Zelfs voor Turken interessant
Trip Start
Jul 06, 2005
1
98
120
Trip End
Jul 23, 2010
Onze zondag begint vrij rustig, we zwemmen, lezen tot de wind opsteekt en ons van ons anker gooit. We dreigen tegen de rotsen te gaan en hals over de kop halen we de achterlijnen weg en halen het anker op. Dit is eigenlijk de tweede keer. We verkassen en zoeken een andere plek. Nadat we er van overtuigd zijn dat we goed vast zitten maken we als de zon bijna achter de bergen is, de tocht naar de graftombes, die we zien liggen van uit de boot. Het wordt een aardige klimpartij, maar het pad is redelijk aangegeven . We genieten van het prachtige uitzicht op onze baai en we maken voor het eerst kennis met een echte Lyciaanse graftombe . Er ligt zelfs een geraamte in , maar dat zal wel fake zijn. Ondanks dat de zon weg is baden we in het zweet, maar wel de moeite waard om zo'n klimpartij te maken.
Maandag is weer een nieuwe uitdaging, we gaan verder zuid- oost de kust af. Er staat een aardige wind en als we eenmaal op echt open water zijn kunnen we zeilen. We steken zeilend de baai van Fethiye over en gaan op weg naar de volgende baai waar het eiland Gemiler ligt. Dit is eigenlijk het Sinterklaas eiland. Er staan 4 kerken op waar van een geweid zijn aan de Sinterklaas uit Myra (uit de 4 de eeuw) en Sinterklaas uit Sion ( 6 eeuw AD) beiden geboren in Lycian. Opnieuw komen we in een baai dat is gemarkeerd door om ons heen hoge rotsen. Gemiler is een welvarend eiland geweest doordat het op de route lag naar Palestina en aangedaan werd door zeer veel pelgrims. We leggen aan met het anker voor en twee lijnen achter op het eiland, net niet aan de stenen van huizen en gebouwen die 1500 jaar geleden gebouwd zijn. Als de zon wat lager staat pakken we onze bijboot en gaan het eiland op. Opnieuw een klimpartij. Er bevinden zich drie kerken , gebouwen, graftomben en restanten van huizen. Bovenal hebben we op de top een prachtig uitzicht.
Dinsdag zitten we weer vol plannen, de vlinderbaai en Oludeniz staan op het programma. Na het zwemmen en kopen van brood bij de parlevinker , varen we over een stukje open zee naar de Butterfly Bay waar in de Gorge mogelijk TigerButterflies te zien zijn. De kust die we aandoen is zeer ruw en begroeit met dennenbomen. De canion die we al spoedig van het water zien is hoog en smal, dat belooft wat . In de baai loopt een aardige deining en de gulets die er liggen , liggen aardig te deinen. Is ankeren wel haalbaar, vooral als we ook nog een branding zien. Maar we blijven stoer, op 8 meter diepte laten we ons anker in het water plonsen en varen achteruit richting branding. Na 60 meter ketting en touw lijken we vast te zitten. Door de deining blijft de boot aan het anker trekken zodat we geen achtertouw nodig hebben. We maken onze bijboot vaarklaar en nemen onze bergschoenen mee voor de hike. Er is een prachtig breed strand en overals in de uitloop van de rivier zijn tentjes, gebouwtjes en andere zaken. Als we goed rond kijken lijkt het wel een hippie gemeenschap te zijn die alles uitbaat zoals, muziekcursussen, yoga, aan je zelf werken en duikcursussen en daarnaast wordt er zover je kunt zien van alles verbouwd . Dieper in de Gorge is de natuur op z’n best en klauteren we steeds hoger naar uiteindelijk de waterval . Aan rotsen bij water en in spelonken zien we de tijgerbutterfly geplakt en als je ze even verstoort fladderen ze in een prachtige oranje kleur van je weg. Maar dat gaat zo snel dat het een onscherpe foto is geworden. Dan op naar Oludeniz in dezelfde driehoek. De plaats is bekend om zijn mooiste strand en zijn Babadag berg van 1950 meter die de springplaats is van Paragliders. In de baai bij het strand liggen zeer veel gulets en er is weinig plaats voor ons. De parlevinker die ijs verkoopt doet ons een voorstel om te helpen de achterlijnen te bevestigen aan de rotsen. Argwanend vraag ik de prijs die slechts de afname van twee ijsjes en een brood zou moeten zijn. Nog juigend over de goede ervaringen bij de butterfly bay, wil ik mijn hand niet over spelen en neem het aanbod aan. Gelukkig maar, er staat een aardige deining en er blijken touwen aan de rotsen te zitten voor verankering, terwijl ik die zelf niet had opgemerkt. Daar liggen we dan met het strand en de beroemde Babadag waar op een adembenemende manier paragliding en capriolen prachtig te zien zijn. Het brood, de twee ijsjes en het ijsje voor de parlevinker bedragen 35 Tlira (daar kunnen we s ’avonds van uit eten gaan), ik kan het gelukkig met onderhandelen terug brengen tot 25 Tlr. Als we echter naar het plaatsje Oludeniz willen gaan met onze bijboot , ontdekken we dat het koelwater niet meer loopt, onze eerste echte pech in deze tweede vakantieperiode kondigt zich aan. Het lijkt wel of de impeller weer stuk is, net als in Preveza twee jaar geleden. We gaan terug en ik zet me zelf aan het sleutelen. Maar waar zit de impeller? In de operators guide staan allerlei tekeningen maar niets geeft aan waar de impeller zit. Op internet op you-tube laat iemand zien waar de impeller zit bij een 140 pk motor, terwijl ik een 3.5 pk heb. Daar zit hij achter de propeller, dus waarom niet bij een 3.5 pk. Als ik aan het demonteren sla en de olie over mijn handen stroomt, moet ik al snel constateren dat er verschillen bestaan tussen een 140 pk en een 3.5 pk Johnson buitenboordmotor. Ook omringend buitenboordmotor bezitters raadplegen hun boekjes, maar niemand kan en weet het te vinden. Ik zoek dekking bij Gert en Wim, die bieden mogelijk uitkomst. Morgen naar een grote stad proberen te komen om kennis en kunde in te huren. Onder tussen springen tientallen paragliders uit de hemel en landen veilig op de grond, eigenlijk zijn het net Tiger butterflies.
Van Wim heb ik info ontvangen om verder aan de buitenboordmotor te sleutelen, maar dat is wel ingrijpend. We besluiten ons even uit de natuur te ontrukken en 30 mijl verder naar Kalkan te gaan, om daar te informeren naar een echte techneut. Eerst moet je zoiets zien en daarna kun je het zelf aanleren. Zo gezegd zo gedaan. We halen om 10.30 uur het anker op en varen de zee in. Er staat weinig wind maar wel een flinke deining. Rond 15.00 uur neemt de wind iets toe en dan is het motorzeilen met de wind achter je erg relaxed. Rond 17.00 varen we de haven van Kalkan binnen en als we eenmaal hebben aangelegd wordt er meteen voor ons gebeld naar een monteur van buitenboordmotoren. Het kan ook haast niet anders, het stikt hier van de boten en iedereen heeft wel een buitenboordmotor aan zijn boot. Na een uur verschijnt de monteur en neemt de buitenboordmotor mee, ik kan hem niet aan zijn verstand brengen dat ik graag wil zien hoe hij de impeller vernieuwt. Mogelijk kan de havenmeester mij hierbij nog helpen morgenochtend. Terwijl de was wordt gedaan gaan wij het schattige stadje binnen. Alles is hier opnieuw op de berg gebouwd na de aardbeving van 1989 en elk gebouw heeft wel een dakterras, balkons en waranda’s om maar te dienen als restaurant. Om 21.00 uur lijkt het wel of Kalkan een groot restaurant is. Ook wij kunnen de verleiding niet weerstaan en zitten bij een temperatuur van boven de 30 graden met een uitzicht over zee heerlijk te genieten van wat Turkije heeft te bieden.
Maandag is weer een nieuwe uitdaging, we gaan verder zuid- oost de kust af. Er staat een aardige wind en als we eenmaal op echt open water zijn kunnen we zeilen. We steken zeilend de baai van Fethiye over en gaan op weg naar de volgende baai waar het eiland Gemiler ligt. Dit is eigenlijk het Sinterklaas eiland. Er staan 4 kerken op waar van een geweid zijn aan de Sinterklaas uit Myra (uit de 4 de eeuw) en Sinterklaas uit Sion ( 6 eeuw AD) beiden geboren in Lycian. Opnieuw komen we in een baai dat is gemarkeerd door om ons heen hoge rotsen. Gemiler is een welvarend eiland geweest doordat het op de route lag naar Palestina en aangedaan werd door zeer veel pelgrims. We leggen aan met het anker voor en twee lijnen achter op het eiland, net niet aan de stenen van huizen en gebouwen die 1500 jaar geleden gebouwd zijn. Als de zon wat lager staat pakken we onze bijboot en gaan het eiland op. Opnieuw een klimpartij. Er bevinden zich drie kerken , gebouwen, graftomben en restanten van huizen. Bovenal hebben we op de top een prachtig uitzicht.
Dinsdag zitten we weer vol plannen, de vlinderbaai en Oludeniz staan op het programma. Na het zwemmen en kopen van brood bij de parlevinker , varen we over een stukje open zee naar de Butterfly Bay waar in de Gorge mogelijk TigerButterflies te zien zijn. De kust die we aandoen is zeer ruw en begroeit met dennenbomen. De canion die we al spoedig van het water zien is hoog en smal, dat belooft wat . In de baai loopt een aardige deining en de gulets die er liggen , liggen aardig te deinen. Is ankeren wel haalbaar, vooral als we ook nog een branding zien. Maar we blijven stoer, op 8 meter diepte laten we ons anker in het water plonsen en varen achteruit richting branding. Na 60 meter ketting en touw lijken we vast te zitten. Door de deining blijft de boot aan het anker trekken zodat we geen achtertouw nodig hebben. We maken onze bijboot vaarklaar en nemen onze bergschoenen mee voor de hike. Er is een prachtig breed strand en overals in de uitloop van de rivier zijn tentjes, gebouwtjes en andere zaken. Als we goed rond kijken lijkt het wel een hippie gemeenschap te zijn die alles uitbaat zoals, muziekcursussen, yoga, aan je zelf werken en duikcursussen en daarnaast wordt er zover je kunt zien van alles verbouwd . Dieper in de Gorge is de natuur op z’n best en klauteren we steeds hoger naar uiteindelijk de waterval . Aan rotsen bij water en in spelonken zien we de tijgerbutterfly geplakt en als je ze even verstoort fladderen ze in een prachtige oranje kleur van je weg. Maar dat gaat zo snel dat het een onscherpe foto is geworden. Dan op naar Oludeniz in dezelfde driehoek. De plaats is bekend om zijn mooiste strand en zijn Babadag berg van 1950 meter die de springplaats is van Paragliders. In de baai bij het strand liggen zeer veel gulets en er is weinig plaats voor ons. De parlevinker die ijs verkoopt doet ons een voorstel om te helpen de achterlijnen te bevestigen aan de rotsen. Argwanend vraag ik de prijs die slechts de afname van twee ijsjes en een brood zou moeten zijn. Nog juigend over de goede ervaringen bij de butterfly bay, wil ik mijn hand niet over spelen en neem het aanbod aan. Gelukkig maar, er staat een aardige deining en er blijken touwen aan de rotsen te zitten voor verankering, terwijl ik die zelf niet had opgemerkt. Daar liggen we dan met het strand en de beroemde Babadag waar op een adembenemende manier paragliding en capriolen prachtig te zien zijn. Het brood, de twee ijsjes en het ijsje voor de parlevinker bedragen 35 Tlira (daar kunnen we s ’avonds van uit eten gaan), ik kan het gelukkig met onderhandelen terug brengen tot 25 Tlr. Als we echter naar het plaatsje Oludeniz willen gaan met onze bijboot , ontdekken we dat het koelwater niet meer loopt, onze eerste echte pech in deze tweede vakantieperiode kondigt zich aan. Het lijkt wel of de impeller weer stuk is, net als in Preveza twee jaar geleden. We gaan terug en ik zet me zelf aan het sleutelen. Maar waar zit de impeller? In de operators guide staan allerlei tekeningen maar niets geeft aan waar de impeller zit. Op internet op you-tube laat iemand zien waar de impeller zit bij een 140 pk motor, terwijl ik een 3.5 pk heb. Daar zit hij achter de propeller, dus waarom niet bij een 3.5 pk. Als ik aan het demonteren sla en de olie over mijn handen stroomt, moet ik al snel constateren dat er verschillen bestaan tussen een 140 pk en een 3.5 pk Johnson buitenboordmotor. Ook omringend buitenboordmotor bezitters raadplegen hun boekjes, maar niemand kan en weet het te vinden. Ik zoek dekking bij Gert en Wim, die bieden mogelijk uitkomst. Morgen naar een grote stad proberen te komen om kennis en kunde in te huren. Onder tussen springen tientallen paragliders uit de hemel en landen veilig op de grond, eigenlijk zijn het net Tiger butterflies.
Van Wim heb ik info ontvangen om verder aan de buitenboordmotor te sleutelen, maar dat is wel ingrijpend. We besluiten ons even uit de natuur te ontrukken en 30 mijl verder naar Kalkan te gaan, om daar te informeren naar een echte techneut. Eerst moet je zoiets zien en daarna kun je het zelf aanleren. Zo gezegd zo gedaan. We halen om 10.30 uur het anker op en varen de zee in. Er staat weinig wind maar wel een flinke deining. Rond 15.00 uur neemt de wind iets toe en dan is het motorzeilen met de wind achter je erg relaxed. Rond 17.00 varen we de haven van Kalkan binnen en als we eenmaal hebben aangelegd wordt er meteen voor ons gebeld naar een monteur van buitenboordmotoren. Het kan ook haast niet anders, het stikt hier van de boten en iedereen heeft wel een buitenboordmotor aan zijn boot. Na een uur verschijnt de monteur en neemt de buitenboordmotor mee, ik kan hem niet aan zijn verstand brengen dat ik graag wil zien hoe hij de impeller vernieuwt. Mogelijk kan de havenmeester mij hierbij nog helpen morgenochtend. Terwijl de was wordt gedaan gaan wij het schattige stadje binnen. Alles is hier opnieuw op de berg gebouwd na de aardbeving van 1989 en elk gebouw heeft wel een dakterras, balkons en waranda’s om maar te dienen als restaurant. Om 21.00 uur lijkt het wel of Kalkan een groot restaurant is. Ook wij kunnen de verleiding niet weerstaan en zitten bij een temperatuur van boven de 30 graden met een uitzicht over zee heerlijk te genieten van wat Turkije heeft te bieden.


