verder zien we wat beeldschermen en computers staan. Met de autopilot en volledige computergestuurde bewaking- systemen is er nog maar weinig meer te doen dan opletten of het allemaal wel goed gaat. Volgens Eddy is het varen op ruim water ook niet echt veel aan, behalve dan het meren en manoeuvreren, wat hij altijd op een kleine buitenbrug doet zodat hij de scheepswand goed kan overzien. Dan gaan we naar het achterdek waar met een grote hydraulische kraan de tender,  twee jet skies, twee kano’s en nu dan dus misschien ook  de twee bromfietsen aan dek kunnen worden gezet. Voor de laatste is echter nog geen veilige stalling mogelijkheid want the owner is er nog maar kort geleden mee aan komen zeulen. Direct valt ons oog op de, vlak achter de buitenbar gelegen hot-tub, die nu inderdaad heerlijk warm is. Als een goed gastvrouw heeft Mary snel de wijn in de koeler gezet en voor ons allemaal een handdoek en badjas klaar gelegd. Wij hadden voor de zekerheid maar even snel een zwembroek aan gedaan en laten ons in het ruime bad zakken. Er zouden nog wel 6 mensen bij in passen zonder tegen elkaar aan te hoeven zitten maar nu hebben we ruimte voldoende om onze benen eens goed te strekken en te genieten van de heldere lucht met sterren en de maan. We genieten van al dit moois en beginnen al te dromen over zo’n baantje! Eddy grapt dat hij wel een lichtje zal opsteken bij de owner, omdat ze zelf juist plannen aan het maken zijn om iets leukers te gaan doen. Geld verdienen zonder tijd te hebben om er van te genieten is weinig waard en het werk is helemaal niet zo leuk als het er uit ziet. Eddy zou het liefst met Mary een leuke bed en breakfast starten en af en toe deliveries doen. Ik word dan zijn maatje, besluit ik ter plekke! 

Weekje Amerikaans relaxen

We liggen erg duur in deze marina die onderdeel is van een luxe resort. Dat lossen we op door de boot 200 mtr. verderop voor anker te leggen. Het is een villawijk en achter een onbewoonde villa gaan we liggen. Daar vlak bij is ook een ander resort waar we gratis het enorme zwembad mogen gebruiken nadat we dat gevraagd hebben! Dagelijks liggen we langs en in het bad en laten Daan genieten van het spelen in het water. Ook gaan we een paar keer met de grote tender naar buiten om te snorkelen en mag Jeroen de duikuitrusting lenen om de boot schoon te maken.    

Op Grand Bahama, zo heet dit deel van de watersporttuin van de VS, doet Syl samen met Mary inkopen, ieder voor hun eigen boot. Een grote golfcar is net voldoende om alle boodschappen aan boord te krijgen.

Na een weekje is de vakantie van onze nieuwe vrienden weer voorbij en zijn ze druk met het opruimen en schoon maken van de boot. Morgen komt the owner weer, of nee toch overmorgen, nee alleen z´n vrouw etc. Uiteindelijk komt de vrouw van de eigenaar en hebben we nog een gezellige laatste borrel aan dek van het megajacht terwijl de Netjer vol met heerlijk vers drinkwater stroomt. De volgende morgen vetrekken we echt. Als we net buitengaats zijn komt de grote Tender van “Sensation” aangestormd en draait een rondje om ons heen, luid joelend en gekleed in een mega USA vlag felle kleding en een oranje Boa! Nooit geweten dat Amerikanen zo aardig konden zijn;-)

Netjer terug bij de vorige eigenaar

Ons volgend doel is een semi afspraak. We hebben veel eerder al ervaren dat afspraken op vaste punten erg vervelend kunnen zijn, omdat het weer en de omstandigheden een grote invloed op onze snelheid kunnen hebben. Nu hebben we met Carla, de vorige eigenaresse van Netjer, een afspraak gemaakt dat we langs zullen komen. Zij heeft een huis op Man-o- War, een piepklein eilandje dat bij Great Abaco hoort. Het ligt maar 100 mijl noord van ons maar de kortste route is 280 mijl, tegen de klok in of 320 mijl, met de klok mee. De laatste heeft echter meer stop mogelijkheden en de kans is kleiner dat we tegenwind krijgen. Het begint al bij het vertrek precies wind op kop en het weerbericht geeft niet veel beters voor de komende dagen. Syl, die op dat moment helemaal geen trek heeft in aan de windse koersen, stemt voor een rondje met de klok mee. Ik sputter wat, maar ga dan letterlijk overstag en we zeilen een paar uur voor de wind en dan moet de motor bij om op tijd voor anker te kunnen. Van de vele zandbanken is in de kaart weinig te zien. Dat geeft niks want men vaart hier met een soort tijdschriftachtig boekje waarin kaartjes als uit een spoorboekje staan afgedrukt. Er staat een lijst met waypoints die door lijnen met elkaar zijn verbonden. Je hoeft er alleen maar op te letten dat je op je track blijft! Zo varen de meeste boten tussen de vele zandbanken, ondieptes en rotsen door. Vier dagen worden we getreiterd door de wind die elke dag zo'n 60 graden ruimt en steeds weer recht op de neus verschijnt. Als klap op de vuurpijl begint het de laatste dag te regenen als we bij Man-o-War aankomen. Carla komt ons met een snelle motorboot tegemoet, die op dit piepkleine eilandje traditiegetrouw gebouwd worden, samen met Willem, haar zoon. Vaar maar achter ons aan, we weten de weg, roepen ze vrolijk vanonder hun kanariegele capuchons! Het bootje steekt hooguit 50 cm en ik houd angstvallig de dieptemeter in de gaten. Ze weten een creek waar meer grote jachten liggen en hebben daar een privé steigertje voor ons geregeld. Het is bijna hoog water en 50 meter voor de ingang, die steeds schijnt te verzanden, lopen we vast. Een vriendelijke man laat zich nat hozen terwijl hij met een stok het diepste punt zoekt, om ons de juiste weg te wijzen maar na drie pogingen en weer lostrekken, met de laatste zelfs onder forse helling, geven we het op. We zijn ook bang om ingesloten te worden als het volgend tij minder water geeft en vinden een mooring voor een vriendenprijsje. (10 USD/nacht) Het is een geweldig weerzien met Carla en Willem die we het laatst in Marmaris zagen toen we Netjer kochten. We bezoeken elkaar geregeld en eten samen. Ook ontmoeten we Barbara, de dochter van Carla en hebben een hele leuke tijd samen. We snorkelen op de omliggende banken en mogen bij Carla douchen, varen een paar keer met de speedboot naar naast gelegen eilanden en naar Marsh harbour op het "vaste land" Great Abaco. Op de Bahamas zit erg veel vis en er worden geregeld wedstrijden gehouden. De mannen pronken met soms wel meer dan 20 hengels aan hun snelle motorboten die ze voor de wedstrijd helemaal op en top verzorgd hebben. Na drie dagen hard varen en vangen worden de prijzen uitgereikt en eten de mensen hun vangst op. Helaas is het enige restaurant op het eilandje afgehuurd voor dit evenement en kunnen we er niet bij zijn. Kan het iets commerciëler? Ook zien we veel conch (spreek uit: konk) op de bodem liggen. Het zijn die prachtig roze schelpen waarin een enorme slak zit. Die zuigt met zijn sponzige vlees zich vast aan de zandbodem en filtert daar zijn voedingsstoffen uit. Als de conch volwassen is wordt hij eenvoudig van de bodem geraapt en deskundig gesloopt. Als we onze belangstelling hebben getoond voor dit gratis maaltje laat Carla ons er alles van weten. Ze komt met een speciaal voor dit doel gevormde hamer aan zetten en helpt bij het op de juiste plaats uitdelen van een ferme tik. Door het ontstane gaatje moet de spier van het dier losgesneden worden en dan valt het zo uit de schelp. We proberen het later ook een keertje en eten er een paar op. Het vlees is behoorlijk taai en heeft niet zo’n sterke smaak. Met wat groente en uit is er echter een heerlijke salade van te maken.

MoW is een beetje een bijzonder eilandje. Zo wonen er alleen blanke mensen en hebben de oorspronkelijke bewoners vrijwel allemaal dezelfde achternaam, (Albury) terwijl dagelijks een boot vol zwarte arbeiders het eiland bezoekt om te werken. De meeste huizen hebben geen slot op de deur en de mensen rijden er niet in auto's maar in golfkarretjes. Er zijn twee scheepswerfjes waar zei-l en motorbootjes worden gebouwd. Er staan veel houten huizen en ongeveer de helft wordt alleen in het winterseizoen bewoond. Rond het eiland zijn mooie riffen en stranden waar we heerlijk luieren, met Daan spelen en snorkelen. Toch moeten ook wij hier "gewoon werken" zij het zonder bijverdiensten. De weblog moet worden bijgewerkt, vluchten geboekt en hotels geregeld. We hebben namelijk na lang dubben besloten dat Jeroen alleen met Ron gaat oversteken naar de Azoren. We vinden het te riskant om met de kleine Daan de oversteek te gaan doen en zijn moeder is opvallend snel bereid om een paar weken op de camping bij haar ouders in Barcelona door te brengen. Jeroen baalt ontzettend, omdat hij zich erg had verheugd op een driemans oversteek. Een drie wachts systeem is immers veel gemakkelijker vol te houden. Even leek het er op dat Mary als derde "man" mee zou gaan maar dat is niet gelukt. Ook was het de bedoeling dat we Ron op Nassau zouden oppikken omdat daar het centrale vliegveld van de Bahama's is. 400 mijl varen en een stad waar niets te beleven valt plus wat meer rust hebben we weggestreept tegen de kosten van een paar lokale vluchtjes en een hotel overnachting voor Ron. Aan de andere kant is het ook wel goed dat Daan niet mee oversteekt. Hij zal het zich toch nooit herinneren en voor ons is het een hele zorg minder.

Zwaar afscheid nemen


Op 4 juni arriveert Ron geheel volgens plan en door een misverstandje in het tijdsverschil gaan Syl en Daan de volgende morgen al weer weg! Met een taxi breng ik ze samen met bagage en een kinderwagen naar het kleine luchthaventje van Great Abaco. Onverwachts slik ik de brok uit mijn keel weg te krijgen als ik mijn zoon van 14 maanden en mijn liefje achter de deur van het vliegveld zie verdwijnen. Ik zal ze opeens, na al die tijd samen op de boot, zeker een maand niet zien!!!

Een uur later ga ik met Ron aan de slag om de boot klaar te maken voor vertrek. We moeten de tanks nog vullen en de laatste boodschappen regelen. We varen nog een keer naar MOW omdat we daar toch langs komen. Er liggen nieuwe motorsteunen klaar want er zit een prima werf voor Yanmar onderdelen maar een pinautomaat is er niet. De volgende morgen gooien we los en vertrekken voor de reis naar Bermuda. Het is 7 mei 10 uur UTC. Bye bye Bahama's en bye bye tropische temperaturen! We hebben van je genoten.
Slideshow

Comments

Arjan on

Wauw, wat een heerlijke verhalen en wat een lekker ventje is Daan geworden zeg! Wij kijken er heel erg naar uit om jullie weer als buurtjes te begroeten straks. Eerst nog een feessie! Helemaal leuk. Veel plezier nog even met z'n drieën. Groeten van Arjan

jan en dineke alberts on

Prachtige verhalen. Wij redden het zelfs niet om borkum te halen. Misschien de volgende zomer. Het zal wennen zijn terug in het overgereguleerde nederlandje. In ieder geval hel veel succes gewenst in de toekomst.

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: