De weg terug, nog heel wat te zien
Trip Start
Jul 06, 2005
1
101
120
Trip End
Jul 23, 2010
Vrijdag, zaterdag en zondag staan in het kader van onze terug tocht. We vertrekken als het net licht geworden is en zien onze baai in een oranje gloed van de opkomende zon achter ons verdwijnen. Door te motorzeilen komen we 8 uur later in Kalkan aan, waar we ankeren in de baai. Het gelan heeft zich uitstekend gehouden, maar bij nadere inspectie tijdens het varen ontdekken we dat de rondslingerde spatten niet lekkage is van het gelan, maar olie dat door de as door de motorkamer wordt geslingerd. Waar komt die olie vandaan, het is heldergele olie, gelijk aan die in de keerkoppeling wordt ingebracht. Het lijkt erop dat de schroefas die uit de keerkoppeling komt olie laat mee lekken die vervolgens rondgeslingerd wordt. Op deze plaats is ook de plastic slang van het geland verpulverd. Zou dit de pakking van de schroefas die uit de keerkoppeling komt hebben beschadigd???????? Met doeken probeer ik het gespat te beperken en vul de keerkoppeling aan met olie, om die niet droog te laten draaien. Nadat we de volgende morgen in Kalkan geproviandeerd hebben en water en diesel over hebben gepompt, vertrekken we naar Oludeniz, waar ons probleem begon met de buitenboordmotor. In de loop van de middag ontstaat er een forse swell, maar die wordt gedeeltelijk afgedekt door onze ankerplaats. In tegenstelling tot 14 dagen geleden liggen we er nu alleen. Zondag pakken we onze rubberboot en varen naar de kreek die voor jachten verboden is. We roeien door een prachtig stukje natuur, waar door inventieve Turken allerlei beaches zijn gemaakt . In een luxe loungebar doen we ons te goed aan gebak. 's Middags kijken we naar de landing van de paragliders op het strand, en ik moet een gevoel onderdrukken om ook niet zo’n tocht te maken. Oludeniz hebben we herhaald, en het bb motortje heeft het goed gedaan. Maandag is de baai van Fethiye aan de beurt, we willen weer naar de overkant van de baai (Skopea Limani) en genieten van de vele kleine baaitjes. We zeilen al snel en we blijven zeilen, tot in de Boynuz Buku baai. Alle keren dat we in de Fethiye baai zijn geweest, stonden windmachines aan op de bergen, waarbij 20-22 knopen geen uitzondering is. Ook nu is dat zo, en we kunnen daarom wel concluderen, dat als je in Turkije wilt zeilen, ga dan naar de Fethiye baai!! We blijven hier tot donderdag. Dan kunnen we die dag een slag naar Ekincik maken, waar we onszelf nog een uitstapje hebben beloofd op de Dalyan rivier om naar de rotsgraven te kijken.
Donderdag vertrekken we om 9.30 uur en hebben 32 mijl te gaan. We weten wat de gribfiles aan verwachtingen geeft, maar je weet dit nooit zeker omdat de lokale winden die van de bergen rollen vaak van grote invloed zijn. Het wordt meer motoren dan zeilen, maar de tegenwind blijft beperkt zodat we voldoende voortgang hebben en de motor niet over de kop hoeven te jagen. Toch hebben we het grootzeil er vaak bij, waardoor we een knoop harder kunnen varen. Als we eenmaal de laatste kaap hebben gehad en voor ons de baai van Ekincik ligt, kunnen we zeker nog ruim 2 uur alles op zeil doen, de bonus van de dag. Rond 18.00 laten we het anker zakken en gaan met de bijboot aan land om info voor de volgende dag te verzamelen en een Wifi spot te zoeken aangezien mijn dataverkeer met mijn Vodafone prepaid uitgeput is (1 gigabite/mnd). We liggen in de baai met veel boten en dat is niet zo verwonderlijk omdat we tijdens het zeilen veel boten om ons heen hebben waargenomen, het seizoen is wel degelijk niet voorbij!
Vrijdagochtend gaan we onderhandelen met de schippers van de bootjes die op Caunos varen. Gelukkig is er een opperschipper, want er liggen 40 bootjes om naar Caunos te varen. We maken een prijs af van 50 Tlira per persoon en kunnen meevaren met een boot die onderweg is om zijn passagiers op te halen. Als ik met mijn bijboot bij de Alure aankom, zie ik in de verte al de boot komen, dus opschieten is het credo. Waarom zijn we zo gespitst op Caunos. Caunos is een van de oudste plaatsen van deze streek, het ligt tegenover Dalyan aan de gelijknamige rivier. Caunos is bekend om zijn Lyciaanse rotstomben en deze dateren uit de tijd van 2000 jaar voor onze jaartelling. In die tijd was Caunos een belangrijke haven waar allerlei zaken werden verhandeld, maar was ook een ongezonde stad. Om vanuit zee Caunos te bereiken moet er eerst de rivier op worden gevaren met een enorm estuarium met heel veel riet, indertijd een broedplaats voor muggen en wel, mogelijk besmet met malaria. Als wij de rivier opvaren lijkt alles nog het zelfde te zijn. We varen door een prachtig wetlandgebied van riet en alleen in de verte gemarkeerd door groene bergtoppen. Het is ook de plaats waar reuze schildpadden hun domicilie hebben en in het voorjaar hun eieren in het brede zandstrand leggen. We gaan naar een plaats toe waar ze gevoerd of verleid worden met kreeften waardoor we een prachtig beeld van hun kunnen vormen en zien hoe krachtig en snel ze ondanks hun afmeting zijn . We varen verder door een doolhof van kreekjes omgeven door 2-5 meter hoog riet en we zijn blij dat we niet met onze rubberboot de tocht zelf hebben ondernomen, we zouden helemaal verdwalen en een tekort aan benzine hebben gekregen. Na de schildpadden neemt onze mini gulet ons mee na de ingang van het oude Caunos, waarvoor we even moeten klimmen. Men denkt dat de oorspronkelijke bewoners uit Kreta zijn gekomen en zijn later overheerst door Rhodes, de Grieken, de Perzen en de Romeinen, maar altijd hebben ze gevochten voor hun onafhankelijkheid, zelfs zo dat ze om aan de overheersing te ontkomen, zich massaal van het leven hebben beroofd. Er wordt nog steeds aan opgravingen gedaan, er is nog mooi een kerk te zien, het amfitheater, het badhuis en de haven. En als je op het terras staat met het uitzicht op de haven, het estuarium en de zee doet je even vermoeden dat je meer dan 2000 jaar terug bent in de tijd, vooral als je kijkt naar je stoffige sandalen, zo zou het geweest kunnen zijn! Daarna varen we langs de rots tombes, er moeten zo’n150 stuks zijn, maar die liggen mogelijk meer verscholen. [ Alleen via de bootjes op de rivier mogen we ze aanschouwen, wat denk ik de beste manier is om ze nog even bij ons te hebben. Overigens doet de Turkse overheid best veel aan natuurbehoud, zo is dit gebied beschermd gebied geworden en wordt er alles aan gedaan dit estuarium en het schilpaddenbestand onder controle te houden. Maar hoe dat allemaal verloopt met de 100 boten vol toeristen is een prangende vraag. In tegenstelling tot de vorige keer hebben we geen last van prikkende vliegen, onze antimuggen spray is de hele dag in de rugzak gebleven.
Zaterdagochtend 06.30 uur worden we spontaan wakker en maken ons klaar voor de laatste etappe naar Marmaris. We varen snel, maar het is weer hoofdzakelijk op de motor. Voorlopig concentreren we ons op de route, omdat er door een militairgebied gevaren moet worden. Op de kaart is een no- go area aangegeven, maar dit wordt niet door iedereen opgevolgd. Net als gisteren zien we marine schepen patrouilleren en besluiten maar wijs te zijn en ons aan de aanwijzingen van de kaart te houden. In de verte zien we dat andere schepen dat niet doen en dwars door het gebied varen. Uiteindelijk wordt niemand aangehouden en moeten we concluderen dat we voor niets een aantal mijlen hebben omgevaren. Af en toe controleer ik het olieverlies in de motorkamer. De lekkage van de olie is afgenomen, maar er staat na een paar uur varen best veel olie onder de keerkoppeling. Ik maak alles schoon en leg vellen keukenrolpapier neer om te onderzoeken waar de olie tegen aanspat en hoeveel. Het rondslingeren van de olie is grotendeels gestopt, maar er is een constante lek vanuit de keerkoppeling naar beneden. Er moet hier echt iets aan gedaan worden in Marmaris, wat opnieuw een forse tegenslag is. Bij de ingang van de baai van Mamaris duiken we eerst de baai van Ciftlik in en ankeren daar voor de lunch. Met even zwemmen en relaxen is het zo 16.00 uur en daarna halen we het anker op om dicht bij de haven nog even in de vakantiesfeer te blijven. Maandag is de techniek weer de prioriteit.
Zondag blijkt dat we geankerd hebben op een ideale picknickplaats. Met een grote rubberboot worden ongeveer 12 volwassen mannen en vrouwen gedropt die de hele dag rond onze meerpaal een prima zondag hebben. De picknickplaats ligt vol rommel van aangespoeld zwerfvuil en vergeten rotzooi van voorafgaande picknick party’s. Tot onze verbazing wordt het hele strand van plastic en ander vuil geschoond en in plastic zakken gedaan en afgevoerd, dus zo kan de Turkse jeugd (+/- 30 jarigen) zich ook gedragen. Wij brengen de dag door met lezen en zwemmen, naar andermans muziek te luisteren en de warmte te trotseren die in de boot 38 graden is, in de schaduw buiten met een windje 34 graden bij een watertemperatuur van 29 graden. Al met al, is het elke keer weer een verademing als de zon ondergaat en het nog twee uur licht is. Helemaal donker is het deze nachten niet want de volle maan maakt een prachtige lichtweg over het water.
Maandag na aankomst in de haven begint het geregel: de winterstalling wordt nu definitief gemaakt en nu weten we waarom wij niet eerder konden betalen, de prijs is in juli 30% omhoog gegaan, ja ook de Turken zorgen dat hun welvaart blijft stijgen, afgelopen jaar met 8%! We worden zeer coulant geholpen door het technisch bureau als wij het verhaal van ons gelan uit de doeken doen: de keerkoppeling wordt van de motor gehaald en een nieuwe pakking wordt er in de werkplaats in gezet. Bij een temperatuur van 37 graden wordt deze best zware klus in 3 uur geklaard. We hoeven alleen de materiaal kosten te betalen. Maar opnieuw vinden ze dat de schroefas veel te zwaar draait en willen ze dit nog een keer bekijken als het schip op het droge staat. Het gelan zal dan gedemonteerd worden om de schroefaskoker te kunnen inspecteren. De dagen (dinsdag, woensdag donderdag en vrijdag) staan in het teken van de boot winterklaar maken. Zeilen worden van de boot gehaald, de olie wordt ververst, alle bewegende delen als lieren en sloten worden ingevet, de diesel wordt voorzien van een preserveermiddel en de buitenboordmotor wordt tot in de flotterkamer schoongemaakt. Ook hebben we besloten de boot te laten schilderen, uiteindelijk is er de laatste 18 jaar geen kwast aan te pas geweest. We tekenen het schilderscontract en nu maar hopen dat het aan onze verwachting zal voldoen . Woensdag pak ik nog even de ferry naar Rhodos om ons Grieks Vodafone abonnement op te zeggen en lig ik nog even op het Griekse strand met uitzicht op Turkije te wachten op mijn ferry, en zie verschillende boten met windkracht 5 de oversteek wagen, ook wij deden dat 3 maanden geleden bij zo’n zelfde forse wind, best dapper!
Donderdag vertrekken we om 9.30 uur en hebben 32 mijl te gaan. We weten wat de gribfiles aan verwachtingen geeft, maar je weet dit nooit zeker omdat de lokale winden die van de bergen rollen vaak van grote invloed zijn. Het wordt meer motoren dan zeilen, maar de tegenwind blijft beperkt zodat we voldoende voortgang hebben en de motor niet over de kop hoeven te jagen. Toch hebben we het grootzeil er vaak bij, waardoor we een knoop harder kunnen varen. Als we eenmaal de laatste kaap hebben gehad en voor ons de baai van Ekincik ligt, kunnen we zeker nog ruim 2 uur alles op zeil doen, de bonus van de dag. Rond 18.00 laten we het anker zakken en gaan met de bijboot aan land om info voor de volgende dag te verzamelen en een Wifi spot te zoeken aangezien mijn dataverkeer met mijn Vodafone prepaid uitgeput is (1 gigabite/mnd). We liggen in de baai met veel boten en dat is niet zo verwonderlijk omdat we tijdens het zeilen veel boten om ons heen hebben waargenomen, het seizoen is wel degelijk niet voorbij!
Vrijdagochtend gaan we onderhandelen met de schippers van de bootjes die op Caunos varen. Gelukkig is er een opperschipper, want er liggen 40 bootjes om naar Caunos te varen. We maken een prijs af van 50 Tlira per persoon en kunnen meevaren met een boot die onderweg is om zijn passagiers op te halen. Als ik met mijn bijboot bij de Alure aankom, zie ik in de verte al de boot komen, dus opschieten is het credo. Waarom zijn we zo gespitst op Caunos. Caunos is een van de oudste plaatsen van deze streek, het ligt tegenover Dalyan aan de gelijknamige rivier. Caunos is bekend om zijn Lyciaanse rotstomben en deze dateren uit de tijd van 2000 jaar voor onze jaartelling. In die tijd was Caunos een belangrijke haven waar allerlei zaken werden verhandeld, maar was ook een ongezonde stad. Om vanuit zee Caunos te bereiken moet er eerst de rivier op worden gevaren met een enorm estuarium met heel veel riet, indertijd een broedplaats voor muggen en wel, mogelijk besmet met malaria. Als wij de rivier opvaren lijkt alles nog het zelfde te zijn. We varen door een prachtig wetlandgebied van riet en alleen in de verte gemarkeerd door groene bergtoppen. Het is ook de plaats waar reuze schildpadden hun domicilie hebben en in het voorjaar hun eieren in het brede zandstrand leggen. We gaan naar een plaats toe waar ze gevoerd of verleid worden met kreeften waardoor we een prachtig beeld van hun kunnen vormen en zien hoe krachtig en snel ze ondanks hun afmeting zijn . We varen verder door een doolhof van kreekjes omgeven door 2-5 meter hoog riet en we zijn blij dat we niet met onze rubberboot de tocht zelf hebben ondernomen, we zouden helemaal verdwalen en een tekort aan benzine hebben gekregen. Na de schildpadden neemt onze mini gulet ons mee na de ingang van het oude Caunos, waarvoor we even moeten klimmen. Men denkt dat de oorspronkelijke bewoners uit Kreta zijn gekomen en zijn later overheerst door Rhodes, de Grieken, de Perzen en de Romeinen, maar altijd hebben ze gevochten voor hun onafhankelijkheid, zelfs zo dat ze om aan de overheersing te ontkomen, zich massaal van het leven hebben beroofd. Er wordt nog steeds aan opgravingen gedaan, er is nog mooi een kerk te zien, het amfitheater, het badhuis en de haven. En als je op het terras staat met het uitzicht op de haven, het estuarium en de zee doet je even vermoeden dat je meer dan 2000 jaar terug bent in de tijd, vooral als je kijkt naar je stoffige sandalen, zo zou het geweest kunnen zijn! Daarna varen we langs de rots tombes, er moeten zo’n150 stuks zijn, maar die liggen mogelijk meer verscholen. [ Alleen via de bootjes op de rivier mogen we ze aanschouwen, wat denk ik de beste manier is om ze nog even bij ons te hebben. Overigens doet de Turkse overheid best veel aan natuurbehoud, zo is dit gebied beschermd gebied geworden en wordt er alles aan gedaan dit estuarium en het schilpaddenbestand onder controle te houden. Maar hoe dat allemaal verloopt met de 100 boten vol toeristen is een prangende vraag. In tegenstelling tot de vorige keer hebben we geen last van prikkende vliegen, onze antimuggen spray is de hele dag in de rugzak gebleven.
Zaterdagochtend 06.30 uur worden we spontaan wakker en maken ons klaar voor de laatste etappe naar Marmaris. We varen snel, maar het is weer hoofdzakelijk op de motor. Voorlopig concentreren we ons op de route, omdat er door een militairgebied gevaren moet worden. Op de kaart is een no- go area aangegeven, maar dit wordt niet door iedereen opgevolgd. Net als gisteren zien we marine schepen patrouilleren en besluiten maar wijs te zijn en ons aan de aanwijzingen van de kaart te houden. In de verte zien we dat andere schepen dat niet doen en dwars door het gebied varen. Uiteindelijk wordt niemand aangehouden en moeten we concluderen dat we voor niets een aantal mijlen hebben omgevaren. Af en toe controleer ik het olieverlies in de motorkamer. De lekkage van de olie is afgenomen, maar er staat na een paar uur varen best veel olie onder de keerkoppeling. Ik maak alles schoon en leg vellen keukenrolpapier neer om te onderzoeken waar de olie tegen aanspat en hoeveel. Het rondslingeren van de olie is grotendeels gestopt, maar er is een constante lek vanuit de keerkoppeling naar beneden. Er moet hier echt iets aan gedaan worden in Marmaris, wat opnieuw een forse tegenslag is. Bij de ingang van de baai van Mamaris duiken we eerst de baai van Ciftlik in en ankeren daar voor de lunch. Met even zwemmen en relaxen is het zo 16.00 uur en daarna halen we het anker op om dicht bij de haven nog even in de vakantiesfeer te blijven. Maandag is de techniek weer de prioriteit.
Zondag blijkt dat we geankerd hebben op een ideale picknickplaats. Met een grote rubberboot worden ongeveer 12 volwassen mannen en vrouwen gedropt die de hele dag rond onze meerpaal een prima zondag hebben. De picknickplaats ligt vol rommel van aangespoeld zwerfvuil en vergeten rotzooi van voorafgaande picknick party’s. Tot onze verbazing wordt het hele strand van plastic en ander vuil geschoond en in plastic zakken gedaan en afgevoerd, dus zo kan de Turkse jeugd (+/- 30 jarigen) zich ook gedragen. Wij brengen de dag door met lezen en zwemmen, naar andermans muziek te luisteren en de warmte te trotseren die in de boot 38 graden is, in de schaduw buiten met een windje 34 graden bij een watertemperatuur van 29 graden. Al met al, is het elke keer weer een verademing als de zon ondergaat en het nog twee uur licht is. Helemaal donker is het deze nachten niet want de volle maan maakt een prachtige lichtweg over het water.
Maandag na aankomst in de haven begint het geregel: de winterstalling wordt nu definitief gemaakt en nu weten we waarom wij niet eerder konden betalen, de prijs is in juli 30% omhoog gegaan, ja ook de Turken zorgen dat hun welvaart blijft stijgen, afgelopen jaar met 8%! We worden zeer coulant geholpen door het technisch bureau als wij het verhaal van ons gelan uit de doeken doen: de keerkoppeling wordt van de motor gehaald en een nieuwe pakking wordt er in de werkplaats in gezet. Bij een temperatuur van 37 graden wordt deze best zware klus in 3 uur geklaard. We hoeven alleen de materiaal kosten te betalen. Maar opnieuw vinden ze dat de schroefas veel te zwaar draait en willen ze dit nog een keer bekijken als het schip op het droge staat. Het gelan zal dan gedemonteerd worden om de schroefaskoker te kunnen inspecteren. De dagen (dinsdag, woensdag donderdag en vrijdag) staan in het teken van de boot winterklaar maken. Zeilen worden van de boot gehaald, de olie wordt ververst, alle bewegende delen als lieren en sloten worden ingevet, de diesel wordt voorzien van een preserveermiddel en de buitenboordmotor wordt tot in de flotterkamer schoongemaakt. Ook hebben we besloten de boot te laten schilderen, uiteindelijk is er de laatste 18 jaar geen kwast aan te pas geweest. We tekenen het schilderscontract en nu maar hopen dat het aan onze verwachting zal voldoen . Woensdag pak ik nog even de ferry naar Rhodos om ons Grieks Vodafone abonnement op te zeggen en lig ik nog even op het Griekse strand met uitzicht op Turkije te wachten op mijn ferry, en zie verschillende boten met windkracht 5 de oversteek wagen, ook wij deden dat 3 maanden geleden bij zo’n zelfde forse wind, best dapper!


