Aanvaring op St. Maarten!
Trip Start
Jul 01, 2006
1
59
76
Trip End
Jan 07, 2010
Aanvaring op St. Maarten
We hebben moeite om St. Eustatius, waar we het zo naar onze zin hebben gehad, te verlaten. Met een brok in de keel sleuren we het hekanker omhoog en bevrijden we ons van de mooring. Dan hijsen we de zeilen en maken we ons op voor een dagtocht zeilen naar St. Maarten. Het is geweldig zeilweer en al snel raken we in een beter humeur. Met halve wind en een snelheid van 6-7 knopen gaan we comfortabel op ons doel af. Dat doel is Philipsburg, de hoofdstad van het Nederlandse deel van St. Maarten. (De andere helft is Frans, met Marigot als hoofdstad). Aan het eind van de middag zeilen we de grote baai aan de zuidkant van het eiland binnen. Er liggen een paar cruiseschepen, wat vissersboten en een stuk of 10 zeilboten. Er is een wit strand met veel strandbedden en een boulevard met hotels en restaurants. De muziek komt ons al tegemoet.
Op de ochtend van de derde dag komt er tijdens het ontbijt een dinghy langszij. Een man vraagt ons of wij hem met onze boot geraakt hebben. Huh? Wij weten nergens van. Maar hij blijft aandringen en wijst op de boeg van onze Netjer. Even later valt het kwartje: hij heeft óns geraakt! De man verzekert ons dat hij véél meer schade heeft dan wij (alsof wij daar iets mee opschieten). Hij wijst vervolgens op een 78 foot catamaran: een supergrote toeristenzeilboot waar onze boot wel zes keer in past. Wij gaan met hem mee naar de "Honey Bunny" zoals het gevaarte heet. Hij blijkt inderdaad nog meer schade te hebben dan wij. Maar wat is er nou gebeurd? Zijn boot is gisteren tegen de avond van anker geslagen en op drift geraakt. Er was op dat moment niemand aan boord. Toen de schipper gewaarschuwd werd, had de Honey Bunny onze Netjer al op twee plekken op onzachte wijze geramd. Gewapend met camera en schadeformulier stappen wij bij schipper Paco aan boord. Wij willen schadeformulieren invullen, maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Paco is alleen de schipper en niet de eigenaar en zegt niet te weten waar de eigenaar verzekerd is. Bovendien zegt hij dat de eigenaar waarschijnlijk liever contant zal willen betalen. Hij stelt ons voor de schade te laten taxeren bij de naastgelegen marina (Bobby's marina). Wij gaan accoord. Terug aan boord bekijken we de schade nog eens goed: drie plekken van ieder ongeveer 1m2 met krassen en een enkele deuk en een ingedeukte boegspriet. Later komen we erachter dat zelfs onze rvs zeerailing van 3 cm. doorsnee verbogen is! De dagen erna zijn we druk met het laten taxeren van de schade en opnieuw contact zoeken met de schipper. We vragen ons af of we wel slim bezig zijn geweest door niet meteen iets zwart op wit te laten zetten en gaan alsnog met onze schadepapieren naar de schipper. Hij vult ze in (op de verzekeringsmaatschappij na) en belooft samen met ons naar de eigenaar te gaan. Alleen is die er bijna nooit, waarschuwt hij ons. De eigenaar blijkt één van de grotere ondernemers van het eiland te zijn en hij houdt kantoor in een groot gebouw, dat is ingericht als een enorme souvenirwinkel. Er worden busladingen Amerikaanse toeristen afgezet (in twee betekenissen van het woord!) en in een kwartier door de tent heen gejaagd. Ze vliegen op de gratis rumpunch af en kibbelen (tot onze ontzetting) over wie er het eerst aan de beurt is!
De eigenaar van de catamaran blijkt een bullebak van een vent te zijn. Wij hebben geluk dat hij aanwezig is, maar hij heeft weinig tijd want hij heeft hoog bezoek, de consul van de Dominicaanse Republiek is er. Hij komt vijf minuten uit de vergadering, doet een voorstel en wanneer wij een tegenvoorstel doen, stikt hij bijna in zijn verontwaardiging. Het is "take it or leave it". Na een minuutje spoedoverleg besluiten wij akkoord te gaan. Het is geen slechte deal en we hebben geen zin in rompslomp met de verzekering. We steken de 3000 dollar schadevergoeding in onze zak en gaan de schade zelf herstellen. Wat dat betreft zijn we op het goede eiland, dit is het centrum van de bootindustrie in de carieb. Alles is hier te krijgen (als je maar betaalt). Je zult de plekken blijven zien en het zal er minder gelikt uitzien dan wanneer we het laten overspuiten, maar we kunnen het geld apart zetten om Netjer eens over te spuiten op een moment dat het echt nodig is.
Twee dagen neemt de wind fors toe en klettert de regen op ons dak. Om een uur of vier in de nacht worden we wakker. "Wat bewegen we raar, liggen we nog wel goed aan ons anker?" vraag ik. Jeroen aarzelt een moment en springt dan uit bed. "Toch maar even checken, voor de zekerheid" . Dan brult hij:"Syl, komen!!!!!!!". Shit, dat klinkt niet goed. In een reflex start ik op weg naar buiten de motor al. Als ik mijn hoofd uit het luik steek, kijk ik tegen een donkere, hoge rotswand op. Staand in de kuip zie ik dat we slechts een meter of vijf verwijderd zijn van enkele rotspunten die net boven het water uit steken. Nog 15 meter en dan zitten we op de rotsen. Maar waarom zijn we er nog niet opgeknald? Dan zien we de snaarstrakke ankerketting. "Het anker zit vast, ik ga proberen het op te halen. Ga jij achter het roer en stuur de boot in de wind." Ik denk terug aan onze ankerperikelen op Guadeloupe. Ik weet wat me te doen staat. Hoewel de situatie nu nijpender is dan toen, voel ik me kalmer. "We redden het wel", zeg ik tegen mezelf. Terwijl ik voorzichtig de boot boven het anker brengt, probeert Jeroen met vereende krachten ons anker uit de plomp te sleuren. Shit, dit werkt niet! We krijgen het anker niet los. Dan komt Jeroen met een nieuw voorstel:"leg de kont in de wind en vaar achteruit, misschien komt 'ie dan los." Ik vaar steeds achteruit, tot het punt dat de ankerketting strak staat en de boot weer een zwiep terug krijgt. De harde knallen van de ankerlier in combinatie met de weer dichterbij komende rotsen bezorgen me de rillingen. Ik zie in het eerste ochtendlicht een roestig wrak op de rotsen liggen van een schip dat minder geluk had dan wij.
We overleggen wat ons te doen staat. Het anker zit klaarblijkelijk vast onder een rots en we krijgen het niet los. De bright sight of life is dat het anker ervoor zorgt dat we niet op de rotsen slaan. Toch lijkt de plek ons verre van ideaal voor een rustig ontbijt. We komen tot de beslissing een paar vaatjes en stootwillen aan de ankerketting te bevestigen en dan de ankerketting los te koppelen van de boot. Een spannend moment, omdat ik ervoor moet zorgen dat ik de boot wegstuur van de rotsen, voor we erop gesmakt worden. Met een brullende motor draai ik weg richting de baai en dan is het voorbij. Uitgelaten van opluchting blijven we elkaar vertellen hoeveel geluk we hebben gehad en hoe goed we het samen hebben opgelost. We vinden een mooring die niet bezet is en besluiten die maar even te lenen (we hebben immers ons anker verspeeld). En dan een welverdiende kop koffie...
Hoe het verder ging? Een paar dagen later, als het weer iets rustiger is, slagen we erin met de bijboot het anker op te halen. We zinken bijna met de zware lading (anker met 60 m. ketting) aan boord, maar we hebben ons anker terug! Toch blijven we veiligheidshalve maar aan de mooring liggen, die de eigenaar ons vriendelijk voor "as long as we like" heeft aangeboden. We lezen veel over ankers en vragen advies in winkels. Het blijkt steeds weer dat ons CQR anker een goed all-round anker is. Alleen in hard zand krijgen we problemen. We hebben besloten ons Fortress-anker (dat we soms als hekanker, d.w.z. achter de boot) gebruiken, bij deze omstandigheden als extra anker in te zetten.
In de weken die volgen houden we ons wisselend bezig met het schilderen van de boot (we besluiten meteen alle roestplekken aan te pakken, dat zijn er 36.....), het verkennen van het eiland (mooier dan het op het eerste gezicht lijkt) en het kopen van spullen die we "écht nodig hebben". Er is genoeg te doen op het eiland en we crossen met de brommer alle leuke plekjes af. En ja, het is ook wel weer eens lekker om lekker te kunnen shoppen en een cocktail te drinken op een leuk terras. Toch zijn we na een paar weken blij als het werk erop zit. We hebben nog wat spullen voor de boot besteld en dat duurt nog wel een week of twee. We besluiten in de tussentijd nog een keer terug te gaan naar St. Eustatius en ook het buureilandje Saba met een bezoekje te vereren.
We hebben moeite om St. Eustatius, waar we het zo naar onze zin hebben gehad, te verlaten. Met een brok in de keel sleuren we het hekanker omhoog en bevrijden we ons van de mooring. Dan hijsen we de zeilen en maken we ons op voor een dagtocht zeilen naar St. Maarten. Het is geweldig zeilweer en al snel raken we in een beter humeur. Met halve wind en een snelheid van 6-7 knopen gaan we comfortabel op ons doel af. Dat doel is Philipsburg, de hoofdstad van het Nederlandse deel van St. Maarten. (De andere helft is Frans, met Marigot als hoofdstad). Aan het eind van de middag zeilen we de grote baai aan de zuidkant van het eiland binnen. Er liggen een paar cruiseschepen, wat vissersboten en een stuk of 10 zeilboten. Er is een wit strand met veel strandbedden en een boulevard met hotels en restaurants. De muziek komt ons al tegemoet.
Op de ochtend van de derde dag komt er tijdens het ontbijt een dinghy langszij. Een man vraagt ons of wij hem met onze boot geraakt hebben. Huh? Wij weten nergens van. Maar hij blijft aandringen en wijst op de boeg van onze Netjer. Even later valt het kwartje: hij heeft óns geraakt! De man verzekert ons dat hij véél meer schade heeft dan wij (alsof wij daar iets mee opschieten). Hij wijst vervolgens op een 78 foot catamaran: een supergrote toeristenzeilboot waar onze boot wel zes keer in past. Wij gaan met hem mee naar de "Honey Bunny" zoals het gevaarte heet. Hij blijkt inderdaad nog meer schade te hebben dan wij. Maar wat is er nou gebeurd? Zijn boot is gisteren tegen de avond van anker geslagen en op drift geraakt. Er was op dat moment niemand aan boord. Toen de schipper gewaarschuwd werd, had de Honey Bunny onze Netjer al op twee plekken op onzachte wijze geramd. Gewapend met camera en schadeformulier stappen wij bij schipper Paco aan boord. Wij willen schadeformulieren invullen, maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Paco is alleen de schipper en niet de eigenaar en zegt niet te weten waar de eigenaar verzekerd is. Bovendien zegt hij dat de eigenaar waarschijnlijk liever contant zal willen betalen. Hij stelt ons voor de schade te laten taxeren bij de naastgelegen marina (Bobby's marina). Wij gaan accoord. Terug aan boord bekijken we de schade nog eens goed: drie plekken van ieder ongeveer 1m2 met krassen en een enkele deuk en een ingedeukte boegspriet. Later komen we erachter dat zelfs onze rvs zeerailing van 3 cm. doorsnee verbogen is! De dagen erna zijn we druk met het laten taxeren van de schade en opnieuw contact zoeken met de schipper. We vragen ons af of we wel slim bezig zijn geweest door niet meteen iets zwart op wit te laten zetten en gaan alsnog met onze schadepapieren naar de schipper. Hij vult ze in (op de verzekeringsmaatschappij na) en belooft samen met ons naar de eigenaar te gaan. Alleen is die er bijna nooit, waarschuwt hij ons. De eigenaar blijkt één van de grotere ondernemers van het eiland te zijn en hij houdt kantoor in een groot gebouw, dat is ingericht als een enorme souvenirwinkel. Er worden busladingen Amerikaanse toeristen afgezet (in twee betekenissen van het woord!) en in een kwartier door de tent heen gejaagd. Ze vliegen op de gratis rumpunch af en kibbelen (tot onze ontzetting) over wie er het eerst aan de beurt is!
De eigenaar van de catamaran blijkt een bullebak van een vent te zijn. Wij hebben geluk dat hij aanwezig is, maar hij heeft weinig tijd want hij heeft hoog bezoek, de consul van de Dominicaanse Republiek is er. Hij komt vijf minuten uit de vergadering, doet een voorstel en wanneer wij een tegenvoorstel doen, stikt hij bijna in zijn verontwaardiging. Het is "take it or leave it". Na een minuutje spoedoverleg besluiten wij akkoord te gaan. Het is geen slechte deal en we hebben geen zin in rompslomp met de verzekering. We steken de 3000 dollar schadevergoeding in onze zak en gaan de schade zelf herstellen. Wat dat betreft zijn we op het goede eiland, dit is het centrum van de bootindustrie in de carieb. Alles is hier te krijgen (als je maar betaalt). Je zult de plekken blijven zien en het zal er minder gelikt uitzien dan wanneer we het laten overspuiten, maar we kunnen het geld apart zetten om Netjer eens over te spuiten op een moment dat het echt nodig is.
Twee dagen neemt de wind fors toe en klettert de regen op ons dak. Om een uur of vier in de nacht worden we wakker. "Wat bewegen we raar, liggen we nog wel goed aan ons anker?" vraag ik. Jeroen aarzelt een moment en springt dan uit bed. "Toch maar even checken, voor de zekerheid" . Dan brult hij:"Syl, komen!!!!!!!". Shit, dat klinkt niet goed. In een reflex start ik op weg naar buiten de motor al. Als ik mijn hoofd uit het luik steek, kijk ik tegen een donkere, hoge rotswand op. Staand in de kuip zie ik dat we slechts een meter of vijf verwijderd zijn van enkele rotspunten die net boven het water uit steken. Nog 15 meter en dan zitten we op de rotsen. Maar waarom zijn we er nog niet opgeknald? Dan zien we de snaarstrakke ankerketting. "Het anker zit vast, ik ga proberen het op te halen. Ga jij achter het roer en stuur de boot in de wind." Ik denk terug aan onze ankerperikelen op Guadeloupe. Ik weet wat me te doen staat. Hoewel de situatie nu nijpender is dan toen, voel ik me kalmer. "We redden het wel", zeg ik tegen mezelf. Terwijl ik voorzichtig de boot boven het anker brengt, probeert Jeroen met vereende krachten ons anker uit de plomp te sleuren. Shit, dit werkt niet! We krijgen het anker niet los. Dan komt Jeroen met een nieuw voorstel:"leg de kont in de wind en vaar achteruit, misschien komt 'ie dan los." Ik vaar steeds achteruit, tot het punt dat de ankerketting strak staat en de boot weer een zwiep terug krijgt. De harde knallen van de ankerlier in combinatie met de weer dichterbij komende rotsen bezorgen me de rillingen. Ik zie in het eerste ochtendlicht een roestig wrak op de rotsen liggen van een schip dat minder geluk had dan wij.
We overleggen wat ons te doen staat. Het anker zit klaarblijkelijk vast onder een rots en we krijgen het niet los. De bright sight of life is dat het anker ervoor zorgt dat we niet op de rotsen slaan. Toch lijkt de plek ons verre van ideaal voor een rustig ontbijt. We komen tot de beslissing een paar vaatjes en stootwillen aan de ankerketting te bevestigen en dan de ankerketting los te koppelen van de boot. Een spannend moment, omdat ik ervoor moet zorgen dat ik de boot wegstuur van de rotsen, voor we erop gesmakt worden. Met een brullende motor draai ik weg richting de baai en dan is het voorbij. Uitgelaten van opluchting blijven we elkaar vertellen hoeveel geluk we hebben gehad en hoe goed we het samen hebben opgelost. We vinden een mooring die niet bezet is en besluiten die maar even te lenen (we hebben immers ons anker verspeeld). En dan een welverdiende kop koffie...
Hoe het verder ging? Een paar dagen later, als het weer iets rustiger is, slagen we erin met de bijboot het anker op te halen. We zinken bijna met de zware lading (anker met 60 m. ketting) aan boord, maar we hebben ons anker terug! Toch blijven we veiligheidshalve maar aan de mooring liggen, die de eigenaar ons vriendelijk voor "as long as we like" heeft aangeboden. We lezen veel over ankers en vragen advies in winkels. Het blijkt steeds weer dat ons CQR anker een goed all-round anker is. Alleen in hard zand krijgen we problemen. We hebben besloten ons Fortress-anker (dat we soms als hekanker, d.w.z. achter de boot) gebruiken, bij deze omstandigheden als extra anker in te zetten.
In de weken die volgen houden we ons wisselend bezig met het schilderen van de boot (we besluiten meteen alle roestplekken aan te pakken, dat zijn er 36.....), het verkennen van het eiland (mooier dan het op het eerste gezicht lijkt) en het kopen van spullen die we "écht nodig hebben". Er is genoeg te doen op het eiland en we crossen met de brommer alle leuke plekjes af. En ja, het is ook wel weer eens lekker om lekker te kunnen shoppen en een cocktail te drinken op een leuk terras. Toch zijn we na een paar weken blij als het werk erop zit. We hebben nog wat spullen voor de boot besteld en dat duurt nog wel een week of twee. We besluiten in de tussentijd nog een keer terug te gaan naar St. Eustatius en ook het buureilandje Saba met een bezoekje te vereren.


