OOOOOOOOOOOOceaan

Trip Start Feb 27, 2010
1
30
45
Trip End May 29, 2010


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Japan  , Miyazaki,
Monday, April 12, 2010

Na ons bezoek aan Nobeoka hadden we een dagje aan de zee gepland. Het weer zat deze ochtend echter niet echt mee, het was miezerig en grijs. We besloten toch maar de trip te maken, het plaatsje waar we naar toe wilden lag ten slotte een 100 km verder, wie weet scheen de zon daar wel. Met wat hulp van Rika vonden we de juiste trein en waren we alweer op weg. Ons eerste gastgezin in Japan moesten we spijtig genoeg achterlaten. We hopen dat ze eens op bezoek komen in België, dan kunnen we ook eens potluck feestje bouwen. De karaoke zullen we dan vervangen door een nachtje tooghangen, maar ik denk dat ze daar ook wel van zullen kunnen genieten.

De treinrit verliep alweer vlot en het traject was voorzien van de nodige kombochten. Na een overstap op een locaal treintje arriveerden we in Nichinan. Het weer was hier inderdaad helemaal anders dan in Nobeoka. Hier regende het pijpe- borstel- en pannenstelen tegelijk . Het dorpje staat bekend voor zijn mooie kustlijn en uitstekende golven voor surfers. Maar onder deze weersomstandigheden was er geen kat te zien op straat, en ook geen taxi die ons naar ons pension zou kunnen voeren. We haalden dus de regenovertrekken voor de rugzakken nogmaals boven en maakte een wandeling van een kwartier in de regen. Het viel ons ook op dat regen aan de oceaan blijkbaar veel dikker / meer / harder is dan bij ons. Na vijf minuten waren we door en doornat, een stel verzopen kiekens was er niets tegen. Na tien minuten hadden we het gevoel dat we nooit meer zouden op drogen en dat we voor de rest van ons leven naar natte hond zouden rieken. Om samen te vatten: het was zo geen fijne wandeling. Aangekomen aan het pension werden we opgevangen alsof we net een triatlon gelopen hadden. Heel de familie stond paraat, onze rugzakken werden aangenomen, we kregen handdoeken en moesten direct mee aan de thee. We waren blij om zo'n welkom te krijgen in ons kleine pensionnetje. Zelfs de poederthee die we aangeboden kregen dronken we op, hoewel we die absoluut niet lusten. Er werden ook snoepjes en chips aangebracht. De uitbater van het pension verontschuldigde uitgebreid voor het slechte weer, alsof het zijn schuld was. Hij haalde de krant er bij, morgen zou het beter worden, we moesten ons geen zorgen maken. Na een half uurtje probeerden we ons te verwijderen van het gezelschap. Ondertussen was er een grote plas gevormd onder onze stoelen en we hadden graag een droge broek aangetrokken. We probeerden doormiddel van gebaren duidelijk te maken dat we droge kleding gingen aandoen. Pas toen viel de uitbater zijn Yen, wij zaten nog steeds in onze natte kleding. Een stortvloed van verontschuldigingen en buigingen kwam ons weer tegemoet. Hij leidde ons de trap op, tot aan de kamer en trok al buigend de deur achter zich dicht. We bekeken elkaars verzopen kopjes even en konden een lachbui niet onderdrukken. Enkel in Japan kan je zulke dingen meemaken.

Na een warme douche en een droge broek was de regen ook stilaan teruggekeerd naar normale proporties. We waagden ons nogmaals naar buiten, maar deze keer gewapend met een paraplu die we van de pensionuitbater meekregen.  Er was één restaurantje open, maar wat voor één. Het was een sashami restaurant, volgestouwd met aquariums en grote tanks voor vissen, kreeften en krabben. Alsof tien meter van de oceaan wonen nog geen garantie was voor verse vis. Hier zie je de vis zwemmen, tot ongeveer een minuut voor hij op je bord ligt. Onze zitplaats was recht boven tank met kreeften, je kon er zo je hand in steken. De sashami die we aten was dan ook overheerlijk. Na het afrekenen (ongeveer de prijs van een pak frieten met een vleesje) diepten we ons woordenboekje op en produceerden het zinnetje:"kok-san wa ude ga i dess ne” (complimenten  aan de chef). Dit resulteerde in een reeks OOOH-s en beiden chefs werden er bij geroepen en persoonlijk gefeliciteerd door de uitbater van het restaurant. Tegen de tijd dat we onze schoenen terug aanhadden stond er een rijtje van 6 personen van het restaurant om ons uit te waaien. Hoe kleiner het dorpje hoe vriendelijker de mensen blijkbaar. Op zich geen nieuws, zie maar naar onze hometown en je weet genoeg.

De uitbater van het pension had gelijk, s’ morgens scheen de zon volop en konden we van het strand genieten. Het was nog niet warm genoeg om te zwemmen, maar schelpjes rapen zat er wel in. We gingen trouwens niet om te zwemmen, er is een klein schiereilandje met een schrijn in de buurt en daar wilden we heen. Rond het schiereiland is er ook een raar natuurverschijnsel wat ze hier "the devils washboard” noemen, maar dan in het Japans. Het is vulkanische grond die door de branding  uitgesleten is tot iets wat lijkt op een gigantisch wasbord.  Het eilandje zelf is bekend voor het schrijn, maar de tropische plantengroei was voor ons nog veel specialer. Het was net alsof je in de jungle zit, maar dan midden in de zee. Helemaal uitgewaaid en terug opgewarmd was het alweer tijd om naar de bushalte te gaan. Op weg naar onze volgende gastfamilie.
Slideshow Report as Spam

Use this image in your site

Copy and paste this html: