De eerste dagen Senegal

Trip Start Aug 09, 2010
1
34
160
Trip End Aug 15, 2011


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Senegal  , Tambacounda,
Sunday, October 31, 2010

Zoals we reeds geschreven hadden op de blog van MauretaniŽ rijden we Senegal binnen via Diama. Ondertussen is het 26 oktober. Sinds deze zomer is de Senegaleese wet op invoer van autos ouder dan 5 jaar verstrengd waardoor het bijna onmogelijk wordt om een oude wagen het land binnen te krijgen. Gelukkig hebben we onze carnet de passage des douanes waardoor we van de douanes een passavant krijgen voor 24 uur. Als we langer in het land willen blijven moeten we deze laten verlengen bij de havendouane in Dakar binnen de 24 uur. Dit is een tegenvaller aangezien we niet van plan waren  om daar zelfs nog maar in de buurt te komen. Maar ja, we hebben dus geen andere keuze dan naar Dakar te rijden en onze administratie in orde te brengen . Op de koop toe moeten we ons nog spoeden ook om alles binnen de 24 uur geregeld te krijgen. Zo gezegd zo gedaan.

Onderweg passeren we langs Saint-Louis, de eerste Franse kolonie binnen Senegal, gelegen op een eiland in het estuarium van de Senegal. We besluiten om hier even binnen te rijden en iets te eten. Op deze manier is het een vluchtig bezoek, maar krijgen we toch de kans om de sfeer te proeven. Al bij al lijkt het ons wel een aangename plek om even te vertoeven totdat we terug buiten rijden en tegen gehouden worden door een politieagent die ons een boete wil geven omdat we onze richtingsaanwijzer niet gebruikt hebben bij het stoppen voor de politiepost. Achteraf zijn we nog een Fransman tegengekomen die van diezelfde agent ook een boete gekregen heeft omdat hij zijn vier pinkers niet heeft opgezet nadat hij door de agent was tegengehouden. Het gaat hier dus duidelijk om een corrupte agent die altijd wel iets kan verzinnen om je een boete te geven. Na veel discussiŽren besluiten we dan toch maar om hem officieus te betalen aangezien hij weigerde om Niks rijbewijs terug te geven en we niet veel tijd hebben om in Dakar te geraken. Als we meer tijd hadden gehad, hadden we het hier niet zo gemakkelijk bij gelaten.

We rijden verder zuidwaarts en besluiten om een slaapplaats te zoeken in Mekhť, een kleiner stadje op de hoofdweg naar het Zuiden. Hier ontmoeten we de hulpvaardige Omar die ons met plezier wegwijs maakt bij onze eerste Senegal stop. We vertellen hem dat we heel veel zin hebben in een Senegalese pint. Hij neemt ons mee naar een soort cafť (eigenlijk meer een woonkamer waar een aantal vrouwen met kinderen zitten en een man die naar een oude Bruce Lee film aan het kijken is). We drinken onze eerste Senegalese pint: Gazelle, een licht biertje dat geserveerd wordt in een fles van 66 cl. Na het alcoholvrije MauritaniŽ is dit wel een verademing. Na de frisse pint arrangeert Omar een regeling bij de plaatselijke auberge zodat we voor een klein prijsje mogen slapen op de parking en gebruik kunnen maken van de douche en wc van de auberge. De volgende dag vertrekken we vroeg richting Dakar via de hoofdweg. Net voor Dakar komen we in een file terecht waar de verschillende verkopers handig gebruik van maken. Je kan je niet voorstellen wat ze allemaal proberen te verkopen: zeker 20 mensen die proberen dezelfde telefoonkaarten van de hand te doen, mensen die zonnebrilllen verkopen, autoradio's, zakdoekjes, stukjes stof, schoenen,.... Wij vinden het wel amusant en tonen onze zonnebrillen en schoenen en zetten onze radio op om duidelijk te maken dat we dit allemaal niet nodig hebben. De enige die erin slaagt om iets aan ons te verdienen is een kleine ruitenwasser. Hij begon gewoon te kuisen terwijl wij roepend hem proberen van dit idee af te brengen tot we merken dat hij eigenlijk zeer grondig te werk gaat. We belonen hem met een kleine 100 CFA, de jongen is content, wij ook. Eindelijk voorbij de file nemen we de autostrade die de hoofdstad doorkruist. We nemen de route die Omar ons vertelde. Jammer genoeg is het moeilijker dan gedacht, waardoor we de weg vragen aan een vriendelijke Senegalese dame. Zij moet dezelfde richting uit, dus we nodigen haar uit om mee te rijden. Uiteindelijk bereiken we de douane. Hier begint het circus. Eerst moeten we naar de Chef de Bureau, die we redelijk makkelijk vinden. Hier worden de eerste papieren ingevuld. Nadien moeten we een vrouw volgen naar een ander bureautje waar we even moeten wachten op de nodige stempels en paperassen. Nadien worden we begeleid naar de volgende dienst. Hier zit een man die onze Carnet in orde moet brengen. Hij zet een stempel, waardoor we mogen rond rijden in Senegal. Tenslotte vertelt hij dat we voordat we het land willen verlaten moeten terugkeren naar Dakar voor een stempel. We vertellen hem dat dit praktisch onmogelijk is, aangezien we Senegal rustig willen doorkruisen in de richting van Mali. Zijn antwoord: "doe maar, maar wanneer je bij Mali bent, moet je helemaal terugkeren naar Dakar. Nadien krijgen jullie een nieuwe passavant voor 24uur om terug tot aan de grens te rijden." We vertellen hem dat dit geen optie is voor ons, hij wordt echter kwaad, zegt dat het etenstijd is en vertrekt. Wij zijn hierdoor natuurlijk een beetje op onze teen getrapt en besluiten terug te keren naar de bureau van de grote Chef. Hier wordt ons verteld dat we gelijk hebben en dat de man beneden een fout maakte. We moeten echter twee uur wachten, daar het etenstijd is, en dan mogen we nog eens proberen. Wij hebben echter absoluut geen zin om hier twee uur te wachten en proberen nog een beetje. Na nog wat mislukte pogingen besluiten we onze voeten te vegen aan deze domme bureaucratie en springen we in de auto richting Saly Niakh Niakhale. We zullen onze plan wel trekken wanneer we aan de Malinese grens komen en zo nodig de plaatselijke grensbeambte wel een centje toesteken om alles in orde te hebben.

Tegen de late namiddag komen we aan in Saly. Het valt direct op dat dit niet echt een oord voor ons is en niet veel Senegalees te bieden heeft. Het stadje staat vol gebouwd met grote hotelresorts en in de straten zien we meer blanken dan zwarten wandelen (en als ze niet wandelen, dan rijden ze met de quad of een chique 4X4). We hopen dat Niakh Niakhale, een kleine bijgemeente,  iets Senegaleser is. Na wat vragen bereiken we de herberg die Michel ons had gezegd te zoeken, Michel is echter niet daar. Gelukkig wordt de auberge Treizeguy uitgebaat door zeer vriendelijke mensen die wel houden van het avontuur dat we ondernemen. We mogen Nettie laten staan op hun parking, gebruik maken van de toiletten, douches, strandbar en het water en hun gardien zal een oogje in het zeil houden op de parking. Dit vinden we heel wat, dus besluiten we wat te blijven. Om niet helemaal de parasiet uit te hangen, consumeren we in zijn bar, die eigenlijk wat te duur is voor ons. De volgende dag ’s avonds komen we Michel tegen. Hij vertelt dat de rest van zijn groep vast zat aan de grens, maar dat ze nu ook onderweg zijn. Ondertussen, na een nazicht van Nettie, ontdekt Nik dat er een vijs van de vering helemaal scheef zit. We willen dit verhelpen vooraleer verder te rijden. Michel en Jaques, een automechanieker, beloven de volgende dag eens te komen kijken. Ze komen echter niet opdagen. We besluiten het zelf te proberen met de middelen die we hebben. Uiteindelijk zijn we blij met het resultaat. We maken dan ook de beslissing dat we de volgende dag verder Senegal zullen binnen rijden.

Zo gebeurt het dat we op 30 oktober afscheid nemen van de mensen in Saly Niakh Niakhale en verder rijden in de richting van M’Bour. Hier laten we de olie verversen en de oliefilter van Nettie vervangen. Een uur later zijn we weer vertrokken. We rijden verder in de richting van Tambacounda. We stoppen onderweg, net voorbij Birkelane, om een slaapplaats te zoeken. We vinden een rustig plaatsje naast de hoofdweg. Hier vormen we een attractie voor de plaatselijke bevolking. Zo komt er een jongen te paard minstens een kwartier lang naar ons staren. Katrien probeert een klein gesprekje aan te knopen, maar dit lukt niet echt. Dit is voor de jongen echter geen probleem die zich neer legt op zijn paard en wat blijft staan. De volgende morgen wordt dit herhaald door een andere jongen; ook passeren er nog enkele vrouwen met hun kinderen, die eens komen kijken naar die rare blanken. De volgende dag rijden we verder naar Tambacounda.      
Slideshow Report as Spam

Use this image in your site

Copy and paste this html: