Van Bretagne naar de Vendee

Trip Start Jul 06, 2005
1
15
126
Trip End Jul 23, 2010


Loading Map
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of France  ,
Wednesday, June 7, 2006

Maandag /dinsdag, woensdag 22/23/24 mei
Vannes dag 9
Maandag blijft de wind aanhouden en het beeld lijkt niet veel te veranderen. We versturen onze tweede entry en houden ons bezig met de reparatie van de PC, maar dat laatste maakt geen vorderingen. Onze Nederlandse buren denken een gaatje in het weer patroon te hebben ontdekt en overwegen morgen aan het eind van de dag te vertrekken naar Port du Crouesty een haven aan de Golf van de Quiberon. Omdat we de ebstroom nodig hebben kunnen we pas om 16.30 vertrekken. Ik breng dinsdag nog een laatste bezoek aan het internet café om met de baas er van te overleggen om mijn XP programma opnieuw te installeren, het geen hij mij afraadt omdat ik al mijn programma's zou verliezen en hij geen "office" er op wil zetten, omdat dat door Microsoft bij de eerste de beste keer op internet er wordt afgegooid. De rest van de middag maken we een prachtige wandeling lang een stuk van de golf. Daarna vertrekken we, er waait veel wind, maar de lucht is prachtig blauw en als we bij de Baai van Morbihan aankomen staat er een aardige puist wind. Zodra we onder een hoek varen met de wind, gaat het 3x gereefde grootzeil omhoog en voordat we het weten scheren we door de Baai van Morbihan met enkele forse knopen stroom extra mee. Het is wel voor korte duur, omdat de belangrijkste richting Zuid West tegen is. Het laatste stuk is pittig, herhaaldelijk hebben we een snelheid van 9.1 knoop, maar door de tegenwind bevinden we ons af en toe in een kokende watermassa. Voor dat we de Golf van Morbihan verlaten hijsen we het grootzeil opnieuw en schieten we de zee op. Er staan hoge golven, maar het is te doen. Port du Crouesty ligt nog geen twee mijl om de hoek en met een puntje genua en grootzeil liggen we stabiel in het water. Voor ons zien we onze Nederlandse buren de haven in draaien, een schip dat veel groter dan de onze is, maar ook zij zien we als een notendopje hobbelen over de golf kammen. In de haven worden we opgewacht door de havenmeester in zijn duwsloep en we draaien vlekkeloos in de aangewezen box. Woensdag blijkt volgens de weerprognose de wind 5 tot 6 te zijn met uitschieters naar 7 beaufort. Onze Nederlandse buren beslissen toch door te gaan naar Roche Bernard aan de rivier La Vilaine. Wij besluiten terug te gaan naar de baai van Morbihan, maar dan bakboord aan te houden en de rivier Auray op te gaan en een plaatsje te zoeken bij het stadje Bono. Het waait ons de oren van het hoofd als we de haven uitgaan, het wordt nog eventjes heel donker en de regen valt. Het is nu echt slack, dus hebben we de stroom niet echt tegen. Maar goed ook, want de westen wind ramt hoge golven het zeegat in, maar we lopen met vol gas en een klapperend grootzeil toch nog 4 knopen er uit. Bij de laatste rode boei draaien we onze boeg naar het Noorden en dan pakt de wind onze zeilen. De vloedstroom doet er nog een schepje boven op en als zeer bedreven zeilers richten we onze steven naar de opening van de rivier de Auray die ons na een half uurtje al weer heeft opgeslokt. We zijn binnen, de enorme stuwing en onstuimig water is niet aanwezig, dus nu hebben we de slack periode goed ingeschat. Toch hebben we een knoop of 3 á 4 mee en tezamen met de halve wind (5-6 knopen) spuiten we verder over de rivier. Eén keer maken we een kleine vergissing en lopen we aan de grond, maar door het zwaard snel op te trekken voorkomen we erger. Binnen twee uur komen we aan in Bono, we kunnen dan ook niet verder omdat achter de hoge verkeersbrug (20meter) nog een loopbrug ligt van 7 meter hoogte. We zien een groot aantal boeien en proberen er een op te pakken. Maar dan gaan er enkele dingen mis. Ondertussen is de stroom fors opgekomen en loeit de wind ons om de oren, het lijkt wel een windtunnel. De boei krijgen we niet goed te pakken en door ons wat knullig gedoe, schiet de nieuwe pikhaak uit elkaar en breekt tegelijkertijd een terminal af van onze reling af. O, wat een triest gezicht, maar de boei is overwonnen! Met behulp van de rubberboot maken we ook achter vast en opzij zodat we niet kunnen tollen als het water naar de andere kant gaat stromen over een paar uur. Nadat we het rubberbootje hebben voorzien van het motortje, varen we naar het plaatsje dat boven ons uit torent. 's avonds maken we provisorisch de reling zodat we niet buitenboord kunnen vallen tijdens het zeilen en kijken wat weemoedig naar de onderkant van de brug die ons lijkt te beschermen tegen de steeds donker wordende hemel. We slapen dus van nacht onder de brug!

Donderdag 25 mei
Nu van slapen komt niet veel! We hebben buiten de regenputten van de brug boven ons hoofd gerekend. Naast het vallen van de regen klettert elke 10 minuten ook nog eens water uit de afvoerbuizen van de brug op ons dek. Dus geen brug meer boven ons hoofd! We wachten op de volgende kentering van het water en varen met zeer laag water verder de rivier op naar Auray het eind punt voor ons omdat daar naast een hoge brug nog een zeer antieke lage brug ligt. Wat kan een rivier op zo'n moment mooi zijn. Onze tocht wordt begeleid door vogelgeluiden uit de bossen om ons heen, waarbij het geluid van de koekoek het meest prominent aanwezig is. We varen over nog geen meter diep water, terwijl er straks weer zo'n 6 meter zal staan. Naast de verschillende soorten reigers die hun prooi zoeken in de blubber en met de langs flitsende visjes in het laatste ebwater, is het hier het oord voor de bergeend, met zijn bruine band dwars over zijn rug en een zwarte band over kop tot staart. De broedtijd is in volle gang, want door de kijker zien we ritsen stipjes achter moeder eend hobbelen. De 17 meter hoge brug in Auray is zichtbaar en we grijpen een boei ver voor de brug. Onder de brug door gaan is niet echt een optie, omdat we niet op elk tijdstip van de dag er weer terug onderdoor kunnen. Auray is een prachtige middeleeuws stadje, met een prachtig gaffelgetuigd schip in het haventje, St. Goustan, leuke straatjes met veel kunstgaleries. Ook hier is de vergane glorie heel mooi gerestaureerd.

Vrijdag 26 mei
We vertrekken vroeg met halve ebstroom om op slack aan te komen bij de monding van de rivier om vervolgens naar la Roche Benard te gaan dat zo'n 25 mijl verder over zee ligt aan de rivier de La Vilaine. Een 'must' aangegeven door vele kenners om ons heen. Maar dat gaat niet lukken. Ondanks de wind is er een forse zeemist. Gisteren zagen we die al aankomen, maar we hadden verwacht dat deze wel door de aanwezige wind zou zijn weg geblazen. Niet dus! Met zo'n 50 meter zicht schuifelen we zeilend de rivier af, steeds onze coördinaten in de kaart zettend om door het eilandenwoud onze weg te vinden. Twee mijl voor de monding maken we ons aan een anker boei vast. Het is nog een klein uurtje voor de kentering, maar de mist is nog steeds niet afgenomen. De zee opsteken en naar Port Crouesty te gaan (1 mijl om de hoek) zou nog een optie zijn, maar op zee is misschien nog meer mist. Onder tussen oefen ik met mijn radar en zie dat de verschillende vissersbootjes geen reflectoren hebben. Dan wordt het toch iets lichter en wagen we de sprong. Het gereefd grootzeil weer op en met de laatste druppel ebstroom naar buiten. Met die laatste druppel valt het nog mee, we zitten zo op een 6.5 mijl per uur en worden de riviermond uitgespuugd. We besluiten het bij Port Crouesty te houden en binnen een klein uur pikken we de aanloop boeien. Wonder boven wonder drijft de opkomende vloed ons al weer de haven mond in waar het een drukte van belang is. Het is hemelvaartsdag, voor de Fransen een dag waarbij wedstrijden gezeild dienen te worden. Die middag komt een internationaal gezelschap van twee en drie persoons Laserboten zeilend binnen nog opgewonden van overwinningen en verliezen.



Zaterdag 27 mei
Toch weer mist, maar we moeten pas weg omstreeks de kentering om het getij mee te hebben. Om ons heen maken de Laserbemanningen zich klaar voor de volgende wedstrijden. Zienderoog klaart de mist op en maken wij ons gereed te vertrekken.25 mijl over zee, weer eens een uitdaging! De wind komt uit het westen en dat betekent dat we hem achter hebben. Eenmaal op die zee is er maar weinig wind, dan maar voor het eerst de spinaker. Geweldig, hij staat in een keer, wat een verschil met vorig jaar toen we hem na zeskeer hijsen niet uit de draai konden krijgen. Laten we ons maar op beginners geluk afrekenen. We hebben niet voor niets een spi-slurf gekocht, die de knopen in de spi tijdens het hijsen moet voorkomen. Maar die moet eerst nog worden geďnstalleerd. We maken met de stroom erbij gemiddeld een 6 knopen en dat is niet mis als we bedenken dat er maar weinig wind staat. En het doet ons waarlijk een genoegen dat we spi-loze schepen, hoe groot ook, voorbij zeilen! Ondanks het niet hebben van onze elektronische kaart gaat het prima lang de kust te varen en de ondiepten en rotspartijen te omzeilen. De kaart wordt nu weer intensief gebruikt. Het gaat zo makkelijk ook omdat de zee heel rustig is en dat ondanks het beetje mist alles op oogzicht blijft, hoe zal het zijn als het allemaal veel heftiger is?
Na 4 uur komt de monding van de Vilaine in zicht en worden we wederom opgeslokt door het groen aan beide kanten van de oevers. De monding is gigantisch breed maar langzamerhand krijgt het de karakteristieken van een echte rivier: kronkelend door een heel groen en gevarieerd landschap. Na zo'n vier mijl voort geduwd door de stroom landinwaarts en onze zeilen nog steeds bol, komen we bij een sluizenpartij waar we na een uur geschut worden. Het lijkt wel een stukje Nederland, zenuwachtige booteigenaren, veel kijkers belust op sensatie en een vriendelijke sluiswachter die bijna iedereen afgaat met handen schudden en kussend de vrouwelijke bemanning verwelkomt. Dan op de rivier, dus geen stromend water meer, dan alleen de windstroom. Opnieuw, maar dan alleen met de fok, zeilen we een prachtig groene rivier op met een adembenemende stilte en alleen de vogelgeluiden om ons heen. Na een uur vinden we een geschikte boei en maken we ons vast om de rest van avond te genieten van de dingen om ons heen.

Zondag 28 mei
De film 'Vileine zegt sorry' speelt door ons hoofd, als we ons kajuitluik openen en vieze regenwolken zich aan de hemel aftekenen. Maar na een uurtje zien we toch blauwe stukken in de lucht verschijnen, gooien we ons los en zeilen de rivier op richting La Roche Bernard. Het is een drukte van belang als we de hoge brug (50 meter) tussen het groen van de begroeide rotsen zien schitteren. Honderden masten glimmen in het zonlicht. Hier liggen dus alle overwinteraars. Bij het aanleggen zien we direct de boot van onze Loosdrechtse kennissen liggen en sms'en even dat hum boot er goed bij ligt. La Roche Bernard is een heel lief plaatsje en laten het onder het genot van een heerlijk biertje/thee op het pleintje op ons inwerken. Het uitzicht over de La Vilaine is adembenemend. Vervolgens hernemen we onze route en zeilen we op een sukkeldrafje verder de La Vilaine op, om al het groen en de wilde planten rustig op ons in te laten werken. In Foleux pakken we een boei op. Het weer wordt steeds beter en we zitten lang te lezen in de kuip. Om het kwartier horen we naast het opspatten van een vis plonsen in het water die we niet thuis kunnen brengen. Dicht tussen de struiken zijn die plonsen ook een beetje onbehagelijk. Maar dan hebben we het door. Het zijn bevers, die van de kant steeds in het water plonsen, mogelijk opzoek naar vis. We zien er een zwemmen en als hij op de kant klimt en de eenden plaats voor hem maken, ontwaren we op de steen boven hem een vrouwtje. Het plonsen van de dieren klinkt een stuk aangenamer, nu we de geluiden kunnen thuis brengen. Maar het weerhoudt ons niet ons kajuitluik goed dicht te maken als we gaan slapen.

Maandag 29 mei 2006
Opnieuw blauwe plekken in de lucht en om 9.30 is er vreselijk veel blauw en een straffe wind uit het Noordoosten. De rivier is te bezeilen dus wordt er van hartelust alles uit de kast gehaald om de gang er in te zetten. Redon is het doel en is een mijl of 20 ver. Het is een kostelijk gevoel vol tuig over de La Vilaine te zeilen met prachtig glooiend groene akkers aan de ene kant en de dichte bebossing aan de andere kant van de rivierbedding. Op 5 mijl van Redon stuiten we op een brug die pas over 3 uur open gaat. We besluiten de boot achter te laten en de fiets te pakken voor de laatste kilometers. Een beetje inspanning en spieractiviteit is langzamerhand wel op z'n plaats. Na enkele colletjes en een uur verder komen we in Redon.Het is een plaatsje waar het centrum ligt van belangrijke Franse kanalen. We beseffen nu pas waarom veel bootjes afkomstig zijn uit Saint Malo. Je kunt namelijk via de La Vilaine en een aantal kanalen de neus van de Gaulle omzeilen door deze binnen wateren op te zoeken. Dat betekent wel 238 km en 63 sluizen! Redon val toch wat tegen, we fietsen terug en vinden onze boot nog keurig afgemeerd liggen. Inmiddels is het hard gaan waaien maar dat belet ons niet de terugweg te hervatten en na anderhalf uur motorzeilend in een stralende zon ons plekje van de bevers voor de nacht weer in te nemen. We besluiten onze dag met een borrel bij onze Hollandse medelanders, die wij op de rivier weer zijn tegen gekomen.

Dinsdag 30 mei
Weer een stralende dag met een koude wind. De La Vilaine en omgeving hebben we bezeild en befietst, nu is het de beurt aan onze voeten. Onze Nederlandse buren hebben een aantal mooie wandelroutes op kaart, dwars door de vallei van de La Vilaine. We gaan mee en lopen uren door bossen, langs boerderijen, korenvelden en weilanden. Nu ervaar je nog meer dit glooiend landschap. Na twee en een half uur lopen zijn we definitief de weg kwijt en houden we een auto aan waarvan de bestuurster ons verteld dat waar wij lopen allang niet meer op de kaart staat. We nemen dan ook heel graag haar aanbod aan mee te rijden. Terug op de boot gaan we terug naar La Roche Berard om onze voorraden aan te vullen, hoognodig, omdat onze voorraden tot een onverantwoordelijk niveau was gedaald. Voor de nacht leggen we ons vast aan een boei op de La Vilaine.

Woensdag 31 mei en donderdag 1 juni 2006
Weer zo'n mooie dag, volop blauw in de lucht en een straffe koude Noordoosten wind die zorgt dat je je trui aan houdt. We gaan door de sluis weer het zoute water op en zeilen naar hartelust met de ebstroom de La Vilaine af. Ons doel is Piriac-sur Mer, een plaatsje dat onze Nederlandse kennissen hebben aangeraden (zij blijven nog even in La Roche Bernard). Als we eenmaal bij de monding zijn aangekomen heeft de stroom ons goed te pakken en draaien we zuidwaarts met de wind pal achter ons. In principe spinaker koers, maar de wind neemt af en toe vormen van windkracht 5 beaufort aan, zodat we ons beperken tot het uitbomen van de genua fok. Maar het zeilt als een trein onder een straal blauwe hemel en een kust met stranden op grijpafstand. Na twee uur naderen we alweer de haven die uit een basin bestaat, waarbij de sluisdeur bij een bepaald laagpeil van het water automatisch naar boven komt en de haven afsluit. We zijn op hoog water begonnen deze ochtend en hadden om binnen te komen geen minuut later moeten komen, want bij het gaan over de drempel, sprongen de lichten op rood en kwam de sluisdeur naar boven. Piriac-sur Mer is een mooi plaatsje, maar eigenlijk een beetje te rustig, alle tweede huizenbezitters zijn nog druk bezig ergens in een grote stad in de hoop in het weekend even naar de kust te kunnen komen. We blijven hier uiteindelijk twee dagen en maken nog een forse wandeling langs de kust. Met onze Nederlandse buren maken we de spinaker in onze nieuw spinakerhoes die we vanuit Nederland hebben mee genomen, maar die er zo ingewikkeld uitzag dat we hem tot nu toe niet in gebruik hadden genomen.

Vrijdag 2 tot en met zondag 4 juni
Het is prachtig weer en we maken ons op naar Le Croisic te gaan. De plaatjes in de pilot zien er veelbelovend uit en mogelijk kunnen we daar in open water liggen of droogvallen. Zodra het water begint te zakken varen we uit. De wind heeft een kracht 3 beaufort en we hebben hem bijna achter. Een prima moment om nu de spinakerhoes uit te proberen. En dat lukt, op een geweldige manier kunnen we de spinaker binnen halen en uitzetten. De zee is heel vlak en we zeilen met 4 tot 5 knopen onder spinaker naar onze plaats van bestemming zo'n 7 mijl verder. De aanloop is in het begin overzichtelijk, maar daarna zien we overal rotsen, zandbanken en dreigen vast te lopen. Dan zien we dat we buiten de boeien zitten en verleggen onze koers. Nu is alles duidelijk en zien we de beschreven gaten in het zand waar grote schepen geankerd liggen. Om ons heen zien we steeds meer zandbanken bovenwater komen en schepen scheefvallen. Le Crosic is een echt vissers- plaatsje met grote schepen. Alle deelhaventjes in de stad vallen bijna droog, de meeste zeilboten zijn van de locale bevolking en er is veel gezelligheid. We pakken een meerboei op en laten de omgeving en de ruimte op ons inwerken. We liggen op enkele honderden meters van de kade in een prachtig stadje, achter ons verrijzen zandbakken met mosselenteelt, aan de stuurboordkant zijn we omringd door stranden en een voormalig ziekenhuis/sanatorium en voor ons zien we 's avonds de zon bloedrood in de Atlantische Oceaan zakken. Het loopt naar Pinksteren toe en we zien alle vissersschepen langzamerhand binnen komen. De stad is vol met toeristen. We blijven hier tot de tweede Pinksterdag en vermaken ons met een bezoek aan de zoutpoelen waar nog steeds het zout van de streek wordt gewonnen, om nog meer te weten te komen over de zoutwinning gaan we naar een museum en verder laven we ons aan de overdadige zon die deze dagen schijnt. We zwemmen zelfs en ik moet zeggen het water is eigenlijk best lekker.

Maandag 5 en dinsdag 6 juni
We hebben onze zinnen vandaag op Pornic gezet, een plaatsje zo'n 25 mijl verder zuidoostwaarts, waarbij we de monding van de Loire moet oversteken. Het mooie weer kan niet op, maar is er genoeg wind en zit die in de goede hoek? Met zo'n hogedrukgebied draait de wind de andere kant om en heb je daardoor grote kans op oostelijke winden. Nu het was mooi zuidoost toen we uitvoeren en de wind die toch echt voelbaar was bleek nauwelijks aanwezig op de grote plas. Na 3 uur opkruisen en de motor zachtjes bij, hebben we het opgegeven en zijn terug naar de meerboei gegaan in Le Croisic. Uiteindelijk was dat niet zo'n straf, toen we heerlijk op het strand lagen met een koel windje over ons heen, met uitzicht op passerende zeilboten die voor het merendeel in de verte voorbij motorden. De volgende ochtend worden we wakker met bijna gierende stagen, wind dus en nog wel uit het noordoosten. Zal de hoek met de wind voldoende zijn om de koers van 120 te bezeilen. In zo'n kom bij een stadje is het altijd moeilijk in te schatten wat de windrichting precies is. Om 11 uur vertrekken we opnieuw, maar nu met veel wind en als er moet worden opgekruist, dan zullen we in ieder geval snelheid hebben. De stroom is ook nog een vraagteken, opverschillend plaatsen zullen we hem mee hebben, maar op andere tegen, doordat de stroom zich splitst en dan gaat stromen langs de west en oost kant van de kust. We hebben meteen snelheid en als we Pte du Croisic ronden halen we warempel de 120 graden en maken tussen de 5 en 6 knopen, terwijl er nauwelijks stroom staat (snelheid over de grond min snelheid door het water is nul). We zeilen vlak lang de kust, het is stralend mooi weer en voor het eerst is ook de wind iets aan de warme kant. Na vier uur komt langzaam de monding van de Loire in zicht wat te zien is aan de mammoet vrachtschepen die voor hoog water liggen te wachten. We houden ze scherp in de gaten, want het is bijna hoogwater als wij de echte oversteek maken. Vanuit de Loire kant komen twee schepen maar die zijn ons gepasseerd als wij Chenal du Charpentier oversteken, terwijl de wachtende schepen aan de Oceaan kant geen krimp geven. Het heeft wel iets weg van de Nieuwe waterweg oversteek, maar die is veel breder en daar varen de schepen altijd op het moment van hoog water op. Schepen van deze omvang hebben minimaal 20 meter diep water nodig, hier in de Loire is dat 20,9 als wij midden op het Chenal zitten. Om 16.00 uur ronden we Pte de St Gildas en hebben Zuid Bretagne verlaten en zijn in de Vendee aangekomen. We hebben nu de stroom tegen, terwijl de stroomatlas iets anders voorspelt. Maar door de stevige wind maken we nog makkelijk 5 knopen en draaien we rond zes uur de sporthaven van Pornic binnen, eigenlijk weer een betonnen frame in de Oceaan. Nog niet wetende dat op zo'n 200 meter een geweldig prachtig stadje ligt met alle charme die een visserij stadje maar kan hebben. Maar dat ontdekten we pas laat in de avond.
Slideshow Report as Spam

Comments

proper
proper on

bekend terrein
hallo Peter en Lineke,
eindelijk dan voor ons weer een bekend terrein. bretagne is ons niet zo bekend, maar via jullie verhalen wel wat dichterbij gekomen. Inderdaad is Pornic een charmant plaatsje. We hebben daar eveneens genoten van alles. Het staat nog bij ons op het netvlies. Nu zal het bezoek aan het dichtbij gelegen Ile de Noirmoitier ook wel in jullie programma komen en zakken jullie langzaam af richting mossel en oesterbanken. Een HEERLIJKE tijd om de bekende twee redenen.
een goede vaart verder en DOUCEMENT.
groetjes Alie en Thijs

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: