Op avontuur in de bush

Trip Start Jul 01, 2006
1
50
79
Trip End Jan 07, 2010


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Suriname  ,
Sunday, November 4, 2007

Op avontuur in de bush
We gaan op de brommer naar de stad en zoeken een eenvoudig hotelletje. We komen in "Twenty Four" terecht waar we gelijk volop in het toerisme belanden. De meeste bezoekers zijn er voor vakantie en tot laat in de avond praten we over dromen en doen. Allen zijn Hollanders. Na twee nachten brengen we 's morgens vroeg de brommer naar het vliegveldje. Zo hebben we een mooie aansluiting als we daar over een week weer zullen landen. Volgens gemaakte afspraak ("Ik ga je zien") en na twee herinneringstelefoontjes worden we opgehaald met de auto van een man die we in de stad hebben ontmoet om naar de Saramaccastraat te gaan ("wwwaar ga je?") waar de bussen zullen vertrekken. Tickets kopen is niet mogelijk en reserveren evenmin. De "bus" blijkt niet meer dan een oude 9 persoons Toyota bus en prijsafspraken hebben de chauffeurs onderling al gemaakt. Wil je minder betalen, dan blijf je maar staan. We kiezen een chauffeur en bewonderen het op veilige afstand aangewezen gevaarte. Dichter bij gekomen worden de details zichtbaar. Kapotte stoelen, nu al geladen met tassen boodschappen en zakken rijst. Een paar Surinamers zijn geregeld bezig het busje weer leeg te graven om een tas op te duikelen en het innemen van een comfortabele plaats wil maar slecht lukken. Na 1,5 uur en drie bakken koffie komt een trapnaaimachine uit het niets opgedoken. De laadruimte gaat weer helemaal leeg want het ding moet natuurlijk onderop. Als de laadruimte tot het plafond gevuld is gaan wij ook een handje helpen en zetten voor de veiligheid wat zooi onder de banken. Zo kunnen we lanceringen wat beperken mocht het ding werkende remmen hebben. Als de reis gaat beginnen blijken de beloofde 8 passagiers (waarvan 4 blanke toeristen) over de twee 3 persoons banken verdeeld te worden! Op de bok gaan naast de chauffeur nog eens twee creoolse mannen mee. De rit wordt aangevangen en al rammelend gaan we de straten door. Na nog 3 keer stoppen om te kijken welke deur niet goed sluit en een stop voor een bak nasi (kon dat niet eerder dan?) gaan we in rap tempo op weg. De chauffeur lijkt haast te hebben want vrijwel alle verkeer wordt op woeste wijze ingehaald.
Na 40 kilometer naderen we het Paranam terrein waar bauxiet wordt overgeslagen in schepen. Bauxiet wordt wereldwijd verkocht en dient als grondstof voor aluminium. Hier houdt de asfaltweg op en veranderd in een rode stofweg vol met kuilen. De raampjes van het overvolle busje gaan geregeld open en dicht en dankzij relatief alert reageren zitten we onder het fijne stof wat op waait en naar binnen spuit. In no time zien de blanke bhakra's(blanken) er uit als ware slopers in een renovatieproject in de bouw.
Het is 11 uur als we in Brownsweg worden afgezet. Het Stinasu busje zal ons over twee uur komen ophalen. Het dorp is niet veel meer dan krakkemikkige hutten met golfplaten daken. Op een hoek staat een vrouw die eten verkoopt. Nasi is op, Bami bijna. De mensen lijken niet erg onder de indruk van ons te zijn. Een chinees achter tralies verkoopt ook hier alles wat maar benodigd is. Van telefoonkaart tot DVD speler en van bromfietsonderdeel tot TV antenne. Verswaar is er niet bij. Als we onze nasi op hebben pakt de vrouw haar spulletjes bijeen, zet alles in een grote teil en parkeert deze kundig op haar hoofd. Zonder wiebelen, of eigenlijk juist met de juiste wiebels, verdwijnt ze de straat uit.
Het busje is ruim op tijd maar vertrekt geen minuut te vroeg en de niet aangemelde passagiers mogen onder wat gebrom ook mee naar boven. We beklimmen de berg van ruim 400 meter hoog. Na een half uurtje schudden en hobbelen en 4x de aandrijfas tegen de grond komen we in het kamp aan. Het comit is een rommeltje maar daar zijn wij al lang aan gewend. Andere Bakra's hebben er duidelijk meer moeite mee en kibbelen druk over boekingen en werkelijkheid. In het kamp worden we voorgesteld aan een kok. Hij is erg grappig, we eten wat de potschaft en reserveren hoeft niet. 7 uur is etenstijd, daarna is het op, en vegetarisch doen ze niet aan. Dat is alleen voor apen!
Brulapen, kikkers in een boomholte, een aggregaat en de pruttelpomp voor drinkwater bepalen het geluid. Met name de brulapen maken een geweldige indruk. Soms zien we ze rechtop staan in een boom. Ze zijn wel 1,5 meter hoog en produceren een geluid waar een Hollandse koe een complex van zou krijgen. Een prachtig uitzicht over het Brokopondo stuwmeer is onze voortuin van het 4 persoons hangmat huisje waar de andere bezoekers verstek laten gaan. Er is een gaskomfoor en een keurig sanitair. Eigenlijk een camping, alleen slapen wij in een hangmat.
We maken wat wandelingen en bezoeken twee kleine watervallen. De rimboe is, als we vrij zijn van Bakra's en een voorbij scheurende auto, een geweldig stuk natuur. De bomen zijn soms maar 3 cm dik en toch wel 40 meter hoog. Ook kun je soms amper zien of je nu bij een boom staat of een liaan. Dat zijn net elektrakabels in een schacht die vrij in de lucht hangen. Ook zijn we enorm onder de druk van de voet van sommige reuzen. Die bomen hebben wel 6 voeten waar je gemakkelijk tussen kunt staan. Jammer dat er zo veel vuil in wordt gegooid en de inhammen als toilet worden misbruikt. Ook wemelt het van het plastic afval. Op enkele punten staan afvalbakken maar die zijn dan helemaal vol en staan op plekken waar ze nauwelijks geleegd kunnen worden. Als ze nou eens statiegeld op die plastic flessen gingen heffen! Bezoek aan de watervallen vereisen een enorme klauterpartij van ruim een uur. Bij 1 van de watervallen staan we samen om 9 uur poedelnaakt onder een enorme douche. Een felblauwe vlinder, zo groot als twee opengevouwen handen, fladdert door de kloof in de dunne zonnestralen die door de bomen heen glippen. Hagedisjes schieten geregeld weg in de bladeren en ca. 50 cm lange modellen zoeken met een flitsende roltong naar insecten. Die zijn er volop. Er lopen veel mieren in het woud en er vliegen tal van vliegjes en muggen. De meeste bijten niet maar houden ons wel alert. Voor Malaria zijn we nog niet erg gerust. Jeroen slikt pillen om het te voorkomen maar later horen we hoe schadelijk de pilletjes voor de lever zijn. De ziekte is sinds 2002 in het midden van het land niet meer voorgekomen en na ernstige griep (de eerste symptomen) snel te bestrijden. Nadeel van de pilletjes is ook dat de griep veel minder is en dus de ziekte lastiger herkend kan worden.
Na 2 nachten hebben we het wel weer gezien en zijn we de rijst met kip al aardig zat. Natuurlijk hebben we net weer leuke vrienden ontmoet, meestal een voorteken om verder te gaan. Terug in Brownsweg wachten we op een ander busje en passeren enkele transmigratiedorpen. Deze zijn gebouwd om de bewoners van de dorpen op de bodem van het stuwmeer een alternatief te bieden. Het zijn saaie rijtjes huisjes die in een moderne stad niet zouden misstaan maar hier in het oerwoud is het een raar gezicht. Het stuwmeer is 25 meter diep en de centrale die er aan gebouwd is levert alle benodigde energie voor heel Paramaribo (ca.90 MW)
In een ander busje (de chauffeur waar we mee af hadden gesproken kwam helemaal niet opdagen) rijden we door naar Atjoni. Het is al net zo n rammelbak en we raken gewend aan de primitieve vervoersmethode.
Ik zit voorin en praat met de man naast mij. Hij werkt als timmerman in de stad. Afhankelijk van het werk dat hij vindt verdient hij zo'n 12 euro per dag. Na drie weken gaat hij weer naar zijn eigen vrouw en blijft ongeveer een week thuis. De reis neemt een hele dag in beslag en kost zo'n 30 euro.
Na een paar uur rammelen arriveren we in Atjoni, het einde van de "weg". Het is een drukte van mensen en we worden aangevlogen door bootsmannen die ons willen vervoeren. "Wwwaar ga je", "Ik ga je brengen"...klinkt het om ons heen. Onderhandelen lijkt te helpen al kost het wel veel moeite om 20 % korting te krijgen. Met dezelfde man als de man naast mij in het busje spreken we een prijs af. Als we vertrekken blijkt opeens dat we met een heel andere boot gaan. Die is veel kleiner en zit tjokvol met goederen en mensen. De onderhandelaar gaat helemaal niet mee en we varen met een andere schipper.
Een korjaal is ongeveer 70 cm breed en wel 16 meterlang. Je zit heel laag op het water en de boot is erg onstabiel. Achterop hangt een zware buitenboort motor. De schipper vaart alsof hij op een bromfiets zit en als hij gas geeft schiet de boot vooruit. Soms laat hij het gas even los en dat remt enorm, draait dan de motor een beetje om te sturen en geeft dan weer gas. De boot hangt dan flink scheef en lijkt om te slaan. 1 zijkant hangt dan nog maar 5 cm boven het water. Toch is de boot stabiel want als een bemanningslid over 1 boord naar voren loopt, als ware het een evenwichtsbalk blijft de helling beperkt. Ook wordt de motor vaak stil gezet om de schroef uit het water te tillen. De stuurman weet precies waar dat moet want het gaat steeds goed. Vaak sturen we recht op een kei af en vraag ik me af of tie die wel gezien heeft. Rakelings vliegen we er langs en spatten de golven tegen de steen kapot. Dan horen we opeens een enorm geraas van water vlak achter de boot alsof we overrompeld zullen worden door een grote golf. Daar is het dus ondiep of stroomt het hard waardoor de golf breekt. Een enkele keer worden we ingehaald door snellere boten met nog meer pk 's.
Met een flinke snelheid en grote precisie wordt de boot tussen de vele rotsen en zandbodems door gestuurd. We hebben een zeer sterk wisselend uitzicht op de rivier en soms wordt gewezen naar een slang of vogel langs de oever. Veel kleine dorpjes vliegen voorbij waar vrouwen met enorme blote borsten kledingwassen en pannen schuren met rivierzand. Soms zit op hun rug een klein kindje gebonden dat door grote doeken is ingepakt en vastbonden. Meestal als we dichterbij komen doen ze vlug een kleed over hun bovenlichaam, een enkeling trekt zich niks aan van ons bezoek en werkt gewoon verder. Dan zien we recht voor ons brekend water tussen de rotsen en een hoogteverschil van zo'n halve meter, een kleine waterval. Daar zullen we toch niet door heen gaan? De steven gaat er recht op af en het gas staat vol open. De werkelijke snelheid loopt sterk terug en water vliegt met een rotgang langs de boot. Vlak voor de waterval wordt de motor uit het water getild. De keien passeren nu heel langzaam maar de hindernis is nog net te nemen. Dan legt de boot vlak voor een watervalletje aan en moeten we allemaal uitstappen, tot de knien in het water. We zijn er denken wij en verzamelen tassen en schoenen. Nee, laat maar liggen wordt er geroepen, vlug achter die man aan daar. Vlug doen we schoenen uit en neem ik 1 tas op mijn rug met elektronica. We laten de schipper met twee jongens en de goederen achter en lopen zo het oerwoud in. Het pad is smal en nauwelijks te herkennen. Dicht bij je voorganger blijven is wel raadzaam hier. Na 5 minuten banjeren we in colonne door een huttendorpje. In de verte horen we een buitenboordmotor bulderen. De mensen kijken nauwelijks op en tijd om iets te bekijken is er niet. Dan weer 5 minuten bush-bush en we zijn weer bij de oever van de rivier waar de boot al weer klaar ligt. Uiteindelijk moeten we nog twee keer "klunen" omdat de boot te zwaar is geladen om tegen de stroomversnellingen op te komen. Steeds denken we dat we er zijn als er wordt aangelegd maar meestal worden zakken en dozen met goederen uitgeladen, stapt iemand uit of in en wordt de tocht weer voortgezet. Pas als de zon onder is en de volle maan de verlichting overneemt horen we de instructie" uitstappen" dit is "Botopasie" Als we willen afrekenen zijn we het er over eens dat een fooi wel op zijn plaats is. We geven het afgesproken bedrag plus 20% extra. "Maar dat moest je toch al betalen hoor" klinkt het enigszins verbaasd. Als we vragen waar de stuurman slaapt is de reactie, "thuis, in Atjoni!" De boot verdwijnt weer in de donkere nacht, nu met stroom mee, dat dan weer wel.
Achter zandeilandjes en grote keien staat aan de oever een groot huis met drie kleine huisjes er naast. Het behoort aan een stichting die diverse goede doelen realiseert bij het aan de overkant van de rivier gelegen dorp. Het hotel zit bijna vol maar we kunnen nog een plek krijgen voor onze hangmatten. We worden ontvangen door Anneke en Corry. Corry beheert samen met haar Surinaamse man Hotel Botopassie wat is ondergebracht in een stichting. De stichting stelt zich ten doel om op een verantwoorde wijze ontwikkelingsdoelen te realiseren voor de bewoners van het dorp. Betere elektriciteitsvoorzieningen en verbouw van groentes. Niet iedereen blijkt echter warm te lopen voor de hulp. Zo is door de stichting een generator geplaatst, de brandstof werd voor een deel door de overheid geleverd en moet voor een deel door de bewoners worden opgebracht. Daar verschilt het enthousiasme onder de bewoners, de een vind dat de overheid alles moet betalen de ander vind dat hij niet voor een ander hoeft te betalen: de generator staat stil en roest letterlijk vast.
Ook Anneke heeft veel ervaring met het ontwikkelingswerk. Zij had met haar man geheel belangeloos een groothandel opgezet. Grote bulkvoorraden zodat niet steeds gewacht hoefde te worden op nieuwe aanvoer vanuit de stad. Ook was er een hotel waar bezoekers konden verblijven. Veel mensen gingen goederen hamsteren, een begrijpelijk gevolg na een Binnenlandse oorlog. De groothandel liep als een trein. Na verloop van tijd moesten de beheerders er van gaan leven en vroegen om een salaris. Toen zag het plaatje er plotseling heel anders uit. De 3 bestuurders bleken niet te bereiken of konden geen mening vormen over hun vergoeding. Waarschijnlijk door onenigheid van de bestuurders. 1 van hen woont in Suriname en wist uiteindelijk beslag te leggen op de rekening van de stichting. Hij stopte de aankoop van goederen en verkocht uiteindelijk de hele zaak. Hij schijnt nu in een duur huis te wonen. Het hotel wordt door een ander beheerd.
De ca. 16 gasten van hotel Botopassie zijn erg enthousiast over de bescheiden maar zeer gezellige accommodatie zo midden in de rimboe. Op de verdieping hebben we een prachtig uitzicht over de rivier en 3x daags wordt met de hele groep een maaltijd gebruikt, klaargemaakt door Otlien, een vrouw uit Botopassie. Ze heeft een lidteken aan haar pols: In de stad overvallen door maar liefst 5 mannen. terwijl ze spullen voor de kinderen wou gaan kopen.
In de avonduren maakt de natuur een enorm kabaal. Kikkers kwaken een waar brulgeluid en imiteren een ware houtzagerij (met de hand dan wel te verstaan), krekels tjilpen en andere zware gromtonen komen ook van kikkers zo groot als een forse mensenhand. Een oude dieselgenerator maakt de onrust wat minder natuurlijk maar wel compleet. Geen geluid maar duidelijk te zien zijn de kaaimannen in de oever van de rivier. Overdag verschuilen zij zich onder de keien, als de avond valt komen ze te voorschijn en zijn gemakkelijk te vinden als je er met een zaklamp op schijnt.
Dorp bezoek
Met een gids bezoeken we Kambalua. Een klein dorp geheel opgebouwd uit hutjes. We bezoeken eerst de "Kapitein", een soort burgemeester. De groep wordt ontvangen in een hutje. Aan de gevel hangt een zekering voor de stroom, de aansluitingen niet afgeschermd. Ernaast een beschadigde foto van President Venitiaan. Het deurtje is laag. 1 voor 1 kruipen we naar binnen en gaan zitten op plastic terras stoeltjes. De 9 vierkante meter is precies bezet, de deur blijft open voor wat daglicht. De schuine rieten daken lopen door tot een halve meter van de grond. De muurtjes zijn van steen net als de vloer. Uit het rieten dak steken scheermesjes en andere herkenbare spulletjes. Op een plank staan flessen rum, in de hoek staat een bosje geweren, voor de jacht. Ik herken een foto van Desi Bouterse. De gids praat wat in het Saramaccaans. Dan zegt hij dat de Kapitein heeft gezegd dat hij ons welkom heet en erg blij is met ons bezoek. Dan volgt de uitleg dat het gebruikelijk is dat er iets geschonken wordt. Een deelnemer haalt een zak lollies tevoorschijn. "Dat is voor later, geld mag ook", je mag zelf bepalen hoeveel je geeft. Er komen wat briefjes te voorschijn. Wij worden overvallen door het opdringerige verzoek, geen kleingeld. Een deelnemer red ons. We delen en geven samen wat geld. We stappen weer op om het dorp te bezoeken. Later verteld onze gids dat een kapitein 175 euro per week aan salaris ontvangt van de staat. Al ik vraag wat hij daar dan allemaal mee doet krijg ik de reactie dat ik mij daar geen zorgen over hoef te maken, dat is geen probleem.
We zien nauwelijks mannen. De vrouwen werken aan het huishouden, bakken brood, stampen cassave meel en doen de was. Ze bieden bewerkte kalebas schaaltjes aan. De schaal van een vrucht waarvan met grote precisie de randen zijn bewerkt en figuren zijn ingegraveerd. In een huisje zien we wel twintig blinkende aluminium pannen. Het is een statussymbool, hoe meer pannen, hoe rijker het gezin. Op een grote stalen plaat wordt wit meel gestrooid. Een vrouw beweegt het meel tot het begint te binden. Onder de plaat liggen keurig in een cirkel dikke stokken. 1 uiteinde van de stokken brandt zachtjes onder de plaat. Langzaam wordt het meel een gebonden pannenkoek. Zo nu en dan duwt ze de gloeiende stokken wat meer onder de plaat. Een foto mag wel maar de vrouw wil eerst haar borsten bedekken. De gids neemt ons nog mee door een stukje oerwoud. We stoppen bij diverse bomen en hij verteld over de geneeskundige krachten ervan.
 
Verder naar het zuiden.
Als de groep vertrekt hebben wij het hotel voor ons alleen. De gezellige drukte verandert in een oase van rust. We willen nog verder het binnenland in maar worden gewaarschuwd dat het lastig kan worden om er te komen. Er is maar 1 boot uit Kumalu en die gaat niet elke dag. De accommodatie in Kumalu is veel Surinaamser. Vanaf twee uur zitten we klaar aan de waterkant. Diverse boten komen langs maar niet die van Kumalu. Omstreeks half vier is het raak. De boot is bijna leeg en we weten hem te stoppen. Er is nog plek en achterin zit de eigenaar van het hutjeskamp in Kumalu. Aan de motor een jonge man, voorop zoon Danny, die met een peddel als boegschroef fungeert. We varen met een rotgang tegen de stroom in. Het uitzicht is overweldigend mooi. Na elke bocht ziet de rivier er weer anders uit. Drie keer hebben we flinke watervalletjes te nemen en de laatste keerlopen we vast.
Djumu Kumalu
Met een natte broek klimmen we uit de boot en al trekkend aan touwen en zwemmend in de rivier weet de bootbemanning met enkele toegesnelde locals de boot door de kolkende hindernis te sleuren. Net voor donker komen we aan op het eilandje. Het eilandje ligt precies op de plek waar de Suriname rivier begint. Hier komen twee kleinere rivieren bij elkaar. De hutjes zijn veel primitiever en zien er net zo uit als in het dorpje. Er is geen benzine voor de generator dus krijgen we een olielamp. Min of meer op de tast verkennen we de hut. Er staan vier bedden in waarvan 1 een matras mist en een andere iemand doorheen is gezakt. Op een plank ligt gebruikt scheermesje en een leeg bierblikje. Achter een rand schiet een kakkerlak weg. De hut ruikt muf en we overwegen in de hangmat te slapen. Dat was niet zo hl goed bevallen (in een hangmat wordt je snel koud) maar lijkt opeens een prima alternatief. Een stukje verderop is een toiletgebouwtje, een enkel toilet en douche werkt als tenminste iemand de watertank wil vullen. Er komt een grote groep bouwvakkers het kamp binnen. Zij werken aan de voorzieningen voor een zendstation van Digicell, de eerste concurrent van het Surinaamse telecombedrijf Telesur. Er blijkt van alles mogelijk maar we moeten het geheel zelf verzinnen. Een boswandeling, bezoek aan een dorp en het gloednieuwe radiostation. We maken een wandeling door het dorp en bezoeken het radiostation. Alles is gloednieuw en de proefuitzendingen zijn nog maar net gestart. De TV is nog niet operationeel. De zender heeft een vermogen van 250 Watt en de mast lijkt zon 70 meter hoog. Ik schat het bereik op een straal van zon 50 kilometer. De vrouwelijke DJ verteld dat het station zich zelf moet onderhouden door commercials en de verkoop van zendtijd. We worden in de uitzending gehaald om te zeggen dat we er zijn en mogen zelfs de groeten doen aan de bewoners van Botopassie. Een plaatje aanvragen kan ook alleen hebben ze slechts 1 Hollandse cd: 20 jaar Andre Hazes! Welke door Corry aangeleverd blijkt te zijn. Nog voor we kunnen kiezen start het schijfje en speelt een paar nummers achter elkaar af. Via de radio beloven we dat we de muziekvoorraad een beetje zullen aanvullen door een zelf samengestelde MP3 op te sturen en spreken de hoop uit dat het station een lang leven beschoren is. We bezoeken verder nog eens schooltje en een medische post in verbouwfase. In verband met de verbouwing (?) zien we buiten een oude generator van het Nederlandse leger, een OK lamp en een sterilisator staan. Dan maken we nog een boswandeling en de gids neemt een jachtgeweer mee. Hij heeft het net van zijn vader gekregen om eventueel een tijger van het lijf te kunnen houden. De kans op een bosvarkentje schat hij wel wat groter in. Na een uurtje zit de tijd er al weer op en gaan we naar de luchthaven. De ontvangst en vertrekhal zijn tevens radiotoren en ticketbalie. De baan is van gras en eindigt tegen de rivier. We hebben daar geen ongewone ondieptes gezien dus denken dat het tot nu toe altijd goed is gegaan. Gelukkig hebben we twee plaatsen gereserveerd want de kist blijkt helemaal vol. Een vrouwelijke piloot brengt het apparaat in beweging en met 1 passagier op een ijsbox en een passage dwars door een fikse bui heen zijn we in een uurtje weer op Zorg en Hoop airport met een asfaltbaan. We springen met bepakking op de brom en rijden net na de bui weer naar de boot terug. We hebben ons beeld van het land en de mensen nu wel kompleet en gaan werken aan ons vertrek naar de carieb. Wat een fantastische ervaring.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Slideshow Report as Spam

Comments

shthpnz
shthpnz on

Top!
Geweldige verhalen! Bedankt, Roel

ducati500
ducati500 on

Suriname.
Erg leuk jullie ervaringen te lezen ben zelf van Surinaamse afkomst , ik heb daar enkele jaren gewoond dus ik vindt het herkenbaar en leuk geschreven

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: