Twee maanden in Cuba

Trip Start Jul 01, 2006
1
75
76
Trip End Jan 07, 2010


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Cuba  , Santiago de Cuba,
Saturday, February 13, 2010

Cuba Zuidkust

Het duurt nog bijna een week voor we kunnen vertrekken. Het modem moet nog ingebouwd worden, de tanks gevuld en de verse voorraden ingeslagen. Het stuurkompas blijkt leeggelopen en het weer is nog niet goed. Als dat allemaal in orde is vertrekken we naar Cuba. We leggen 20 graden voor naar Santiago de Cuba (SdC). Na zo´n 70 mijl motoren krijgen we wind. Dan begint vroeg in de morgen de vismolen te ratelen. Na een kwartiertje werken waarbij de vismolen soms over zijn eigen tandwielen wordt getrokken hijsen we een 1,35 mtr grote vis aan dek. Hij heeft prachtige mooie groene, gele en blauwe kleuren en een hele mooie waaiervin op de rug. We nemen het boek er bij en zien dat het een vrouwtjes Dorade is. Syl spuit alcohol in haar kieuwen en Jeroen snijdt daarna een gat boven de kieuwen. Ze gaat het gangboord in en op het hete dek gaat Jeroen aan de slag. Het valt niet mee om het grote dier op de slingerende boot in stukken te snijden maar we krijgen toch een kilo of tien verse vis in de koelkast. Daar kunnen we vast de arme Cubanen blij mee maken zeggen we tegen elkaar terwijl we zelf genieten van een heerlijk malse vismaaltijd. Later lezen we dat je moet zorgen voor vlijmscherpe messen en de vis zo min mogelijk moet laten opwarmen. Dat scheelt dagen in de houdbaarheid. De Cubanen die we ontmoeten blijken maar matig geïnteresseerd in onze vangst.

We hebben de wind precies op de kop en kruisen richting Guantanamo bay. Je mag er naar binnen varen maar moet je dan wel melden bij het stukje USA dat daar ligt. Je moet dan direct doorvaren tot je weer in Cubaans water bent. Er schijnt alles te zijn wat een Amerikaan verwacht, tot een Mc. Donalds aan toe! We kiezen toch maar voor het echte Cuba; 10 mijl voor de ingang van de baai gaan we overstag en zetten de motor weer bij. Het koelwateralarm gaat af want de vervangen impellor blijkt van een verkeerd type. 8 van de 12 lippen zijn afgebroken en ik peuter ze op volle zee uit de buizen van de koeling. Vroeg in de avond lopen we de baai van SdC binnen. Welkom in Cuba, klinkt het door de marifoon in redelijk Engels. De havenmeester knippert met de terreinverlichting om ons te laten zien waar we moeten zijn. Gaat u maar voor anker meneer, morgen kunt u binnenkomen om in te klaren. Dat blijkt een halve dag te duren: Gezondheid en Hygiene, Guarda Costa, Port Authority, Immigration, en de Customs. Terwijl we 135 cuc (ca. 120 euro) moeten neertellen, wordt de boot tot op de kiel geïnspecteerd. Als de douane de boot wil controleren op drugsbezit is Daan juist in slaap gevallen. We vragen of het een uurtje later mag en hopen zo ook gelijk onder de grondige inspectie uit te komen. Het leidt slechts tot vertraging en een veel nauwkeuriger inspectie. Een ervaren inspecteur haalt de hele werkplaats tot op de bodem leeg en twee jongens trekken de halfwinder uit de slurf! Een takje tijm gaat mee voor nader onderzoek! Als we hadden gewild hadden we wel wat plekjes geweten, maar los van het feit dat het smokkelen van drugs niet in onze aard ligt, is het risico groot dat je gepakt wordt en de straffen ongenadig. "Welcome in Cuba" horen we nog in onze oren klinken! Een goede tip, zo hoorden we later van de Seraglio, is om aan te lopen tegen het eind van de middag. Het personeel wil dan graag op tijd naar huis!

Dan gaan we de omgeving verkennen. De marina ligt tegen een berg aan en je kunt er alleen uit door een grote steile trap te beklimmen, erg handig met een kinderwagen. Het geeft het idee van een zwembad uit de jaren vijftig, veel beton, spekgladde tegels en verkeerde afmetingen. Op een afstand lijkt het allemaal heel luxe maar eenmaal dichterbij valt dat toch tegen. In de marina mogen geen Cubanen komen. Zo beveiligt men tegen ontsnappingspogingen en handel met rijke toeristen. Cubanen zelf moeten met de lokale peso's betalen, wij met de peso convertibele (CUC), die zo'n 25 peso’s waard is! 1 CUC komt overeen met 1 USD. Het leidt tot veel vreemde gebeurtenissen.

Op straat staan een paar auto´s geparkeerd. We zien de eerste oldtimer van dichtbij en er naast staat een dikke Audi Quatro van, naar schatting, zo'n 10 jaar oud. Daar weer naast een Lada uit de tijd dat de Sovjet Unie hier hulp bood. De oude Amerikaanse auto's zijn overblijfselen uit de tijd voor de revolutie, waarin rijke Amerikanen hier leefden. De Cubaan moet ze meestal starten met een schroevendraaier of een elektrische knop op het dashboard want de sleuteltjes liggen in Amerika. We zagen ook vrachtautootjes met een hangslotje door het knopje van de deur.

Een jongen heeft ons gezien en komt al naar ons toe lopen. Uitermate vriendelijk worden we door de 16 jarige jongen meegenomen naar een groen huisje. Recht tegenover de zij ingang van de marina en uitgenodigd voor een “you come drinking rum”. Grote luidsprekers, een stereotoren, een eettafel en een veel te grote luie stoel en een grote kleuren TV vullen het kleine huiskamertje. Aan de wand prijken vele landsvlaggetjes, waarschijnlijk van de vele jachtbemanningen die hier al over de vloer geweest zijn. Ook Nederland is vertegenwoordigd. Eerst herkennen we de gastvrijheid van Brazilië maar al gauw gaat het ons allemaal net iets te vriendelijk. We voelen ons eigenlijk helemaal niet vereerd en zijn behoorlijk op onze hoede of het allemaal wel vertrouwd is. De aandacht voor Daan is ons véél te enthousiast voor deze nog zeer onbekende mensen. De moeder van de jongen is druk in de weer met wasgoed en maakt eten klaar. Voor we er erg in hebben zijn de twee dochtertjes er met Daan vandoor naar de speeltuin aan de overkant en als we hem geschrokken weer terug halen leidt dat al tot groot commentaar: “No worry, you baby is okay!” De baas des huizes is er niet en de zoon doet met zijn moeder samen het woord, zij stelt de vragen en hij vertaalt ze naar een soort van Engels. Via bekende voetbalnamen en de rum komen we al gauw op alle diensten die de familie voor ons kan doen. Ze bieden complete maaltijden aan, diesel, groente, fruit, drinkwater en kunnen goedkope taxi´s regelen. Ja ja, dat kennen we wel zo langzamerhand maar wat is goedkoop? Voor een nieuwe impellor moet ik bij vader Pedro (Pai) zijn maar die is er vanavond pas weer. Door het verschil tussen de lokale munt kunnen ze waarschijnlijk alle basis levensmiddelen heel goedkoop inkopen en verdienen flink aan de verschillen. Na het bezoekje laten we de jongen een taxi regelen. Via een gsm telefoon staat met tien minuten een oude Lada voor de deur te ronken. Daan´s kinderwagen past net in de kofferbak en als we een prijs willen afspreken zegt de jongen dat het “okay” is, maar wat het bedrag nu zal worden weten we niet? We willen eerst naar een bank om geld te halen maar hij wil ons niet in het centrum afzetten. We benadrukken de chauffeur dat hij dan pas morgen pas zijn geld krijgt en dat is okay. 4 CUC.

In de stad zijn we eveneens wat verbaasd en overvallen door de vele indrukken. De mensen zijn erg gesloten en weinig vriendelijk. De straten blijken helemaal niet geschikt voor een wandeling met een luxe kinderwagen. We zien wel meer mensen met kinderwagens en ook die worstelen met te smalle stoepjes, ruwe keien en hoge randen op de hoek. We zoeken een leuk eettentje maar vinden niks anders dan een hotel dat een terras heeft op het dak. We lazen al dat alle hotels en restaurants van de overheid zijn en ons valt op dat het personeel niet vriendelijk is en erg traag werkt. Het eten is ronduit slecht tegen Europese prijzen. Voor een bordje vette friet en wat sla en tomaat betalen we zomaar 20 CUC. Een stuk kleffe pizza kost 10. We worden als echte toeristen behandeld en apart gehouden van het lokale volk en dat voelt als een soort gevangenis waar je even vrij mag rondlopen. Als we aan een willekeurige auto om een taxiritje vragen krijgen we geregeld een teleurgesteld gezicht en een gebaar naar de kin. Dat betekent “mag niet van de baard” (Fidel). Een legale, keurig nette taxi brengt ons voor 5 CUC weer terug naar de haven waar we precies voor donker arriveren. Direct schiet Pedro ons tegemoet en informeert naar onze wensen. Ik geef de gebroken impellor en vraag of hij aan een nieuwe kan komen. “No problem” is de reactie, “but tomorrow”. We spreken af de volgende dag bij hen te komen eten. Onze dinghy ligt er nog en we gaan aan boord van Netjer voor de nacht. Die we weer voor anker hebben gelegd.

Opnieuw gaan we met een taxi naar de stad. Hetzelfde mannetje brengt ons weer. Gelukkig rijdt hij heel rustig want voor Daan hebben we geen stoeltje mee. In de auto´s zitten immers toch geen gordels. De deur wordt met een touwtje vast gehouden en de achterklep met een stok open gezet. Met een wat ruimere boog wandelen we om het centrum heen en direct verandert onze indruk. We luisteren naar een Cubaans straatbandje en bezoeken een museum. De eerste plek waar Fidel Castro naar de macht greep is te bezoeken, de kogelgaten zitten nog in de muren en we zien een zaal vol trotse foto’s van de lijken van neergeschoten machtshebbers onder het vorige gezag. De bakker kan alleen met lokale munt worden betaald maar is beperkt tot 1 broodje per persoon. We betalen 2 peso’s en dat is 8 euro cent. Voor een ijsje moet je echter weer Cubaan zijn, een product waar de locals wel een half uur in de rij voor over moeten hebben! IJs  is beschikbaar om een uur of 4. In de toeristen restaurants, voor de locals zijn geen restaurants te vinden, betalen we gewone Nederlandse prijzen voor kip of varkensvlees. Groente is er bijna niet te koop, maar weer wel op de markt. In winkels met Pan Americana op de gevel vinden we de “luxe” producten. Nog steeds weinig keuze, maar wel beschikbaar. Wat opvalt is dat veel planken leeg zijn. De prijzen zijn ongeveer gelijk van wat we in Nederland gewend zijn, het voordeel voor ons is de koers, 1,22 cuc/euro. Gelukkig hadden we van Wite Raaf, een Nederlandse boot die eerder Cuba bezocht, 800 euro’s kunnen kopen en dat scheelde ruim 20% want de euro kun je hier natuurlijk niet opnemen en de credit card wordt weer met 10% toeslag belast! Pas als we de buitenwijken wat doorscharrelen begint het genieten. Geen zeurende bedelende locals, maar sombere gezichten die genieten van dat kleine beetje wat ze hebben.

+Er rijden meer dan 50 jaar oude auto's rond uit de tijd dat die nog uit Amerika geïmporteerd werden. Nu vind je veel Lada's, Seat's en ander Russisch voertuigspul. De mensen zijn zeer creatief met het bedenken van technische oplossingen. Zo kon onze impellor wel nagemaakt worden (van messing) en heeft een vrachtwagen een hangslot door een gat in de drukknop van de deur om de cabine af te sluiten. Benzine en diesel kosten 1 cuc en een taxirit van een kilometer of 15 met een nieuwe auto, 7 cuc. Er valt wel af te dingen maar meestal verontschuldigd men zich voor de controles in de directe omgeving! Er is veel “policia” op straat en we voelen ons erg veilig. De,mensen leven vrij gespannen, zo is onze indruk. Internet vinden we alleen in de hotels en het is schreeuwend duur. Je koopt een kraskaartje en kunt voor 3 cuc een half uurtje werken. Storingen en uitval en trage verbinding zijn allemaal inbegrepen. We eten die avond bij Maria. Terwijl de radio keihard aan staat serveert zij de hele tafel vol met gerechtjes. Het is werkelijk indrukwekkend hoe zij van een paar simpele basisproducten zo veel variatie weet te toveren. We eten sla met tomaat en ui, zoete aardappel, gefrituurde aardappel en vis. Een kopje koffie maakt het af. Maria bood ook aan om de was te doen en we krijgen alles keurig gevouwen weer terug. Vlekken die er al jaren in zitten blijken opeens verdwenen! Bij het afhalen van de was geven we onder andere een grote fles haarconditioner voor zwart haar. Daar lijkt ze heel blij mee maar we merken dat ze het verbergt, zowel de fles als haar reactie.

De 3e dag ligt de hele haven vol met ruwe olie, gemorst door een tanker die de raffinaderij, vlak achter de marina, bevoorraad heeft. Wij verkiezen bij voorkeur altijd een ankerplaats als ligplaats en dat mag hier alleen vlak voor de marina. Je moet hier dan ongeveer de helft betalen van de gebruikelijke liggelden, zo´n 10 CUC per dag. Het regent de hele dag en we zien sommige yachties aan hun boot poetsen om de dikke laag zwarte drap er weer vanaf te krijgen. Het schijnt dat de olie het polyester langzaam oplost! Als we willen gaan afrekenen en ons vertrek aankondigen geven we aan dat we niet gaan betalen omdat de hele boot onder de olie zit en we helemaal geen faciliteiten tot onze beschikking hebben. Er is een vieze wc, de steigers zijn ruim 2 meter hoog en vies, en het is de vraag of we de olie überhaupt nog van de boot kunnen krijgen. Een klacht bij deze verplichte marina, er is geen enkel alternatief, leidt tot een verbazingwekkende reactie. “Wij gaan de boten schoon maken” , leg ´m maar in de marina. We checken nog even of we dan alsnog liggeld moeten betalen maar dat is niet het geval.

Nog 1 keer gaan we naar de stad en krijgen de smaak langzaam te pakken. We wijzen twee Amerikanen de weg en maken samen gebruik van de taxi en genieten van een eerder door ons gespot restaurantje waar wel lokale mensen eten! Het is een soort Argentijnse grill, een stukje buiten het centrum in de omgeving van het Fidel Castro museum waar tegenwoordig ook de TV studio is gevestigd.

De volgende dag ga ik nog 1 keer naar Pedro. Hij heeft een hele lijst boodschappen gedaan en die ga ik afhalen. De beloofde impellor heeft hij niet kunnen vinden maar hij wil wel de zoektocht betaald hebben! Ook heeft ´ie een hele dag een bromfiets moeten huren voor de boodschappen, 25 CUC! De boodschappen worden uit een veel grotere voorraad geplukt en zorgvuldig gesorteerd wat voor welke boot is. Er blijkt voor 3 schepen inkopen te zijn gedaan. Als ik zeg dat hij beter 2x een taxi had kunnen nemen schiet hij uit zijn slof. We schonken hun eerder al wat zeep, rum en diverse kledingstukken maar daar wordt geen woord meer over gezegd. Nog geen gracias kan er van af en ik vermoed dat deze man er eerder een slaatje uit slaat dan dat hij het echt zo slecht heeft! Uiteindelijk betalen we wel wat hij verwacht behalve de huur van de bromfiets waar hij ons van te voren niets over verteld had. Die moet ´ie maar door de andere klantjes laten betalen! En de impellors? “a real big problem, no Yamaha here!” (Had ´ie nou begepen dat we een Yanmar hebben?)

Voor de derde keer gaan we met een illegale taxi naar de stad. ´s Avonds als we in het donker terug komen schieten de tranen ons bijna in de ogen. De schoonmaakactie heeft alleen maar meer iritaties opgeleverd. Een mannetje is 3 uur aan het poetsen geweest met dieselolie en 1 doekje en heeft de zwarte laag als het ware over de witte romp verspreid en nu zit de hele dinghy van binnen ook onder de smurrie. De romp is veranderd van zwart / wit in een wat egalere grijze laag die er helemaal niet meer van af wil. De portier weet nergens van en gefrustreerd maken we in het donker bij een zwakke straatlantaarn zelf de dinghy schoon op de steiger. De olie wassen we met diesel weg en vervolgens zetten we de hele boot in de waspoeder. Het wordt een gore zooi op de steiger maar de dinghy is weer redelijk schoon. De volgende morgen komt het mannetje weer en wil de dinghy weer te water laten! Dat dacht ik dus niet! Hij zegt dat een nieuwe golf olie al zijn werk weer verprutst heeft maar dat hij het helemaal voor elkaar zal krijgen. Met een oude waterfiets probeert hij het ergste nog een beetje weg te poetsen en ik help ´m daarbij om de boel een beetje in de hand te houden. Als we de haven willen verlaten blijkt opnieuw de hele papierwinkel te moeten doorlopen worden. Ze komen allemaal weer naar de boot en we krijgen de paspoorten voorzien van een visa voor 1 maand. Verlengen kan na die maand en kost opnieuw 25 cuc pp. Voor de boot kopen we de verplichte cruising permit waar alle aangelopen controleposten in vermeld worden. Steeds moeten we opgeven waar we naar toe gaan en dat wordt op de permit bijgeschreven want stel je eens voor dat we tussen door nog even naar Jamaica piepen! In totaal zijn we voor twee maanden 210 cuc kwijt aan autoriteiten, een record in onze reis. Het heeft ook een voordeel, we kunnen er van uitgaan dat onze Netjer drugs en Cubaan vrij is. Dan gooien we los maar worden weer teruggeroepen. Bij de cruising permit hoort nog een lijst, hij wordt ons keurig op de steiger aangereikt door een toegesnelde beambte.

Met de Pilot naar Chivirico

De eerste haven die we willen aandoen is de kleine baai van Chivirico. De pilot (boek met havens en ankerplaatsen) van Nigal Calder is 10 jaar geleden voor het laatst uitgegeven en de enige die er is, zeer volledig maar erg vermoeiend opgesteld. Terwijl Calder aanbeveelt om met de klok mee het land rond te zeilen beschrijft hij zijn eigen tocht tegen de klok in. Wij volgen zijn advies en bladeren ons een ongeluk. Gebrek aan overzichtskaartjes levert een enorme puzzel op. Het gebied dat wij bevaren is ook lastig te beschrijven want Cuba heeft aan de zuidkant een ketting van wel 1000 kleine eilandjes. Er tussen lopen routes, canals genoemd en die geven uiteindelijk maar beperkte mogelijkheden om er tussen door te varen. We lazen van andere weblogs dat er glashelder water, mooi koraal, volop lobsters en mooie strandjes te vinden zijn. Allereerst doen we echter de 100 mijl langs de zuidkust naar Cabo Cruz. We lopen een klein baaitje bij Chivirico aan. De beschrijving in de pilot is werkelijk fantastisch en net zo spannend als het smalle gat in het koraalrif waar we door moeten varen. We lezen over een baken dat tussen twee rijen bomen gevonden moet worden en alleen zichtbaar is als je precies zoveel graden vaart en andere aanwijzingen als een roestige paal en een palmboom die boven de andere uit steekt! Het blijkt warempel allemaal te kloppen maar aan 1 positie en een aanloopkoers hadden we ook voldoende gehad. De gebruikelijke kaarten die we in C-Map hebben blijken geen details te bevatten. Wel hebben we digitale kaarten van een ander systeem dat alleen op de laptop draait. Gelukkig heeft Calder wel GPS posities opgeven en na wat puzzelen wennen we aan zijn schrijfstijl. De kleine kaartjes maken het verhaal compleet. Precies vóór de avond valt ons anker en hangen we de muggennetten snel op. Mangroves zijn garantie voor muggen die weer ziektes kunnen overdragen. Vooral de kleine Daan, die nog niet overal tegen gevaccineerd kon worden, wordt goed beschermd met een eigen klamboe.

Met de dinghy varen we naar een huis waar een man zijn motor met zijspan repareert. We lopen langs een zandweg naar het dorp. Het is een rare gewaarwording. We komen langs hutjes van golfplaat en hout waar mensen in wonen. Varkens struinen door de blubber en magere kippen dralen op droog kaalgevreten gras. Een vrouw met een baby begroet ons. We zien dat de luiers van katoen zijn en haar handen zwart van het werken in de grond. In het dorpje is 1 Pan Americana en 1 restaurant met afhaal loket. We proberen een maaltijd te kopen maar het restaurant is dicht en het loket gaat ook pas om 15 uur open. Als er wat regen valt bezoeken we de bibliotheek. We lijken de enige toerist maar men is het kennelijk wel gewend. Er wordt niet veel aandacht aan ons geschonken als we met Daan door het dorpje sjouwen. In Chivirico staat een hotel op een berg. We klimmen er naar toe en bovenop aangekomen worden we geweerd van de heerlijk ruikende keuken. Het hotel is alleen voor kinderloze bezoekers en Daan willen we nog niet de tuin in sturen om buiten te laten wachten! Jammer, want het zag er heel gezellig uit en we hadden niet het idee dat de gasten last van Daan zouden hebben, integendeel. Het brengt ons op het idee dat de mensen hier helemaal niet commercieel zijn. Zij verdienen er immers zelf niks aan.

Marea del Portillo

De volgende morgen gaan we weer verder en varen over onze oude koerslijn weer naar buiten. De pilot beschrijft 2 hotels waar je kunt douchen en lekker kunt eten. Het is al donker als we binnen varen maar de ingang is ruim en de tonnen zijn goed verlicht. Het strand loopt ver de baai in en we ankeren bijna een halve mijl uit de kust omdat het te ondiep wordt. Als we met de dinghy naar het strand varen moeten we de laatste honderd meter zelfs lopen omdat het te ondiep is. Een keurig nette man met een aktetas onder zijn arm komt naar ons toe en zegt dat we pas aan land mogen als hij onze papieren heeft gezien. Ik zeg ze wel even te zullen halen en wil al weer weg gaan maar Syl roept me terug, want hij wil ook de boot inspecteren. “Dat hoeft niet hoor, we zijn in Santiago al helemaal gecontroleerd” probeer ik nog, maar nee hoor, hij moet en zal aan boord! Ik zeg dat ie dan wel mee mag varen en begin te waden door het ondiepe water, de dinghy achter mij aan sleurend. Twijfelend staat ie daar op zijn keurige zwart gepoetste schoenen maar trekt ze toch uit en stroopt zijn broekspijpen hoog op en komt achter mij aan. We varen het hele stuk weer naar de Netjer en klimmen aan boord. Shit, Syl heeft de sleutels in haar tas! Gelukkig weet ik een manier om in mijn eigen boot in te breken en open het kajuitluik van binnenuit. We zitten wel een uur vraag en antwoord te spelen en hij schrijft alles op wat je maar bedenken kunt. De hoogte van de mast en het gewicht van de motor, de diesel en water voorraad en de lengte van de dinghy. Alles noteert hij in het Spaans op een blanco A4 tje en als hij klaar is vraag ik of ik een kopietje mag maken? Later zal blijken dat we succesvol vele vragen in de volgende havens weten te voorkomen door simpelweg het gekopieerde a4 tje af te geven. Als we terug zijn op het strand heeft Syl met Daan de boel al verkend. We kunnen vrij het ressort in al lopen de mensen wel met polsbandjes om. We leggen wat contacten en horen dat er twee groepen Canadezen zijn. 1 uit Montreal en 1 uit Quebeck. We genieten van het mooie zwembad en kijken naar de mensen die er zoal rondlopen. Het hele hotel lijkt op de hoogte van de zeilers met baby en we worden vaak aangesproken. Vooral Daan krijgt veel aandacht en laat zich die stralend welgevallen. Een vrouw meent dat we best aan kunnen schuiven bij het buffet maar ik koop toch maar twee polsbandjes voor 15 CUC. We eten ons buikje rond aan het uitgebreide buffet en gebruiken ook de inbegrepen cocktails tot 6 uur. Dan is ons arrangement al weer voorbij en gaan we terug naar de boot om Daan in bed te stoppen.

De wind is behoorlijk toegenomen en we zien op de weerkaart dat er weer een koufront nadert. We liggen hier onbeschut en we gaan direct ankerop naar de andere kant van de baai, waar de mangroves zijn. Na een paar uur geankerd trekt de wind aan tot maar liefst 50 knoop en zachtjes glijd ons anker door de blubber naar de aan lij liggende struiken. Met de motor bij en de ketting er nog in slepen we de boot tegen de wind in naar de hoge kant en ankeren nu met twee ankers in een V vorm. Dan liggen we als een huis en slapen als een roos na deze onverwachte zware klus. De wind blijft behoorlijk staan achter het koufront en we blijven nog een dagje. Precies tegen de avondschemering komt een klein houten bootje groente, fruit en eieren aanbieden. We geven geld, rum en zeep. Dan vraagt de vrouw naar babykleertjes. Haar dochter is 7 maanden zwanger. Syl komt in actie en stelt een pakket samen met kleertjes, lakentje, flesje etc. Dit leidt tot grote blijdschap in het houten bootje. Morgenochtend komen ze als dank vis brengen, maar wel voor het ochtendgloren. Ze mogen niet gezien worden en kijken ook in het donker steeds zenuwachtig om zich heen. Het gaat kennelijk zo illegaal als het maar zijn kan maar we helpen elkaar wel op deze manier. Geschenkjes komen hier veel beter op zijn plaats dan bij Pedro.

Cabo Cruz

Deze plek ligt aan het meest westelijke puntje van de zuidkust van Cuba. Met de zuidkust wordt dan alleen de meest zuidelijke kustlijn bedoeld die aan de oostkant van het vaste land ligt. Het is een baai achter een rif met een dominante vuurtoren op de kant. Het water is erg helder en we kunnen zo een geschikte plek zien zodat het anker mooi in een zandplaat komt te liggen ipv in de plantenbodem waar ons anker niet zo goed in houdt. Het is tegen de avond en we genieten van de zonsondergang en de prachtige lichtspelingen tegen de vuurtoren. De volgende morgen komt moeizaam een houten bootje met 3 mannen aangeroeid. 2 zijn militairen, de derde, een keurig nette man verscholen achter een enorme zonnebril. Hij blijkt later te zijn geronseld om als tolk te fungeren. Ze komen even aan boord en willen de boot inspecteren. We protesteren een beetje en zeggen dat dat al gedaan is. Dan maar een praatje en een drankje. En of we ook iets nodig hebben? Nu hadden wij al gehoord dat je hier niet aan land mag maar met een baby zal dat toch wel anders zijn? Die moet verse groente hebben en de poepluiers moeten van boord anders krijgen we inderdaad beestjes! Via de tolk krijgen we te horen dat we vanmiddag om 3 uur op de marifoon antwoord zullen krijgen. Het is al half vier als we onze vermoedens bevestigd krijgen, absolute stilte uit de luidspreker. De nood dwingt ons om zelf op stap te gaan en we varen met de dinghy naar de wal. Een kleine kade ligt bezet met enkele roestige visserschepen. Een bewaker vliegt naar de kade en maakt ons duidelijk dat we verkeerd bezig zijn. Ja maar… We gaan naast de afgesloten haven aan land en binnen tien minuten staan de militairen naast ons, allen gewapend met een mondkapje! Ze begrijpen ons Spaans niet en we gebaren alleen een rondje te willen wandelen. Er wordt een superieur ingeschakeld en we moeten even wachten. Na een kwartier staat dezelfde zonnebril weer voor ons. Het is een uiterst vriendelijke man, maar hij kan niks meer dan ons begeleiden naar een restaurantje. Winkels zijn hier helemaal niet en we mogen niet met een vervoermiddel daar naartoe. Natuurlijk is onze drang naar avontuur nog niet beantwoord en we vragen door naar het restaurant. Daar zullen ze toch ook wel wat groente hebben voor de kleine baby? We mogen mee naar het restaurant en zodra de deur, waar de militairen zich tegenover hebben opgesteld, goed gesloten wordt verandert de sfeer. De zonnebril gaat af en de man blijkt met 1 oog te kijken. Hij is tevens de baas van de tent en veranderd op slag naar een open karakter. We praten wat over Nederland, en baby´s. Hij heeft ook een kleintje thuis en we laten heel voorzichtig blijken dat we wel wat eten willen bestellen maar eerst de prijs willen zien want we hebben niet veel geld op zak. Het is allemaal “no problem” maar een menukaart is er niet. We krijgen een drankje aangeboden en bestellen wat eten. Groente is er niet dus Daan krijgt een potje dat we meegenomen hebben. Een serveerster met zwarte netkousen en een veel te kort rokje hangt werkloos aan de bar. Ze lonkt wat naar een paar mannen die zich te goed doen aan bekertjes rum. We eten wat vis en groente. Het is een saai tentje met airco en met een schuine blik zien we beneden de militairen die de deur goed in de gaten houden. Aan de zijkant van het tentje spelen jongens cricket met een stok en een prop papier. De voorkant heeft een balkon dat afgesloten is met kippengaas. Vast niet tegen de duiven! Ik kan er op stappen zonder enig commentaar en kijk uit op de haven. Een paar mannen laden zware bakken vis op een karretje. Het ziet er nogal stiekem uit. Het balkon biedt ook een prachtig zicht over de baai. Van hieruit kunnen ze dus de boel goed in de gaten houden en tegelijk een drankje drinken. Als we het eten op hebben heeft Syl aan de baas heel voorzichtig laten blijken dat we wat babykleertjes voor hem hebben. Het ene oog begint te glunderen en zijn wangen gloeien helemaal op. We stoppen vlug de kleertjes in een tasje op een stoel onder de tafel. We hoeven helemaal niks te betalen! Als we echter de tent verlaten mislukt de truc. De serveerster komt ons achterna omdat we een tasje zijn vergeten en duwt het weer in onze hand! Onder begeleiding van de militairen slenteren we weer naar de dinghy en schieten mooie plaatjes van Netjer tegen de ondergaande zon. Bij een Franse buurboot horen we welke van de duizenden eilandjes de mooiste zijn, want de pilot geeft daar geen duidelijke informatie over. De volgende morgen gaan we naar Cayo Grenada waar we alweer het volgende koufront op zullen wachten.

Het zijn behoorlijke afstanden en natuurlijk staat er weer geen wind en brommen we zo maar weer 60 mijl verder naar het noordwesten. Er zou hier een NO wind vanaf het vaste land moeten staan maar ook hier is het weer behoorlijk van slag. Tussen de eilanden zijn geulen die canals genoemd worden. Ze verbinden de eilandjes met elkaar en bieden eigenlijk de enige veilige weg tussen de miljoenen rotsen en zandbanken door. De canals zijn goed betond en zelfs verlicht. Ze corresponderen met de gegevens in C-Map. En samen met de pilot er bij is het goed te varen. Sommige stukken kunnen we zeilen, andere motoren we omdat de wind het laat afweten. Op Cayo Grenada zetten we gelijk twee ankers uit om gerust te kunnen slapen. De volgende dag blijkt dat het koufront een dag regen oplevert en de wind heel erg mee valt. Het eilandje heeft weinig meer te bieden dan een veilige ankerplek en er schijnt een strandje te zijn. Er zijn mangroves en dus krijgen we tegen de avond bezoek van muggen.

Cayo Algodon Grande

Al weer 40 mijl noordwest waards vinden we een beschutte plek voor het volgende koufront. Volgens de pilot zou hier helder water zijn en een strand aan de noordkant waar je door een kanaaltje kunt komen en dan nog maar 100 meter lopen over het land. We hebben het niet zelf geprobeerd maar een andere boot kwam teleurgesteld terug. Er is niks daar! Het water waar we in liggen is helemaal niet helder en hartstikke koud! Er zitten kwallen en we hebben niet eens trek om het te gaan proberen. Het koufront passeert terwijl we ons aan boord een beetje vermaken met Daan. We beginnen ons af te vragen of we er wel goed aan gedaan hebben om deze route te kiezen. Van andere schepen horen we hoe ze zich laten verwennen op de San Blas eilanden. We liggen in de baai met een Duitse catamaran. De eigenaar is wel een bijzonder mannetje. Hij heeft het op Jamaica voor elkaar gekregen om helemaal niet te betalen voor de baai in Port Antonio! Er zou een vrij recht op ankeren zijn!

Cayo Cuervo

Na al weer een dag varen komen we in deze grote baai binnen. Er zouden lobsters aan de zuidkant en een mooi strand aan de noordkant zijn, aldus het stel Fransen, dat hier al vaker is geweest. We zien al van ver dat er allemaal masten staan! Zou hier dan dat prachtige plekje zijn waar we al weken naar zoeken? De masten blijken een stuk of 10 grote roestige viskotters zoals we ze ook wel op de waddenzee zien. We zien geen enkel ander jacht en vinden een plek om rustig te ankeren.

We verkennen de grote baai in 2 dagen met de dinghy en snorkelen wat af maar zijn niet erg onder de indruk van het zicht en het water is behoorlijk fris. Bij 1 van de viskotters ruilen we voor een fles rum een grote zak garnalen, 4 lobsters en nog een paar flinke vissen. De boten komen van Cienfuegos, zo'n 200 mijl hier vandaan. Relatief moeten de vissers een vrijheid ervaren al is er geen andere weg dan weer terug naar huis waar ze zich met de vangst zullen moeten melden.

Met een dag of 3 houden we het weer voor gezien en met een nieuw koufront in de voorspelling vertrekken we naar Cienfuegos. We maken enorme snelheid omdat de wind flink doorzet en het ondiepe water geen ruimte biedt voor hoge zeeopbouw. Ook hebben we soms wat stroom mee en meten we een nieuw record. In slechts 19 uur leggen we 115 mijl af, een gemiddelde snelheid van 6 knopen.

Cienfuegos, Trindad en Manicaragua.

Cienfuegos is gelegen aan een baai. Ook hier bewaken de autoriteiten langs de smalle ingang wie de baai in en uit vaart. Het voelt weer als constant toezicht, zoals je in een gevangenis vind. De aanloop is prachtig en de marifoon blijft zwijgen terwijl we bij het ochtendgloren de baai inzeilen. Een groot vrachtschip komt ons in de smalle geul tegemoet, maar we hebben de koffie al op en zijn goed wakker om Netjer veilig langs het grote schip de baai in te zeilen. Aan de overkant van de baai is de marina. We worden opgevangen en er begint weer een klein circus met vragenlijsten en inspecties. We mogen aan de betonnen steigers blijven liggen maar de beste plekjes blijken al bezet. Als hier een koufront overkomt is de haven lagerwal en stuiter je zo een meter op en neer. We leggen Netjer na een rustige dag en afspoelen met zoet water maar voor anker,al worden de ligkosten er niet veel lager van. We verkennen het stadje maar daar is in het weekeind niet veel te beleven. Het is een paar kilometer lopen en we maken een taxiritje in een karretje dat door een paardje wordt voortgetrokken. We struinen wat rond en proberen uit de toeristenstroom te ontsnappen. Er zijn ook veel niet zeilers en het lukt ons een paar keer om een praatje te maken met de lokale mensen. We huren een auto en rijden naar Trinidad. De auto is echt duur, voor 50 dollar per dag krijgen we een weliswaar vrij nieuwe auto mee. En dat is exclusief de benzine. Die wordt wel berekend, voor 1 dag huur moeten we een hele tank benzine betalen ongeacht wat we verbruiken. We lossen het op door de niet verbruikte benzine af te tappen en voor de BB motor te gebruiken! Het aftappen doen we midden in de stad en direct willen lokale bewoners het kopen! Ook goed, zolang het maar ten gunste van de mensen is en niet van de staat. Maar eerst gaan we op weg. De wegen zijn goed geasfalteerd en we komen geregeld langs controleposten. We bezoeken een botanische tuin waar we heerlijk met Daan wandelen en genieten van de vele reusachtige bomen en planten. Aan het eind van de middag komen we aan in Trinidad. Het is een oud stadje vol koloniale huizen. De straten zijn met keien geplaveid, opdringerige verkopers bieden van alles aan. Van colablikjes die tot autootjes en fotocameraatjes zijn verbouwd tot houtsnijwerk en rieten poppetjes. Ook veel oldtimer auto´s van papier machee, prachtig gelakt en muziekinstrumentjes zoals trommeltjes en uitgeholde noten met rijstkorrels er in. Een straatjochie wijst ons een casa particular en houd direct zijn hand op. Het is helaas niet wat we zoeken en hij kan ons ook niet verder helpen. Toch vinden we zelf een mooie plek in een oud huis met goede bedden. Het huis is prachtig onderhouden in de oude stijl. Betegelde wanden en muurschilderingen. Als de zon valt zitten wij op een terras dat bovenaan een grote trap een prachtig uizicht geeft, de omgeving en alle ervaringen te verwerken. De volgende morgen maakt de gastvrouw maria een geweldig ontbijt en zitten we prinsheerlijk in de achtertuin te genieten van de stilte. Een vogeltje zingt en fladdert om ons heen, we bewonderen het mooie roodstenen metselwerk. Dan is het tijd om weer verder te rijden. We rijden door het mooie landschap naar Manicaragua. Het is daar helemaal niet toeristisch en dat is nu precies wat we zoeken. We zien maar weinig vrolijk kijkende  mensen. Een lange rij wacht op de verkoop van vlees en brood. Ze krijgen uitgereikt in ruil voor een stempel op een kaart of tegen betaling met locale peso’s. Als ik in de rij voor brood sta en aan de beurt ben levert de vraag naar 6 bolletjes er niet meer dan 2 op! Iedereen moet kennelijk zelf komen! Met Syl en Daan gaan we opnieuw in de rij, en ja hoor, 6 broodjes! Bij de vlees en groente is het veel drukker. Een jonge vrouw heeft ook een baby’tje en we zien een duidelijk onderscheid, in onder meer de kleding en in de kwaliteit van de kinderwagen! Syl is tegenwoordig gewapend met weggeef babyspulletjes en we zien de gezichten opgloeien van blijdschap. Midden in het stadje staat een sigarenfabriek. Achter kippengaas zien we een soort klaslokaal vol met werkende mensen. Het zijn vooral jongere mannen en vrouwen die de bladen snijden en inrollen. Bij de ingang zit een dame die de binnenkomende en uitgaande arbeiders registreert. Ook op vertoon van Daan mogen we niet naar binnen, maar het kippengaas biedt voldoende zicht om Daan te laten sjansen en voor ons om een vlugge blik in de fabriek te werpen. Het ziet er bedrukt uit. De mensen zitten geconcentreerd te werken maar zijn allemaal even afgeleid als Daan door het gaas  de aandacht trekt. We zien lange rijen tafels met aan elke tafel zo´n 6 medewerkers. Boven elke tafel hangen twee neonbuizen. Sommigen snijden de bladen alleen, anderen rollen ze in tot een steeds dikker wordende sigaar. Weer anderen doen er een bandje om of stoppen ze in de kistjes. Als je het zo ziet stelt het eigenlijk niks voor maar het schijnt jaren te duren voordat je een goede sigaar kunt rollen.

Via de provincale weg komen we bij een snelweg aan. Het is een hele brede snelweg waarvan de lijnen grotendeels ontbreken. Er staan wel wat borden maar echt duidelijk wordt het niet. We zien vrachtauto's rijden die in Nederland echt de weg niet op zouden mogen en op het kleine stukje snelweg zien we 2 x een verkeerscontrole. Gelukkig worden we er niet uit gepikt en weten we de juiste afslag te vinden. Door het binnenland vervolgen we de route en komen langs rietsuiker plantages. Die zijn met muren omheind en de toegang is een grote stenen poort als was het een kasteel. Onderweg scoren we nog wat vers fruit en groente en ´s avonds slapen we weer aan boord. De twee ankers die we veiligheidshalve hebben gelegd zitten in elkaar verward maar de boot ligt nog keurig op z'n plek.

Cayo Sal en Cayo Largo

De volgende dag doen we nog wat boodschappen en vertrekken naar het eilandje Cayo Sal om onze speurtocht naar het jenever heldere water voort te zetten? We leggen de boot voor anker en speuren met snorkels en dinghy de baai af maar zien niks meer dan plantengroei op de bodem. Op het weinige koraal dat er is staat het wrak van een cat geparkeerd. Er zit geen stalen schroef meer op en het blijkt een huurboot te zijn geweest. We hijsen vroeg in de middag het anker weer op en zeilen naar Cayo Largo. De zeekaarten die we gebruiken zijn van C-Map. De set is bijgewerkt tot aug. 2009 maar de aanloop van Cayo Largo klopt voor geen meter. We zien veel rode en groene boeien en krijgen een tip via de marifoon van een andere Nederlandse boot. Helaas is de communicatie niet zo duidelijk en lopen we toch nog vast. Er blijkt een tweede geul te zijn gegraven voor diep stekende jachten. Wij hadden achteraf gezien gewoon de oude geul moeten aanhouden. De nieuwe situatie hadden we ook kunnen zien in de vectorkaarten die we van heel Cuba hebben. Die kun je echter alleen met Max Sea lezen, een navigatieprogramma waar we nog niet aan gewend waren en wat we ook nog niet geïnstalleerd hadden. Cayo Largo is een toeristeneiland. Er wonen alleen Cubanen die er werken in de toeristen branche. Ze mogen na 2 maanden werken een maand naar huis. De jachthaven is voorzien van alle faciliteiten die toeristen wensen. Je merkt wel dat de mensen er gedwongen zijn om te werken. In de korte gesprekjes die we met ze hebben, vertellen ze meestal als eerste dat ze hun kinderen missen. Maar ja, hun baan hier levert veel meer op dan een baan in hun eigen woonplaats.  Na een paar dagen marina hebben we het trucje door. We gaan voor anker in de baai en gaan met de dinghy aan wal. We genieten van strandstoelen in ondiep water en kijken hoe de massa's toeristen zich vermaken met zwemmen met dolfijnen en para-gliden achter een speedboot. Jeroen maakt twee mooie duiken en weet nu ook hoe het er rond het eiland onder water uit ziet. Hij ziet weer wat mooie nieuwe vissen waaronder een enorme rog van meer dan een meter breed en ervaart bovendien hoe de Cubanen duiken. Eigenlijk niet veel anders. De veiligheid staat ook hier voorop en de begeleiders zijn erg geduldig. Tijdens de duik gaan Syl en Daan met een toeristenbus, er zijn namelijk geen andere, gewoon mee naar resort Sol Cayo Largo en schuift gewoon aan bij de buffetten en in het zwembad. Jeroen komt na de duiken mee met een paar Canadezen die zonder ticket gewoon de bus in mogen. De controle was immers op de heenweg. De hongerige maag van de duikers wordt gretig gevuld aan het eindeloos mooie buffet. Samen buiken we uit aan het grote zwembad en Syl geniet nog even van een heerlijke massage. Moet ze nog voor betalen ook! En zo krijgen we toch een prettig gevoel bij dit melkkoetje van de staat Cuba. Het is dat gevoel dat weer goedmaakt wat we eerder als oneerlijk hebben ervaren. Achteraf gezien komt het onprettige vooral omdat geen van de mensen waar je iets aan betaalt er iets mee op schiet, en dan met name dat we daar pas na een poosje achter komen hoe het systeem in een communistisch land nu werkt en wat voor invloed dat op ons heeft. Al het geld dat er in om gaat, gaat naar de staat die vervolgens nauwkeurig bepaald wat er voor het volk over blijft en dat is bar weinig.

Canal de Rosario

19 maart 2010 Na een klein weekje genieten gaan we weer verder westwaarts en zeilen tussen de koufronten door, die nog steeds om de 3-5 dagen over komen en ons soms harde noordwesten wind en regen geven. Na 24 mijl varen we het Canal de Rosario in. Het ligt tussen twee eilandjes door en is ca 5 mijl breed. We gaan voor anker tussen wat andere jachten. We zien twee Fransen en wat lokaal verhuurde catamarans. Er komen twee mannen in een roeibootje. Of we ook vis willen en wat rum of ander koopwaar hebben. Morgen kunnen we komen kijken naar de apen, die zij verzorgen en ze kunnen ook wel lobsters regelen. We gaan twee dagen later bij hun eiland kijken en krijgen een rondleiding naar de flamingo's. Na een uur struinen over paadjes van opgedroogde kleigrond, staan we bij een meer en zien zegge en schrijve 3  roze vlekken weg schieten. Het is een moerasgebied en de vogels zijn erg schuw. De mannen hebben uitgelegd dat ze hier zijn om de apenkolonie in stand te houden. Die worden hier gekweekt om dierproeven mee te doen voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Sinds Amerika alle banden met Cuba heeft verbroken, is dit 1 van de problemen waar het land mee kampt. Deze mannen leven in een houten hut omdat het stenen huis door een hurricane is weggevaagd. Ook deze mannen, de meeste komen van Isla Juventud, zijn 2 maanden hier en dan 1 maand thuis. Als ze worden afgezet, krijgen ze etensvoorraad mee en daar moeten ze het mee doen. Het enige voordeel dat we ontdekken is de enorme voorraad lobsters die onder de rand vlak naast hun hut leven. In ruil voor wat babyspulletjes, een fles rum en wat batterijen krijgen we een emmer vol verse lobsters. We smullen die avond van de gegrilde schelpdieren en mijmeren over het bestaan van de mannen. Ze hebben dan wel vrijheid hier op zo’n eiland maar dat is toch ook maar relatief, want er is verder helemaal niks te doen! De apen schijnen 's nachts te komen als hun eten klaar staat, wij hebben ze niet gezien. Zouden die ook lobster eten?

Nadat de weerkaarten een opening bieden gaan we ankerop en vertrekken voor de 350 mijlen naar Havanna terwijl het hemelsbreed een kleine honderd mijl is. De route loopt langs de kust en gaat rond de westkaap van Cuba.

De pilot van Nigal Calder beschrijft 3 kapen die gerond moeten worden. Waar de stroom precies loopt en hoe die te ronden, is echter niet te vinden. We hebben een ruwe kaart met stromingspijlen die de Yucatan street bestrijkt. We lezen dat de hele Caribische zee door dit 100 mijl brede straatje wordt geperst en dat er tot wel 7 knopen stroom KAN staan! Rond zo ´n kaap verwachten we dus de stroom. Als we de kapen gerond zijn staat er wel stroom maar tegen i.p.v. mee en nadat we zo'n 50 mijl weer richting het noordoosten hebben gevaren en de wind recht tegen staat kruisen we een flink eind de straat in. Daar zal toch een fikse stroom moeten staan? We bestuderen de kaart nog eens goed en zien dat de golf van Mexico hier ook een invloed zal hebben en er langs de kust een flinke tegenstroom kan zijn. Omdat de wind ook tegen staat steken we aan de wind tot wel 10 mijl buiten het rif de straat in maar de stroom blijft tegen. We vragen het aan een Amerikaans vrachtschip dat passeert maar die zegt geen apparatuur te hebben om stroom te meten. Wel horen we dat de snelheid over  de grond 2 knopen lager is dan door het water! Tegen dus! Pas voorbij de aanloop van Santa Lucia begint de stroom ons te helpen en hebben we 2 tot 3 knopen mee. We hadden al eens van een Amerikaan gehoord dat je dan in het midden van de straat moet zijn. Maar die vertelde ook dat als de wind daar tegen staat, je er echt niet moet varen. De zee wordt dan heel hoog en stijl. Het is nog 70 mijl varen naar Santa Fe, de haven waar de marina Hemmingway ligt en waar de jachten moeten liggen als ze Havanna willen bezoeken. De laatste mijlen valt de wind weg en neemt de stroom ook weer wat af.

 

Havanna

Als we voor het smalle geultje aankomen melden we ons op de marifoon. Een vriendelijke stem verteld dat het te gevaarlijk is om naar binnen te varen. Enkele lichten doen het niet en de marina is “closed”. Hoe goed het Engels ook bedoeld is, ik wil hier niks van snappen en vertel dat we prima equipement hebben om door de geul naar binnen te varen. Inmiddels hadden we al een stalen ton nog geen 30 cm boven water ontdekt op de plek waar de aanloopboei moet liggen. De stem wordt nu iets minder vriendelijk en meldt dat het verboden is om naar binnen te varen. Ze zijn gesloten! Nog 1 keer probeer ik dat we met een baby zijn en dringend water nodig hebben en hier geen enkele plek is om veilig te overnachten!. No sir, you have to stay outside till the morning. “You can anchor on the reef!” er volgt een positiemelding en daar kunnen we het mee doen. Vlak naast het geultje laten we 30 meter ketting zakken. Ik hoor niks meer dan geknars en gekraak onder de boot maar doordat de wind en stroom vrijwel weg zijn liggen we alleen maar te rollen op de swell en blijft de boot op zijn plek liggen. Syl houdt bijna de hele nacht alleen de wacht. Als het licht wordt verschijnen twee zeiljachten in het westen. Het zijn de “Santa Maria” en de “Live”. Die hebben in Santa Marta overnacht en wisten waarschijnlijk al van de nachtelijke sluiting! Vlak voor ons varen ze de haven in en worden ook nog voor ons ingeklaard! Het circus duurt maar 2 uur en de mensen zijn erg vriendelijk. We krijgen een ligplaats aangewezen. De marina bestaat uit een 3 tal kanaaltjes die dood lopen. Als we het juiste kanaal in varen blijkt het maar net breed genoeg om met 40 voet te kunnen keren tussen de gemeerde schepen in. Het kanaal is een kilometer lang en onze plek is helemaal achteraan aan bakboord (BB). Onze landgenoten liggen aan stuurboord (SB) bijna vooraan en de douches zijn aan BB, ook vooraan. We twijfelen geen moment en gaan lekker bij de Nederlandse schepen liggen, in tegenstelling tot de aangewezen plek. Direct komt er geschreeuw vanaf de overkant en wij houden niet van geschreeuw in havens! Dus grijpen we de marifoon maar er komt geen reactie! We leggen de boot aan SB aan en later legt de havenmeester uit waarom hij ons ergens anders heeft geplaatst. Dat is gemakkelijker met je baby! Dan hoef je maar 1 km te lopen ipv 2! We zijn blij met het idee maar niet dat hij dat niet even overlegd heeft. We mogen toch wel zelf kiezen waar we willen liggen? Deze plek heeft geen water en stroom, probeert de man nog. Maar dat hebben we nu juist helemaal niet nodig! Het gevoel dat alles hier voor je bepaald wordt en je hebt te doen wat ze je voorzetten. Dat bekruipt mij ontzettend. Ik heb dan de neiging om de grenzen op te zoeken. We horen ook nog dat je niet met de bijboot mag varen na 18 uur! Die moet dan het water uit. En wanneer douchen wij meestal??? Als we weer een beetje gewend zijn aan het gevangenis leven onderzoeken we de mogelijkheid om Havanna te bezoeken.

De tweede dag vieren we Daan zijn eerste verjaardag. Hij is heel blij met het plastic kasteel dat Syl al voor een habbekrats in een ijzerzaak op Jamaica had gekocht, waar allerlei voorgevormde blokken in passen. We bakken een taart met zijn naam en 1 kaarsje er op en zingen luid, maar doordat we het feestje met z’n zessen vieren wordt het de kleine Daan iets te veel. Gelukkig haalt hij net het huilen niet maar lachen kan hij veel beter! We vervolgend de dag met een bezoek aan het luxe hotel dat naast de haven staat. Er is een zwembad voor de deur en je kunt er vanaf de straat zo in lopen. We zien rijke Cubanen die duidelijk uitstralen dat ze het goed hebben, overdreven zelfs met gouden kettingen en dure zonnebrillen. We spreken met een Cubaans stel die met hun kindje in het zwembad is. Zij ziet er zeer verzorgd uit en ook bij hem ontbreken de dikke buik en glitterend goud niet. Herhaaldelijk probeert hij uit te leggen hoe ze hier in gevangenschap leven. Zijn vrouw is afgestudeerd psychiater en werkt in een gevangenis, tegen een salaris van 500 pesos, zo´n 20 US$ per maand, een bedrag waar wij twee flinke pizza´s van kunnen kopen! Hij werkt zelf als advocaat voor een mexicaans kantoor en verdient zo´n 400 US$ zodat zij dit luxe leven kunnen leiden. Ze zouden graag naar Spanje emigreren maar dat is een procedure waar ze 5 jaar mee bezig zullen zijn. In die periode moet zijn vrouw haar studie minstens hebben terugverdient want die is geheel door de staat gefinancierd. Tevens gaat de deur achter ze dicht en kunnen ze nooit meer terug naar hun geboorteland. Met Daan en hun kindje spelen we wat in het zwembad en Daan gaat weer vroeg naar bed. We verwerken onze ervaringen en proberen ons voor te stellen hoe het is om in dit land te leven, hoe zouden deze mensen tegen ons aan kijken met ons luxe jacht?

We kiezen voor de bus en ontdekken een merkwaardig systeem. We stappen in een gloednieuwe zeer moderne kleine minibus waar we niks voor hoeven te betalen? Op een overstap plek zien we een grote dubbeldekker die echter weer niet bij ons geplande hotel komt. We nemen maar een taxi en laten ons in het oude centrum afzetten. Er blijken drie soorten bussen te zijn. 1 is van het model citytour zoals je ze ziet in grote Europese steden. Het is een dubbeldekker die op de bovenverdieping open is. Die verbindt de toeristische binnenstad met de wijk waar de meeste hotels zijn. Een dagrit kost 1 cuc en je mag zo vaak als je wilt op en afstappen. Dan zijn er nog twee minibussen, 1 naar de oostkant van de stad, die via een tunnel naar een strand gaat, en 1 naar de westkant die bij Hemmingway stopt. Langs de routes staan veel grote hotels. De controles en kaartverkoop gaan uit van bezoekers die vanaf hun hotel of uit het centrum een rit wil maken. Stap je dus bij Hemmingway op. Dan vraagt niemand naar je kaartje. Wil je echter terug dan moet je eerst een kaartje tonen of kopen bij de chauffeur. De verwarring is compleet als we vele bussen moeten laten gaan. Die zijn alleen voor locals! In de oude binnenstad is het echt geweldig. De oude gebouwen zijn zeer indrukwekkend en we voelen ons er erg veilig. Wel wordt je vaak aangesproken door verkopers maar daar waren we al aan gewend. Het is al weer een uur of 3 als we op zoek gaan naar een plaats voor de nacht. Nadat we de prijzen van de hotels hebben gezien worden we nieuwsgierig naar de kwaliteit van een casa particular. die zijn in het hart van de stad niet zo goed te vinden en als Syl er even alleen op uit gaat en ik, met Daan in een parkje blijf wachten komt ze na een uur met een kleine oudere vrouw terug. Ze stelt zich voor als Rosa en het valt me op dat ze steeds op een afstandje blijft. Als we haar volgen brengt ze ons naar hun huis waar we voordelig kunnen overnachten. Als we door de stad sjokken loopt Rosa aan de overkant van de straat. Waarschijnlijk is ze erg voorzichtig omdat het contact tussen locals en toeristen vroeger verboden was. Zij blijkt een zeer grote aanhangster van Castro te zijn. We komen bij het huis aan.San Juan de Dios, vlak bij Monseratte. Het is een flat met enorm grote stalen trappen. Er zijn open verbindingen met een garage waar auto's met lekkende uitlaten in en uit rijden. Aarzelend sjouwen we de bagage en kinderwagen naar de tweede verdieping. De verdiepingen zijn enorm ruim opgezet maar het appartementje heeft niet veel meer dan een bejaardenflatje. We maken kennis met Ariel, die apetrots foto's laat zien uit de tijd dat de revolutie begon. Viva Fidel en zwart wit foto's uit de tijd dat Castro aan de macht kwam. Grote foto's van Che Guavara en kalenders pronken aan de wand. Hoog in de kamer staan op een stalen frame enorme vaten drinkwater. Er komt een kopje koffie op tafel, gezet op een gasbrander die de hele dag aanmag blijven. Het gas is kennelijk van de staat. Ook niet zonder trots showt Ariel een Sony Mavica camera waar 3,5 inch. diskettes in moeten! We worden gefilmd en het biedt ons de kans om een paar foto's te maken. De kamer is niet veel groter dan het bed en Daan zijn kampeerbedje. We slapen er goed maar na 1 nachtje willen we wel wat anders zoeken. We leggen het uit en betalen 30 Cuc. Het karige ontbijtje is inbegrepen. Ariel heeft uitgelegd dat ze voor het runnen van een casa particular een vergunning moeten hebben. Die kost hun 200 Cuc per maand. Als ze niet voldoende gasten krijgen moeten ze er dus wel bij in schieten! Rosa sjouwt met ons wel 10 plekken af maar steeds is het vol of bevalt het ons niet. Door Rosa haar inspanningen komen we achter deuren waar we anders echt niet hadden durven aankloppen. Uiteindelijk geven we de speurtocht op en proberen nog een paar hotels. De meest luxe kosten meer dan 200 cuc per nacht. We kiezen uiteindelijk voor een paar nachten in het allereerste Hotel “Valencia” voor 30 cuc hebben we een zeer sfeervolle kamer van maar liefst 11 x 13 mtr. met alle gemakken en comfort. Het heeft een geweldige sfeer en we voelen ons zeer verwend. We bezoeken wat leuke plekken in de stad en kopen sigaren voor Ron, die onze opstapper gaat worden naar de Azoren. We bezoeken een mooi klooster en doen de hele busrit door de oude stad. Ook gaan we naar de thuisbasis van Ché Guavara aan de overkant van de rivier. Een taxi brengt ons er heen en als enige bezoeken we het grote maar bijna verlaten kasteel. Het heeft een geweldig zicht op de stad en ligt zeer strategisch om de stad tegen aanvallen vanaf zee te beschermen.

Dan verkassen we na 2 nachten nog een keertje. Een jochie op straat heeft ons getipt bij Rene en Daisy. Voor al weer 30 cuc hebben we een leuke kamer en wordt alles gedaan om het ons naar de zin te maken. Het is een gezellig, Spaans gezin, er zijn 2 kamers beschikbaar en het is gelegen in de straat Merced, vlak bij de waterkant aan de haven. Hier is het veel leuker dan bij het eerste casa particular. We bezoeken ook een sigarenfabriek. Het is een zeer commerciële bedoening. Waar we eerst nog geen mogelijkheid hadden om de fabriek te bezoeken  moeten we opeens voort maken en worden onze jassen en tassen ingenomen. Allemaal zeer gehaast en worden we in een groep geduwd. Een onverstaanbaar Engels moet ons de weg wijzen. Ik probeer een foto te maken en wordt afgesnauwd dat dat hier niet mag. Zeer geïrriteerd door de onverstaanbaarheid en het tempo waarmee we door de fabriek gejaagd worden en vooral ook het kudde gedrag. Je bent toerist en je hebt mij te volgen! Na nog twee stiekem gemaakte foto´s word ik als een klein kind gesommeerd de camera af te geven. Ik sta het niet toe en loop bij de groep weg, stik dan maar lekker in je rondleiding, ik wil hier weg! Wat op de foto´s niet te zien is is de benauwde lucht en de drukkende omstandigheden waar de mensen in moeten werken. Waarschijnlijk mag dat niet naar buiten worden uitgedragen.

De komende dagen genieten we nog een paar keer van de gezellige terrasjes en de mooie pleintjes en het warme gele licht waarmee de compleet gerenoveerde gebouwen zijn aangelicht. Andere gebouwen staan er verwaarloosd bij en opnieuw stoor ik me aan het idee dat al deze investeringen alleen goed voor de staat zijn. Alle hotels hier in Cuba zijn in eigendom van de staat en dat geeft ook een vreemd gevoel.

Na nog 2 nachten hebben we het wel gezien in de mooie stad en gaan we met een oude taxi, een Lada die bijna uit elkaar valt, weer terug naar de bus. Die brengt ons weer naar marina waar Netjer nog braaf gemeerd ligt. De veiligheid is erg goed in Hemmingway, het klopt met het gevoel in een gevangenis te leven. Je mag je vrij bewegen binnen de bestaande ruimte maar wordt continue in de gaten gehouden. Bewakers sjouwen de hele nacht over de pier en bedelen soms om een sigaretje of een fooitje. Na 2 dagen maken we ons klaar voor vertrek en als de wind gunstige neigingen heeft, een NW die heel even weg is moeten we gebruiken, verlaten we Cuba.

Samengevat

Wat een bijzonder land hebben we de afgelopen twee maanden bezocht en wat een indrukken om zo´n communistisch systeem van dichtbij te ervaren! Wij hebben het wel gezien en zouden, als we het over konden doen, alleen Havanna en Cayo Largo (en misschien Cienfuegos) hebben bezocht. We hebben nu wel veel pech gehad met de koufronten en bijbehorende tegenwinden en zo toch 875 mijl afgelegd. Best pittig, omdat we bijna alleen aan de wind (of op de motor) gevaren hebben. We verheugen ons nu op de geneugten van de “ westerse wereld” op de Bahama´s!
Slideshow

Comments

Eileen Leahy on

The photos are so good. Great to see you all looking so good, cool and happy. Dan is a beauty. The artical looks so good it makes me think about learning Dutch. Love you guys.

Jan Derickx-Belém-Pará-Brasil on

Om een lang(overigens interessant verhaal) kort te maken, een vriendengroet vanuit Brasil.Bewonder jullie aventuren en moed om de tegenwerking op water of ter land, te overwinnen. Geniet van alles en good luck met alles. Tchau,tchau. Jan derickx

TS on

Ik ben jaloers!
Kon ik maar zo lang in cuba blijven!
Ach ja, school afmaken, en dan in de vakantie kan ik gaan! :D
nou ja, volgend jaar als ik mijn Havo heb gehaald mag weer een maandje naar cuba :D

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: