Een beetje thuis in de tropen

Trip Start Jul 01, 2006
1
49
79
Trip End Jan 07, 2010


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Suriname  ,
Thursday, September 20, 2007

Een beetje thuis in de tropen

Als we de Suriname rivier aanlopen is het net licht geworden en de stroom staat al flink mee naar binnen als we bij de uiterton zijn. Keurig volgen we de boeienlijn die de bakboordzijde van de geul markeert. Een stuurboord betonning ontbreekt. We worden opgelopen door een motorschip dat net één knoop sneller tussen de betonning en ons door kruipt. Als het schip voorbij is komt een loodsboot langszij. "Wwwaar is je naam" horen we in onvervalst Surinaams. De stuurman wijst naar de achterzijde van de boot. De VHF zwijgt in alle talen. "Je mag niet in de vaargeul varen"  Verbaasd kijken we om ons heen en wijken 10 graden meer van de betonning af. "Ga daar" wordt er tot drie keer geroepen. Dan laat de loodsboot ons weer met rust. Een paar mijl verder komt een visserschip ons tegemoet. "Kanaal 77" brult de stuurman vanuit zijn stuurhuis. "Welkom in Suriname zegt de visser in onvervalst Nederlands. De visser geeft wat tips over een geschikte ligplaats en een verzameling van jachten. Je zult er een driemaster vinden zonder masten, je brommer kan daar de wal op en er zijn ook moorings, (boeien om de boot veilig aan vast te maken) je kunt er drinkwater tappen en de mensen zijn er erg vriendelijk. Naar de stad pak je effe een bussie, dan ben je er zo. Wel belangrijk hoor, die moorings, er drijven soms eilandjes in de rivier. De visser zegt dat hij zelf ook nog wel eens langs komt in Domburg, zo'n 30 kilometer voorbij Paramaribo.
Als de stroom te hard tegen gaat staan liggen we precies voor de stad. Er is een klein steigertje en we liggen er een paar uur. Op de wal staan allemaal houten huizen en gebouwen. Veel in een verwaarloosde toestand maar soms opeens een keurig verzorgd perceel. Het verkeer rijdt links. Jeroen rent naar een internetcafé om zijn verjaardagspost op te halen. Met 3 mailtjes komt hij terug. Het hoort bij vertrekker zijn.Ondertussen heeft Syl de Marine op bezoek gehad. Zodra de stroom keert moeten we weg wezen. Waar we wel kunnen liggen weten ze niet. Over inklaren wordt niets gezegd. Midden in de rivier ligt een groot wrak, ooit in de oorlog "per ongeluk" gezonken met de bedoeling om de schepen met bauxiet te blokkeren. Inmiddels is door de stroom een nieuwe geul ontstaan en dus laat de overheid het wrak maar liggen, probleem opgelost. We speuren de oevers van de rivier nog af naar een geschikte plaats om de nacht door te brengen in het hartje van DE stad maar kunnen niks beters vinden dan een duur (U$ 500/week) "jachtarrangement" bij een zeer luxe hotel. Over de rivier is een betonnen brug gebouwd. Het is een heel steil wegdek met in het midden een kort vlak deel. Alleen bedoeld voor auto's. De brug is wel 40 meter hoog, zodat grote zeeschepen de terminal van Suralco kunnen bereiken, die ruim 40 kilometer stroomopwaarts ligt. Terwijl we op weg zijn naar Domburg valt de avond. Gelukkig is de rivier diep en de geul goed betond. We zoeken naar zeiljachten maar zien er hooguit af en toe 1 op de wal staan. Net als we op willen geven verschijnen wat ankerlichtjes aan stuurboord. Er zijn twee bekende jachten en nog een paar nieuwe, de driemaster is nergens te vinden. Uit het donker varen twee mannen ons in een bootje tegemoet, ze helpen met het vastmaken aan een mooring, en heten ons hartelijk welkom. Een van hen is Ben, van de Ocean Link, we kennen hem en Leonoor al uit Salvador. Small world!
 
De volgende morgen ziet het er heel anders uit. De overkant van de rivier is dicht begroeid met mangroves, aan onze zijde is een klein steigertje, water stroomt met enkele knopen langs de boot. Op de wal hangen Surinamers wat rond en gapen ons aan. Als we de boot langs het steigertje leggen om de brommer op de wal te zetten komt een zwerver ons helpen. "Ik kan het voor je wwwassen, zal ik het wwassen, laat mij het wwassen" We herkennen de bedelende mensen uit Brazil maar nu in onze eigen taal, dat komt dichterbij en je kunt hier ook niet meer zeggen dat je ´m niet begrijpt. Er staan wat eettentjes op het pleintje. De huisjes zijn van hout met golfplaten dakjes. De meeste zaakjes zijn dicht, behalve de chinese supermarkt, en dito eettent, die is altijd bereid om zaken te doen. Met de brommer naar de stad is goed te doen. De ruim 30 kilometer lange weg mist wat stukken asfalt omdat er riolering wordt aangelegd. Daar rijden we op los zand, erg leuk als de auto´s er voorbij scheuren en een dikke stofwolk achter laten.

Even inklaren
We "pakken even" een busje want de brommer staat nog in de stad, gisteren mochten we ´m parkeren bij een Hollandse stagiaire in de tuin omdat we na wat biertjes in het donker niet meer terug durfden. We moeten eerst een halve kilometer lopen want er is een brug weggehaald. De noodvoorziening is alleen voor langzaam verkeer en de auto´s moeten dan een kilometer of 20 omrijden. Dat doet de bus natuurlijk niet. De chauffeur moet kennelijk zelf de rit bekostigen want hij gaat niet eerder weg voordat de laatste stoel bezet is. Als we instappen is er nog 1 plaats vrij maar de bus gaat niet rijden. Jeroen staat in het net niet voldoende hoge busje. De passagiers maken een vermoeide indruk. We vragen een passagier, die zegt dat ie "straks" gaat. A..ha. Na 10 minuten vertrekt de bus. Na 5 minuten rijden stopt de bus en komt er nog één passagier bij. Die klapt ergens een stoeltje vandaan en zit prinsheerlijk terwijl Jeroen in gebogen houding voorin staat. De dame heeft echter het voorste stoeltje gekozen, lekker dicht bij de deur maar blokkeert daarmee het gangpad naar de rest van de bus want er is maar 1 deur en die zit voorin. Later als er meer stops volgen gaat er iemand uit en kan Jeroen toch zitten. Samen bespreken we de situatie en de verschillen met Brazil. Daar gaat dat echt heel wat effectiever. Ook herinneren we een onderwerp op de wereldomroep. Een Connection woordvoerder vertelde dat zij Suriname gingen steunen. Niet met materieel maar met kennis. Ook kwam een passagier aan het woord: "Je wwweet nooit als de bus komt en als ie komt is ie meestal vol" zo klaagde zij in Surinaams accent. We begrijpen het volledig.
In de stad wordt het beeld bepaald door haastig verkeer. Brommers worden in de berm gedrukt en worden hier bepaald niet gezien als motorfiets. We zien overal Hollandse sporen. Veel straat- en plaatsnamen maar ook ambulances, brandweerauto´s, oude PTT voertuigen, verkeerslichten en borden, alhoewel er van de laatste wel héél veel ontbreken waardoor wij vaak de verkeerde straat in rijden.
We arriveren om half elf bij de Visumdienst, zoals door mede zeilers was aanbevolen, om een aanvraag te doen. Ze zijn open van 10-12 en van 14-15 uur. Het blijkt dat we naar de MP moeten, daar moeten we aantonen dat we per zeilboot het land in gekomen zijn middels een drievoudige bemanningslijst die we zelf mogen uitschrijven. De MP zal die stempelen. Verder twee pasfoto´s, 40 euro of U$ en een kopie van het paspoort per persoon. De hele bemanning moet aantreden. We gaan naar de MP en na even wachten worden we ontvangen door twee ambtenaren, "Nee man, je moet bij de vreemdelingendienst gaan, dit is allen voor mensen die via Nickerie binnenkomen!" We gaan de volgende dag naar de vreemdelingendienst, 15 kilometer rijden. Ons geduld wordt flink op de proef gesteld door een dame die gedurende haar lunchpauze haar hoofd op het bureau te ruste legt. Als ze overeind komt denken we dat we geholpen worden maar dat blijkt echter tevergeefs. Haar actie was gericht op haar GSM, die aan zal geven als ze weer moet gaan werken. Het hoofd daalt weer neder en wij schieten wortel. Een andere ambtenaar verveelt zich kennelijk en gaat ons helpen. Vol verbazing maar enigszins geamuseerd ziet hij dat Syl de kapitein, en dus tekenbevoegd is (vinden wij handig). Dat behoeft nader onderzoek. Na enkele vragen gaat hij overstag en zet een lullig stempeltje op onze crewlist. Daarmee en met de overige stukken rijden we de 15 kilometer op de brom, terug naar de visum dienst. Een hoosbui vertraagt onze reis en in het middagdeel van de dienst dienen we onze aanvraag succesvol in. Morgen mogen we komen vragen of het visum is goedgekeurd, en wel ná 14 uur (uitgiftetijd). De derde dag ontvangen we ons visum in het paspoort en de mededeling dat we bij de MP het visum moeten laten stempelen. We zeggen dat we daar weggestuurd zullen worden maar de dame houdt vol en meldt bovendien dat we zonder stempel illegaal zijn en dus een zeker risico lopen. Opnieuw worden we bij de MP door geïrriteerde ambtenaren ontvangen. Een litanie van wat men bij de visumdienst zoal niet begrijpt is het gevolg en als de man is uitgeraasd merkt hij onze aanwezigheid opnieuw op. We klagen op onze beurt dat de vreemdelingendienst al weer gesloten zal zijn. Hij pleegt een telefoontje en spreekt zeer beleefd, als ware het de koningin, de Majoor aan. Na een uitvoerig gesprek over zijn welzijn stelt hij zeer beleefd de vraag of hij gelegenheid heeft deze mensen te ontvangen terwijl de dienst eigenlijk al gesloten is. Voor zeilers zijn wij tot vanavond open, is de reactie! Beleefdheid en een overmatige dosis belangstelling schept een band, zo concluderen wij. Om 16 uur betreden wij het bureau. We vermelden de naam van de majoor en ontmoeten onze "vriend" van de vorige keer. Hij wil graag ook onze gestempelde crewlist zien, want die moet ook opnieuw gestempeld worden! De lijst, waarvan deze dienst twee exemplaren heeft ontvangen, en wij een derde aan boord hebben achtergelaten! De belangstelling en beleefdheid maakt dat na veel aarzelen en uiterste zorgvuldigheid het stempel toch vast in ons visum wordt gezet. Met het hand op het hart moeten we verklaren om a.s. maandag aan de balie de crewlist alsnog te laten afstempelen. Hun exemplaren zitten al in het archief en de kopieermachine is stuk. Trouw gaan we maandag opnieuw naar de stad en vervoegen we ons aan de balie. We worden drie keer verwezen naar een andere persoon en komen uiteindelijk bij een andere majoor terecht. Hij maakt het goed, ook thuis is alles ok maar zijn reactie op ons verzoek om te stempelen is "onzin" en we krijgen hem niet bewogen in de richting van het stempelkussen. U moet wel over 1 maand de geldigheid van uw visum laten verlengen. Met een "dank u beleefd" verlaten we het gebouw en genieten van een heerlijk broodje Pom, een kipgerecht met een zachte kerriesaus en kouseband.

Het dagelijks leven in Domburg
Samengevat hebben we in Suriname een leuke tijd gehad. Als je je er op instelt dat de dingen die je wilt ondernemen nooit zo zullen gaan als je had bedacht maar je doel meestal wel eens bereikt zal worden dan kun je hier als Hollander best een leuk leven leiden. Haast moet je hier echter niet hebben en afspraken maken blijft erg lastig. We troffen meerdere Hollanders die een bedrijf of woning hier hebben opgebouwd, er zitten dus zeker aantrekkelijke kanten aan. Een warm land met een prachtige natuur, vriendelijk mensen en erg goedkoop.
Wij eten vaak in een Javaans tentje op Domburg waar ook "onze eigen" stamtafel staat. Vrijwel elke avond komen de Hollandse eigenaren van het visbedrijf "Holsu" met eigen scheepswerf er samen met de zeilers een biertje drinken. Zij vertelden ons hoe ze eerst door de Surinaamse Marine en Luchtmacht werden beschoten nadat ze zonder vergunning in Surinaamse wateren hadden gevist. Na enkele maanden opsluiting hebben zij hun vergunningen gekregen en staat er nu een goed lopend bedrijf met drie grote kotters, waar zo´n 70 mensen een baan vinden. Voor 7,5 SRD (€ 1,75) koop je er een Djogo, een halve liter "Parbo" onder de Heineken vlag gebrouwen. De eigenaresse heeft altijd keuze tussen Bami en Nasi met kip. Alhoewel één van beiden soms wel verkocht wordt maar "even op" is. (we verkopen het wel maar we hebben het niet) Vaak is er ook Saoto, een heerlijke heldere soep met kip en taugé. In Domburg is ook een "Cyber, Games en copyshop" Er staan zo´n 15 oude pc´s en het is er niet duur. Daar staat tegenover dat het zaakje meer dicht dan open is. Als je binnen weet te komen is het altijd maar weer afwachten hoe de vlag er voor staat. Soms breken kinderen de tent af door er "soldaatje" met elkaar te spelen. Ze zitten ieder achter een pc en spelen samen een spel waarin ze elkaar tegenkomen op het beeldscherm en beschieten. De pc´s hebben geen geluid maar daar zorgen de kinderen dan zelf wel voor. De snelheid laat sterk te wensen, skypen is er niet bij, maar wij kunnen er wel onze mail checken.

Schroefas (deel 12)
Op de scheepswerf krijgen we fantastische hulp om de schroefas eindelijk in het midden te krijgen want de doorvoer is opnieuw gaan lekken. Na het lenen van een meetklok en veel praten en sleutelen hebben we opnieuw een oorzaak te pakken. De aluminium riemschijf, die als centreer adapter moet dienen en exact op de flenzen moet passen, blijkt door de 4 bouten keurig scheef te worden getrokken op het moment dat deze wordt gemonteerd. De oorzaak is dat 2 van de 4 bouten 0,5 mm verder uit de hartlijn zitten dan de andere twee! (standaardproduct Vetus) Op het moment dat de flexibele koppeling wordt gemonteerd trekt de stalen flens keurig een beetje een eivorm in de schijf. Dit hebben we opgelost door de schijf uit te draaien zodat deze alleen nog maar als vulring fungeert. Nu draait de as niet alleen veel stiller, de slingering is ook terug gebracht tot 0,1mm.

Laarwijk
Aan de overkant van de rivier ligt de plantage Laarwijk. Je kunt er heerlijk wandelen en het geeft een hoog tuinhuisjes gevoel. De mensen hebben grote stukken grond en leven met een generator en accu´s. Een enkeling heeft zonnepanelen. Er is een lagere school en regelmatig vaart er een Korjaal (typisch veerbootje) heen en weer. De mensen oogsten er nog altijd bananen, papaja´s, sinaasappels, cassave en veel andere fruitsoorten. De bewoners stralen rust uit en nemen de tijd voor een praatje met ons.

Over baby's en techniek
In de stad kochten we een nieuwe buitenboordmotor. De kleinste die er is, van 2 PK. We waren er precies om 8 uur toen de winkel open ging. Voor ons waren twee andere mensen die een 15Pk kochten. Een erg populair motortje want alle taxiboten zijn er mee uitgerust. Men verkoopt hier uitsluitend tweetakt en de prijzen zijn redelijk laag. "Daar is de baby", riep de verkoper toen hij het ding over de toonbank tilde! "Ik ben blij dat ik die er niet uit heb hoeven persen" floept Syl er spontaan uit. Hilariteit alom. Lachen kunnen ze, die Suri´s.
Ook de kortegolfradio was nog een probleem aan boord. Bij een heuse Kenwood dealer bespreken we de zaak en laten we de tuner nakijken. Jeroen had namelijk nog steeds het vermoeden dat er met de tuner wat mis was omdat we veel te slecht ontvangst hadden en bepaalde metingen vreemde resultaten opleverden. Als een heus wonder heeft een collega zeiler precies dezelfde tuner ongebruikt aan boord liggen die we mogen uitproberen. Tegelijkertijd meldt de dealer dat onze tuner alleen door de leverancier hersteld kan worden. De microprocessor is in de war. We sluiten de geleende tuner aan et voilá, er gaat een wereld voor ons open.

Voormalige plantages
In het weekeind is het feest aan de rivier. Jetski's en speedboten scheren tussen de geankerde jachten door, grote golven trekkend. Radio´s uit auto's klinken door elkaar en veel eettentjes verkopen thuis bereidde maaltijden. Het geeft een Amsterdamse Koninginnedag gevoel waarbij "een losse buik" niet uitgesloten is. We ontmoeten er Steven en Emmie, locals ons graag wat meer van de omgeving willen laten zien. We spreken een dag af en bezoeken Frederiksdorp, een grote plantage aan de oostzijde van de rivier ter hoogte van de stad en de overblijfselen van een fort, Nieuw Amsterdam geheten. Het fort is ooit door de Hollanders gebouwd maar er is weinig van over. Een moeizame bouw met verzakkingen en te kort aan stenen hebben gemaakt dat de hoofdgebouwen van hout zijn gebouwd. In één van de gebouwen heeft tot voor kort een gevangenis gehuisvest gezeten. De gebouwen zijn beklad met leuzen, onkruid staat twee meter hoog en over de overblijfselen van een bruggetje moeten we een stroompje oversteken. Roestige kanonnen en machinegeweren waar nooit een kogel mee geschoten is. Een mooi uitzicht over het zeer strategisch gekozen knooppunt van de Surinamerivier en de Commewijnerivier is de beloning voor de lange autorit. Ook gaan we nog eten in een lekker eettentje. Echte surinaamse gerechten en gefrituurde cassave, een soort aardappel. We spreken nog een andere dag met hen af en met onze brommer bezoeken wij hun huis. We gaan weer wat rijden en hebben alle tijd om het land eens rustig te bekijken en te leven zoals een doorsnee Surinamer leeft. We kopen wat gebak en broodjes en zwemmen in een kreek met zuiver maar zeer bruin water. Het stikt er van de "badgasten" en met kano´s en ander drijvend materieel vermaken de mensen zich. Zo zijn we al 5 weken in dit bijzondere land voordat we aan de high-lights toe zijn. Leven in de tropen went snel.
 
Slideshow Report as Spam

Comments

Rasjafamilie on

Toevallig lees ik dit stuk over Domburg, Elke vorm van kritiek hier ,doet mij verder denken. Als je dit stuk goed leest haal ik er vele vragen eruit om veel toeristen naar Domburg en omgeving voor een blijvend bezoek te waarborgen.wat missen we daar nog : Haven voor uw mooie zeilboten, economische vooruitgang is,dat zeker. Domburg heeft de potentie om een prachtig toeristisch oord te worden, het is ook tijd dat Domburg een grote ( kwatta markt) kan krijgen , Kijk maar hoeveel toeristen en anderen naar het waterkant komen. leer het formule ook van andere landen ,Toeristen zijn belangrijk op dit moment.

rasjafamilie on

zie ook www.rasja.com . (vrienden voor pijn patienten )

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: