Onze belevenis in Baskenland

Trip Start Jul 06, 2005
1
18
126
Trip End Jul 23, 2010


Loading Map
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Spain  ,
Friday, July 21, 2006

Vrijdag 7 tot vrijdag 14 juli

Bezoek Marieke en Joris
Als we zien dat een van de schepen in de haven vertrekt, glippen we naar binnen en boeken tot zondag in de haven. Een uitzondering, de haven meester heeft clementie met ons vanwege de grote swell buiten. We kunnen onze kinderen chique ontvangen, want er kan alleen gedouched worden in een op yacht club met alle luxe uitziende voorzieningen en sfeer. Het gebouw is op zich al een bezienswaardigheid, want het is gebouwd als een schip in de kade. Wachtend op Joris en Marieke halen we onze fietsjes van stal en crossen heel oud en nieuw San Sebastian door en eindigen uiteindelijk op het strand bij de twee giga glazendozen die futuristisch afsteken tegen de rest van de stad. Cultuur dus in overvloed. Tegen het eind van de middag wordt met Joris en Marieke wat gesmsed om het aanrijden van de haven te duiden en rond 20.00 uur zitten we gezellig te eten in de kuip. De volgende dag wordt al het moois van San Sebastian bekeken, uitgebreid gezwommen en gegeten. Joris en Marieke kwamen voor het zeilen en daarom werden zondag de zeilen gehesen om naar Zumaia te gaan, een 15 mijl verder, om even lekker ingeschommeld te raken. De swell valt mee, maar als de wind ophoudt te blazen wordt het snel een misselijkmakend geheel en dat sloeg dan ook toe bij Marieke. Zumaia is niet een indrukwekkend plaatsje, maar in ieder geval een heerlijke plek als je zeeziek bent en een prima plek om de finale Frankrijk- Italie te zien. De ingang van Zumaia valt nagenoeg droog, dus moesten we rond om 8.00u. er uit om niet de hele dag vast komen te zitten. Dat lukt, opnieuw op de grote plas, ontdekken we dat er eigenlijk niet veel wind staat en motoren we naar Lekeitio zo'n 12 mijl verder. Dit lijkt San Sebastian in het klein. De havenmeester is erg onvriendelijk: eerst worden we van de lege meerboeien weggejaagd waaraan we ons (Joris) al zwemmend hebben vastgelegd, en dan moeten we aan de kade muur liggen, nadat we verschillende pogingen hebben uitgevoerd aan een drijvend ponton vast te leggen. Maar goed, het verschil in eb en vloed is zo'n 3-4 meter en dan wordt het echt schipperen met je landvasten om je boot zo danig vast te leggen dat deze bij laag water niet aan de touwen hangt en bij hoogwater niet los drijft in de haven of tegen andere boten aankomt. Ook moet je goed omgaan met je stootkussens om bij het rijzen en dalen geen beschadiging aan je schip te krijgen vanuit de wal. Kortom, na heel wat geklungel konden we met een bijna gerust hart onze boot achter laten. We hebben ondanks de slecht gestemde havenmeester genoten van het stadje en de stranden. De volgende dag was het mistig weer en daarom besloten we de auto te halen in San Sebastian, Een prachtige rit met de bus (liften werkte niet) langs alle dorpjes aan zee die we hadden overgeslagen. Woensdag, opnieuw een dag zonder wind, een zeiltocht die we hadden gepland, breken we af en hebben de auto naar Bilbao gepakt om het Guggenheim museum te bekijken. Een museum dat zowel van buiten als van binnen zeer de moeite waard is. En dat was het, een fascinerend gebouw opgetrokken van glas, roestvrij staal en aluminium valt heel mooi op z'n plek en integreert zowel van binnen als naar buiten met de stad. De expositie bestond hoofdzakelijk uit kunst uit Rusland en laat met een paar indrukwekkende kunstzaken een goede doorsnee van de Russische kunst door de jaren heen zien.

Donderdag 14 juli tot zaterdag 16 juli
Weer met z'n twee
Donderdag ging ieder zijns weegs, Marieke en Joris gingen richting Frankrijk en wij stoomden op naar Bermeo, een plaatsje 12 mijl verder. De wind is mee, maar is erg zwak zodat de motor bij moet. Opnieuw zien we hoe groen en grillig het berglandschap is. In spelonken zien we af en toe dorpjes verscholen liggen en we zijn verbaasd als we Bermeo open varen. Het is relatief een grote haven met vrachtschepen die geladen en gelost worden. Ook zijn er grote vissersboten die hier liggen en een ijsfabriek die zorgt dat de vis vers blijft. In een splinter nieuw recreatie haventje gaan we liggen met de oude stad op de achter grond . Het heeft iets weg van Napels met zijn huizen en zijn wasgoed. Het haventje is nog zo nieuw dat water en elektriciteit nog niet is aangesloten en de havenmeester is ook niet te vinden en komt ook niet opdagen. We liggen dus clandestien en wachten maar af. Water vinden we uiteindelijk bij de ijsfabriek, waar we tussen de vissersboten de slang weten te bemachtigen, die een volume water geeft die onze boot helemaal niet aan kan. Het is een echte vieze haven, overal zit vettigheid aan de kades en spoedig ook aan onze boot, bijboot en onze kleren. Dit alles neemt niet weg dat Bermeo een heel authentiek plaatsje is met zeer hoge huizen, hele smalle straatjes, pleintjes en de hele dag wandelende mensen die elkaar uitgebreid begroeten en elkaar aanspreken. In Bermeo is in principe alles te koop. Een verrassing is dat het Camping Gaz van 27 euro in Frankrijk plotseling nog geen 10 euro kost in Spanje, dus dat was wel een ijsje waard! Het wordt steeds warmer en het breekt ons op dat we niet even een frisse duik kunnen nemen in het water omdat het zo vies is. Dat is dan ook de reden dat we vrijdag opbreken en koers zetten naar Plentzia een vakantie oord voor Spanjaarden, staat in de pilot. Opnieuw is de wind mee maar weer gering en daardoor gaat de motor er weer bij aan om een beetje vaart te maken en niet te veel een speelbal te zijn van de swell die bijna op onze neus staat en aanzienlijk hoog is, waarin de dalen een uitzonderlijk passerende zeilboot geheel aan ons oog wordt onttrokken als deze op een 30 meter passeert. Het is opnieuw warm maar wel goed te dragen zo op zee. We zijn bijna de enige en voelen ons wel wat verlaten en klein bij die immense zee en die giga rotspartijen aan de kust en 60 meter diep water onder ons. Af en toe springen vissen uit het water, maar dat is dan ook de enige opwinding, nadat we een beetje aan de swell gewend zijn geraakt. Plentzia is inderdaad een vakantieord. Als we tussen de rotsen het plaatsje openvaren liggen we voor een heel druk strand en als we de rivier opvaren moeten we snel ons zwaard en roer ophalen omdat de diepte meter maar 80 cm aangeeft. De rivier ligt vol ankerboeien en zeer veel bootjes. We pikken een boei op en even later vliegt het water de rivier in , maar gelukkig liggen we op tijd vast. Vrijdag en zaterdag zijn de visserijdagen en dat betekent overal feest. Vele dingen begrijpen we niet, maar wel van de 13 man-roeiwedstrijden tussen alle visserplaatjes in Baskenland. In de rivier kunnen we heerlijk zwemmen als het niet te hard stroomt en poetsen we al het vet van de boot als deze zaterdagochtend droogstaat op een zandbank in de rivier.
Zondag 16 juli
Met bijna hoogwater varen we rond 8.00 de rivier uit naar zee. Weer geen wind en daarom motoren we strak langs de kust, op weg naar de Ria van Puerto de Santona. Eigenlijk zouden we naar Santander willen zeilen, maar de 60 mijl helemaal op de motor te doen lijkt ons geen optie. Onderweg zien we lang de kust erg veel huisvuil voorbij komen. We hebben dat al steeds gezien aan de Spaanse kust, maar weten niet waar het vandaan komt, van schepen of uit havens? We hebben tot nu toe steeds alles laten liggen, maar als we plotseling allemaal drijfhout tegen komen, vissen we een plank uit het water die voor ons als wrijfhout gaat dienen, als we weer aan de kade moeten gaan liggen. We hangen eerst onze drie stootkussens (fenders) uit en daaroverheen brengen we het wrijfhout aan. De Ria van Santona is adembenemend met al die bergen om je heen. Ook hier zijn grote stranden met op de achtergrond allemaal hoge flatgbouwen. Het lijkt wel een Frans wintersport gebied maar dan voor het gebruik van het strand. Hier krijgen we op een wat vreemde plaats een ankerboei toegewezen, maar geleerd van de vorige keer in San Sabastian, slaan wij hem af en gaan op eigen anker liggen op een plaats die ons rustig lijkt. Niemand jaagt ons weg, zo zie je maar.

Maandag 17 juli
Als we de haven aan doen om even brood te halen, worden we door de havenmeester op een gedecideerde wijze naar de handelskade verwezen bij de grote vaart, terwijl we zo graag aan een drijvende steiger wilden liggen. Gelukkig hebben we het wrijfhout aanboord en kunnen we het te proberen. Het lukt wonderwel. We gaan verder naar Santander. Maar we vertrekken niet vroeg in de ochtend, omdat we al verschillende keren pas wind kregen in de middag. We moeten nog zo'n 25 mijl dus dat moet kunnen in een middag. De dagen worden steeds warmer, we dekken de ramen af, maken veelvuldig gebruik van onze parasol en nemen te pas en te onpas, een duik in het frisse water. De hitte begint een beetje te knagen. Als we om 13.00 vertrekken staat er een puist wind, we kijken elkaar aan, nu is er wind en nu moeten we niet zeuren zijn onze beide gedachten. We hebben hem eerst tegen en als we bijdraaien voor een nieuwe koers langs de kust, is de wind bijna weg. Dus toch die motor aan. Maar gaandeweg krijgen we de wind achter en kan de spinaker op. We lopen nu zo'n 4-5 knopen en dat gaat 2 uur goed. Dan is de wind weer weg en is het de motor die ons voort stuwt. Net als ik wat moedeloos de spinaker heb weggehaald, steekt de wind weer op tot 6 beaufort. Ik heb de boom in de Genua gezet en we vliegen over het water met bijna 7 knopen snelheid de Ria van Santander binnen. Wat een stad om in te varen. Giga schepen verlaten de haven en het stikt er van de zeilboten. Spanje is echt op vakantie! Met deze wind zijn oppertjes niet goed te vinden en zoeken we daarom een haven op. Redelijk diep in de Ria vinden we Marina de Santander, hiervan uit moet er worden gewassen, nieuw plannen gemaakt maar moet vooral Santander worden bekeken..
Slideshow Report as Spam

More Pictures

Use this image in your site

Copy and paste this html: