Jamaica by car

Trip Start Jul 01, 2006
1
74
79
Trip End Jan 07, 2010


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Jamaica  ,
Thursday, February 4, 2010

Jamaica by car

1e dag vrijdag 5 februari 2010

Terwijl Syl op Daan en de spullen past haalt Jeroen de gehuurde auto even op. (20000 J$ voor 5 dagen) Dat duurt al ruim een uur want de verhuurder wil niet snappen dat we een volle tank mee willen omdat we de Blue Mountains in gaan. Lever 'm maar weer leeg in, dat doen wij altijd zo! Na drie keer zeuren wordt de tank gevuld en spreken we af 'm ook weer vol terug te brengen. We worden nog door havenmeester George gewaarschuwd voor het links rijden en vooral voor aanrijders die aan de huidskleur zien dat we geen locals zijn. We bestuderen de kaart en LP en kiezen voor een rondje tegen de klok in. Met z’n drieŰn rijden we Port Antonio uit in westelijke richting. Al vrij snel wordt de slechte kuilen weg een luxe 2 baans Highway. Je moet wel oppassen met inhalen maar het wegdek is breed en zeer nieuw, er is geen gat in de weg te bekennen. Later horen we dat dat per provincie sterk verschilt. Gewapend met een wegenkaart en afdrukken van ge downloadde LP (Lonely Planet) hoofdstukken gaan we op zoek naar een leuke plek voor de nacht.

Bij de Prospect Plantation, zo’n 10 kilometer voor Ocho Rios, stoppen we even om te zien wat er te zien valt. Die blijkt bijna uitgestorven te zijn omdat er geen cruise ship in de haven ligt. We zien een enorme kar waar toeristen op worden rondgereden, voortgetrokken door een tractor langs de diverse plantages.  We kunnen wel een rondrit krijgen maar dat kost dan 15 dollar p.p. Terwijl we eigenlijk alle bomen en planten al eerder gezien hebben. We besluiten de plantage gewoon in te lopen en er is niemand die er wat van zegt. We zien inderdaad de beloofde planten en bomen. Bananen, kokosnoten, cacao, ananas, peper, koffie, cassave, en ackee. We volgen simpelweg de weggetjes waar het meeste afval langs ligt en kunnen wel raden hoe zo’n tour er uit ziet. Men kapt een kokosnoot en snijd een ananas open. De schillen donder je gewoon over je hoofd. Als we de route gelopen hebben staan we weer bij de kar met tractor. Vriendelijke medewerkers wachten geduldig tot we met de auto het terrein verlaten en geven ons nog een fles bevroren drinkwater, en we mogen Daan even op een tractor zetten om wat foto’s te schieten. Jeroen herinnert zich het beeld van een foto waarbij hij zelf op een vakantie ook zo gefotografeerd werd!

Dan gaan we op zoek voor een plekje voor de nacht. We belanden in Ocho Rios, aan de kust van de drukke badplaats vinden we het "Marine View Hotel". Het is verwaarloosd, er is geen restaurant bij en de kamer grenst aan een zwembadje waarvan de pomp stil staat en het water er vies uit ziet. De zee is er vlak naast maar niet te bereiken want er is geen trap naar het strandje waar bovendien alleen maar troep op ligt. Jeroen zal in de stad wel even wat Take Away food gaan scoren. Op straat wordt veel gebbqt in een over de lengte open gezaagde oliedrum, een typisch Caraibisch model grill met de tweede helft als deksel met een schoorsteentje er op. Jerk chicken en Jerk fish, is wat er uit komt rollen, maar in het donker is de kip niet als zodanig te herkennen en de stapels rauwe kip liggen er vlak naast! Dus wordt het in de rij staan bij fastfood restaurant Big Mama. Het duurt bijna een uur voor hij aan de beurt is en het personeel is snel ge´rriteerd als je het systeem van de winkel niet begrijpt. We eten die avond toch nog kip met kleffe frieten en koolsla.

2e dag zaterdag 6 februari

De volgende morgen kopen we wat boodschappen in de Cost U Less supermarkt, die we nog herkennen uit St. Maarten.  Het moet dienen als een soort ontbijt want we willen een eind de bergen in rijden. Ook vinden we een verfzaak waar we witte 2 componentenverf kopen. Het blijkt zeer goedkope autolak!

Vandaag is de verjaardag van Bob Marley en dat schijnt een geweldig feest te zijn. Het blijkt een heel eind rijden maar de behoefte om iets te zien wint het van de inspanning om er te komen. De weg slingert door de steile bergen en de bordjes ontbreken bij diverse kruisingen. Na 3 uur rijden en zoeken bereiken we het dorpje Nine Mile. Nog voor de handrem is aangetrokken trekken opdringerige rasta’s de deur van de auto open en willen ons rondleiden. We blijken er pal voor de deur te staan en een man weet de immens grote poort open te krijgen en we kunnen het mausoleum zo betreden. We voelen ons erg ongemakkelijk bij al deze ongewenste aandacht maar na het sluiten van de poort valt dat ook direct weer van ons af. We lopen door een soort kasteel met stenen trappen en gebouwtjes. Voor 15 US$ mogen we het lichaam aanschouwen en moeten we ook nog een keiharde band aanhoren die vlak naast de opgebaarde Marley een hoop kabaal staat te maken waarbij de reggae niet te herkennen is. Het “verjaarsfeestje” zal pas ’s avonds beginnen en daar willen we al lang niet meer op wachten. Later hoorden we dat het feest helemaal niet door ging want de geluidsinstallatie bleek defect! De wijde omgeving staat stijf van de ganja dampen (wiet) en we zijn met een kwartiertje al weer vertrokken uit dit dorpje dat overeind gehouden wordt door de opbrengsten van het Mausoleum. We trekken ons plan om hier niet te overnachten en weer weg te gaan. Marley ligt er vast wel en van sommige mensen horen we dat de wens van de familie eigenlijk helemaal deze belangstelling niet is. We volgen de eindeloos lange slingerweg door de bergen weer en komen via Claremont, Golden Grove en Lydford, in de omgeving  van ons hotel aan dat wel wat boven ons budget zal zijn maar misschien is het wel een heel mooi hotel waar we Syl d’r verjaardag kunnen vieren?

Na opnieuw een fikse zoektocht dwars door een steenafgraving heen komen we op een weggetje dat niet op de kaart staat. Het blijkt dwars door een afgraving van kalkrotsen te gaan en de weg wordt steeds slechter. We zien de roestige resten van een soort spoorlijntje waar karretjes overheen gereden hebben. De weg eindigt bij een bewaakt gebied en de bewaker zegt dat we nog maar 5 mijl hoeven. De glimlach bij het horen van het woord “Hotel” viel ons nauwelijks op. Vlak voor het vallen van de avond komen we opeens op een prachtige lokatie uit: Murphy Hill”. Helaas is het hotel er niet meer omdat de eigenaar al 8 jaar dood is! Het blijkt nu een boerderij te zijn die “gerund” wordt door een broer die we in de 70 schatten en zijn 2 zoons. Die zijn echter altijd weg en hij heeft er met zijn leeftijd weinig trek in. Het uitzicht is prachtig, hoog bovenop een berg voelen we ons de koning te rijk, zo’n mooi uitzicht over de oceaan en Ocho Rios. De kamer blijkt een lang geleden opgeknapte koeienstal te zijn. Er zijn ooit plafonnetjes in gehangen maar de platen hangen overal door vanwege het vocht. Er is vrijwel geen ventilatie dus zijn de kamers erg vochtig. De oude baas is zeer bereidwillig maar een enorme viespeuk. Met grote zorgvuldigheid mogen we zelf wat water koken in de keuken, die de omvang van een hotelkeuken heeft. Kakkerlakken vergezellen ons tijdens het verwarmen van het water. Ons eigen water wel te verstaand want het aanwezige water vertrouwen we niet. De geur bederft onze trek in een beker zelf meegebrachte noodles. Er zal weer geen ontbijt zijn, maar de oude man wil wel een kop koffie zetten. Dat slaan we veiligheidshalve maar af. Het zwembad is er wel maar het water is zo te zien al maanden groen. “Morgen ga ik het verschonen hoor, nu eerst de koeien binnen halen.” We slapen al vroeg en Syl heeft een onvergetelijke vooravond van haar verjaardag gehad, maar nog wel het een en ander tegoed!

Derde dag zondag 7 februari; Syl jarig!

De volgende morgen zijn we bij het licht worden, om 06:30 al op. Na Daan zijn voeding gaan we op zoek naar een plek om te ontbijten. Er blijkt een andere weg te zijn naar Ocho Rios en in een half uur staan we voor een zeer luxe hotel, Island Village. We genieten van een vorstelijk ontbijt met verse koffie, jus d’ orange, ackee(lokale vrucht), gebakken eieren met toast en een groentegerecht.  Ook kunnen we hier de mail checken en halen een paar verjaarsmailtjes binnen. Leuk!

We zijn het avontuur snel vergeten en rijden na een uurtje uitbuiken de bergen weer in. Eerst volgen we de grote weg die parallel aan de kust loopt. Dan slaan we bij Buff Bay een zijweg in, de B1, die door de Blue Mountains naar Kingston leidt. De omgeving is prachtig en we genieten volop. We hoorden al diverse malen dat deze weg dicht is maar wisten niet vanaf welke plek, en langs deze weg ligt ook een mooi SPA hotel genaamd “Starlight” Health and SPA, aldus de gids. De weg wordt steeds smaller en als we stoppen voor een korte voeding schieten er al weer mensen op ons af om iets aan te bieden. Het is een vreemde gewaarwording om negers in de koude bergen tegen te komen. Een jongen stelt zich netjes voor en wil ons wel gidsen naar een plek waar je kunt mountain biken! We moeten er wel een beetje om lachen want hij heeft geen idee of er voor Daan ook een fiets zal zijn! Nadat we gisteren 20 kilometer op de verkeerde weg hebben gereden vragen we geregeld de weg. We zitten goed en komen een jonge vent op een brommer tegen. Hij rijdt ons voor, een joint hangt aan zijn lip en zijn ogen kijken wazig. We houden natuurlijk flink  afstand maar hij doet voorzichtig. “Ja man” Ongevraagd rijdt hij wel 15 kilometer voor ons uit en wacht bij elke bocht. Dan komen we bij een wegversperring! Grote keien blokkeren de weg en er vlak achter is een gapend gat te zien in plaats van 50 meter wegdek! De brommerjongen vertelt dat het niet ver meer is en dat het gat in de weg is geslagen tijdens een hurricane in 1998. We moeten de auto keren op de smalle weg en met een aanloop en plank gas tegen een zeer steile helling op. Een andere auto gaat ons voor en als we zien dat het hemlukt wagen wij het er ook op. Het weggetje is maar 100 meter lang en gaat bijna net zo stijl weer omlaag als omhoog. Dan nog een paar kilometer over een blubberige weg met plassen  omdat er geen zonlicht op valt. We komen aan bij het Spa kuur Hotel. Er zijn geen gasten en een kamer komt op 95 U$ voor een King Size bed. Er is ook massage en een zwembad, een whirlpool en een sauna. Helaas blijken deze faciliteiten allemaal afwezig op het moment, stuk, niet gereserveerd of te koud! Jammer voor Syl, die een massage als verjaarscadeautje had gevraagd!

 We genieten hier wel van de prachtige rust en de sfeer die de beheerster weet te brengen. Ze kookt erg lekker maar uiteraard alleen op bestelling: “you want fish or chicken?” Ook hier is geen uitgebreidere menukaart te vinden. Het goede nieuws is dat we vanaf hier een goede weg hebben naar Kingston. We vreesden nog een keer over de steile zandweg te moeten maar nadat het de hele nacht geregend heeft! Zo kunnen we ons geplande rondje rijden en langs de oostpunt weer terug naar de boot.







Vierde dag: maandag 8 februari

We wandelen nog wat in de mooie omgeving. Wat een rust heerst hier hoog in de bergen waar je de wolken soms kunt aanraken en de zon slechts regelmatig schijnt. Het geeft een wintersportgebied gevoel in een Oostenrijkse berghut. Er zijn in de nabije omgeving koffieplantages te zien maar de wandeling is wel wat ver voor onze kleine Daan die gewoon zijn middagslaapje inde auto mag doen. Rond het middaguur verlaten we het hotel en rijden terug naar het gat in de weg. Daar slaan we linksaf en vervolgen de slingerende weg naar beneden. Geregeld zien we de stad Kingston liggen en we stoppen nog even in New Castle. Een militair fort waarvan de doorgaande weg dwars over het voorplein loopt. Dan rijden we Kingston binnen. Maar al te vaak hoorden we dat je er niet heen hoeft te gaan als daar geen noodzaak toe is. Er zijn gevaarlijke wijken en het dodental  t.g.v. moorden is er erg hoog. Wij hebben bedacht dat we hier even de kofferbak afladen met voorraad die we in Port Antonio niet hebben kunnen vinden, zoals bier in blik en babyvoeding. Een grote shopping mall biedt wat we zoeken. Een gebakszaak met koffie voor Syl d’r verjaardag en een grote supermarkt. Helaas heeft de gebakszaak, die de naam “coffee corner” draagt, geen koffie. Met de meest vanzelfsprekende blik wordt ons gemeld dat “het apparaat” stuk is! Dus eten we lekkere, zoete taart met cola. Met grote snelheid passeren we het Bob Marley Museum. Hij staat in brons in de tuin te pronken en wij hebben ons doel verzet naar een hotel vˇˇr zonsondergang. Dat lukt in Morant Bay waar we aan het strand een kamer weten te vinden. Ook hier wordt het bedrijf voor ons PHOTO_ID_R=17-zonsondergang.jpg] opgestart en is er geen keuken actief. “Cook to order”noemt men dat hier. Eerst genieten we van de ondergaande zon die deze avond prachtig is. Jeroen gaat even met de auto naar “The Chef’s” restaurant, even verderop. Daar aangekomen bestelt hij twee maaltijden. Fish and rice! Dat moet speciaal gemaakt worden en zal wel een half uur duren. Als na 10 minuten de stroom uit valt in het hele gebied duurt het nog langer. Zonder de inhoud te zien vertrekt hij met twee plastic bakkies eten. Over de onverlichte weg, met verkeerde koplampen, als die het al doen,en een weg vol gaten rijdt Jeroen drie keer het zijweggetje naar het hotel voorbij. Er blijken twee auto’s op de zijweg naast elkaar geparkeerd  te staan met de koplampen nog  aan,zodat het weggetje een inrit lijkt omdat er immers toch nooit iemand in het hotel komt! Syl heeft inmiddels de hele omgeving gemobiliseerd en barst in tranen uit als het eten eindelijk arriveert! Ze was doodsbang geweest dat er iets ernstigs gebeurd was omdat het zo lang duurde. We stoppen gauw Daan in bed en eten de vis. Niks bijzonders overigens.

Vijfde dag: dinsdag 9 februari

De volgende morgen bellen we met de verhuurder. Er zijn nog grotten, een watervalgebied en een mooi strand langs onze route en nog steeds houden we ons voor dat het ergens leuker moet zijn dan we tot nu toe gezien hebben. De verhuurder wil wel uitstellen maar dan wel een hele dag! Van een paar uurtjes wil hij niets weten. We gaan akkoord. We rijden naar Long Bay beach. De sfeer is hier echt leuk, er is een mooi strand en een goede eettent. Het kan dus wel! We genieten van heerlijke garnalen en een vegetarische maaltijd waar de rasta’s goed in zijn, en gaan dan op zoek naar de Reach Falls. Na een kwartier van de kust af te hebben gereden blijkt deze gesloten op maandag en dinsdag! Dan maar naar de Nonsuch cave’s (grotten) die helaas ook dicht blijken! We horen het van een Duitse man die met een paar locals in zijn tuin onkruid staat te kappen. Hij vraagt of hij onze teleurstelling misschien kan wegnemen met een bakkie koffie. We genieten van een prachtig uitzicht over heel Port Antonio en fantastische bloemen en planten. Michael Valenti woont hier al 27 jaar en is alternatief genezer. Dat slaat bij het Jamaicaanse volk niet echt aan en dus doet hij ook traditioneel werk. Hij heeft hier een enorme lap grond met drie huizen er op. 1 verhuurt hij, en 1 is voor zijn pleeggezin dat voor hem kookt en de was doet. Het derde huis woont hij zelf in. Michael hoort van onze droom om ooit een guesthouse te runnen en zegt dat hij zijn huis niet wil verkopen maar graag een paar jaar naar een ander plek op de wereld zou gaan! Of we zijn huis dan willen beschermen tegen termieten. We rillen bij de gedachte, een droom waar te kunnen maken, maar we nemen het toch niet serieus in overweging, Jamaica is niet echt onze plek! We hebben  de afgelopen week ervaren dat de hele toeristenindustrie behoorlijk op zijn gat ligt. Amerikaanse investeerders hebben hun geldstroom stopgezet en veel hotels draaien op lokale inspanningen of zijn gewoon geheel gesloten. Ook de mentaliteit van de mensen is soms lastig voor ons Hollanders om te accepteren. We proeven soms wat discriminatie en afstand. Ook weten we moeilijk om te gaan met de bedelende mensen op straat. We dalen af naar Port Antonio en klimmen weer aan boord. Ons modem is gearriveerd en kan woensdag worden verwacht! Zaterdag oversteken naar Cuba!

Terug in Port Antonio, aardbeving in Ha´ti

In de haven ontmoeten we Geert van der Kolk. Hij is schrijver en heeft een column in Zeilen. Hij is gevraagd om mee te zeilen op een bijzondere expeditie om zijn ervaring en talenkennis.  Ze zijn zojuist met 5 opvarenden op de 25 meter lange schoener “Liberty”naar Haiti geweest om 5 ton medicijnen af te leveren in Jac Brell. Een indrukwekkend verhaal. Zie ook www.libertyschooner.com De boot is particulier eigendom en is traditioneel getuigd. De eigenaar is aan boord en heeft voor de trip het interieur er uit gesloopt en vrouw en kinderen in een hotel gezet. Ze willen nu zo snel mogelijk terug naar de VS. Van een andere boot, de Karaka, hoorden we ook al diverse verhalen over Haiti. Hij is van plan om binnenkort terug te keren naar Ille la Vache om de mensen daar te gaan helpen ook al is daar geen schade door de aardbeving, de armoede is groot. Tom, de schipper en eigenaar vaart met gasten zonder daar aan te verdienen. Men betaalt alleen de bootkosten en leeft zeer low budget.  Zie http://karaka.site.voila.fr/ Ook ligt er in de haven een commerciŰle cat van 80 Ft. Die zou naar Port-o-Prince gaan om als hotel te dienen voor officials. De eigenaar zocht een crew maar de opdracht is al weer afgeblazen.  Verder merken we weinig van de aardbeving en de gevolgen ervan. Op zaterdag 13 februari 2010 verlaten we de haven van Port Antonio. We zijn er dan 7 weken geweest, RUIM voldoende!
Slideshow Report as Spam

Use this image in your site

Copy and paste this html: