Nacht/Dag 10
Trip Start
Jun 19, 2010
1
11
19
Trip End
Jul 06, 2010
Nog even terug komen op gister is best van belang. Gister was een lange dag; eind van de ochtend naar Stockholm, 's avonds op de boot. Wat doet iedereen daar op de boot? Bier, wijn, whisky, jachtbitter en volgens mij zelfs kilo’s cherry bonbons ofzo. Op de boot is het stukken goedkoper dan als het in Finland (maar met name in Noorwegen) is.
Wij hoefden niets te kopen; wij hadden nog een fles whisky in de auto liggen. Maar helaas; " You can not enter your during the trip. 45 before arrival you may enter your vehicle again." Shit. Achter aansluiten bij de rij van de supermarkt. Want het is een grote boot; nog net geen zwembad, maar wel restaurants, cafes, en winkels dus. Flesje whisky gekocht. (Klein flesje, mensen). We waren immers met z’n tweeen. Terug naar onze 4-persoons kamer, foto’s overzetten op de computer, foto’s bekijken, whisky drinken, whisky op, de boot weer op! Eens kijken wat er te doen is op de boot.
Er speelt een bandje van 8 man sterk, voor 8 man publiek, met 8 man personeel, met 80 lege stoelen. Niets te doen dus in de lounge. Op naar het cafe. Ook niets te doen. Rond 23.00u liep er meer personeel dan reizigers. Tijd om te socializen. We vonden een paar meisjes op de grond zitten. We vroegen waar de party was waar we op hadden gehoopt. Maar er was –volgens hen- een party. In 'the club’. Er waren maarliefst 7 mensen! Allemaal familie van elkaar, of toch niet; niet bepaald duidelijk. Ze waren flink aan het drinken, zag er gezellig uit; we schoven aan. Praten over koetjes en kalfjes, biertjes drinken, Rik aan het dansen met de meisjes, Marc later ook. Het werd later, gezelliger, werd weer lichter buiten. Naarmate het vroeger en vroeger werd zijn we nog een biertje gaan drinken met onze nieuwe, Scandinavische vriendinnen, in onze kamer, om uiteindelijk toch maar een keer te gaan slapen (zonder de dames, mam). Sliepen ging zonder enkel probleem. Ik had de wekker nog gezet want we wilde niet te laat komen om van de boot af te rijden, dus dan is die wekker wel handig. De wekker is echter niet handig wanneer je niet weet dat Finland een uurtje op ons voorloopt. Ik werd vervolgens wakker door de radio, waarop ze wellicht voor de derde keer iedereen verzochten om naar de auto te komen.
Ik wrijf in mijn ogen. Ik zit aan de rand van mijn bed. Ik wrijf nogmaals in mijn ogen. Marc moet ik wakker krijgen, dat is al lastig als hij niets gedronken heeft. Met een paar lichten klappen in zijn gezicht en Marc-geroep, werd hij uiteindelijk wakker.
Ik quote een stukje Jeugd van Tegenwoordig, vind ik toepasselijk namelijk: “Oksel ruikt naar natte hond en shit, droge mond en shit, halflege halve liters op de grond en shit, wat gaan we doen gast.” Die halflege halve liters heb ik dus maar opgeruimd, (en shit). Ben moe, maar verder geen kater of wat dan ook; mooi. Marc is wakker, we pakken onze spullen en vertrekken naar de auto: echt precies op tijd, we stappen in de auto, en kunnen wegrijden. Gelukkig hoefden de mensen achter ons niet te wachten op twee Nederlandse jongens die zich hebben verslapen. We rijden naar beneden, de zon schijnt, Marc slaapt weer. Ik maak Marc wakker; politie. “Probeer er even nuchter uit te zien.” zei ik nog. Ik moest blazen. Zonder dat ik enige emotie van de agent zijn gezicht kon aflezen, moest ik nogmaals blazen. “Did you drink?”. “Yesterday in the evening, yes.” Marc moest ook blazen, maar uiteindelijk zijn we blij dat hij niet achter het stuur zat, want zijn uitslag wat was slechter dan die van mij.
Ik moest de auto uit, een politiebusje in. De agent, waarbij ik moest blazen, stapte in de Baas, en reed er in. De auto zag er plotseling een stuk minder ‘baas’ uit. Op naar het bureau in Turku. Onderweg probeer je tegen de agent te praten. Zeggen dat je niet van plan was om de auto neer te zetten om verder te slapen, zodat we niet uitgeput de weg op gingen. (En dat waren we ook echt van plan, want we waren nog gewoon moe.) Onderweg ben ik flink aan het balen, en aan het hopen dat we niet al te veel hoeven te betalen, of nog erger; rijbewijs inleveren.
Aangekomen bij het politiebureau, moet ik op een stalen bank zitten. (Zat eigenlijk best lekker, nu ik er over terug denk.) Ik moet nog twee keer blazen. 0.31 promille. Dat is 0.09 te veel. 0.31 is ongeveer 3 Nederlandse biertjes, 1,2 Scandinavische biertjes. Flink balen. Hartstikke stom natuurlijk. Na het blazen moest ik de cel in. Je leest het goed, de cel. En denk dan niet aan een paar vierkante meter met een tralies ervoor met een mooi uitzicht op een man die op een stoeltje zit bij de deur met een sleutelbos aan zijn broek met een krantje. Nee. Denk dan aan een paar vierkante meter met enkele voorzieningen, waarbij tralies helaas niet bij hoort. In plaats van een tralies deur, had ik een grote stalen deur, voorzien van 3 verschillende sloten voordat hij open gaat, met een mooi luikje van 10 bij 30 centimeter, zodat de agenten die omhoog kunnen tillen, in plaats van 3 sloten te open en de zware, stalen deur te openen. Dat was niet alles hoor, ik nog veel meer. Een lucht die bij een gratis toilet hoort langs de snelweg, een TL-buis, die alles mooi verlicht, een eikenhouten-plank (mag wel eens opnieuw gelakt worden) over de hele breedte van de cel (kun je gebruiken als zitplek- en ligplek.) Verder nog een toilet, mooi geïntegreerd met de strak betonnen vloer. De vloer + het toilet = 1. Boven het toilet, op borsthoogte zat een ijzeren plaat. Ik ging er van uit dat het knopje –die was bevestigd was op de ijzeren plaat- de functie kende; WC doorspoelen. Dat gebeurde niet. Ik weer nat door een waterstraal die uit de ijzeren plaat kwam. Ik kon het grootste deel van het water ontwijken. Jammer van die mooie vloer, en muren, die onder zaten met –flink wat hogere- alcohol promillages, scheldwoorden, woorden met bloed geschreven, noem het maar op. Dat was mijn cel. Dat was cel nr.7, waar ik in totaal 3 uur heb gezeten, in 2 etappes. Eerste etappe; 1 uur. Daarna mocht ik mijn verklaring afleggen, aan een Fin, die Fins sprak, nauwelijks Engels. Na wat gezeur kreeg ik een nieuwe agent, die wat beter Engels kon. Mijn verklaring gedaan, en nog 1 keer laten wijzigen. Ik was tevreden met mijn verklaring. Ik moest aangeven hoeveel, ik hoe laat had gedronken, en of ik bewust dronken ben gaan rijden. Ik ben dus niet bewust dronken gaan rijden. En over het begrip dronken ontstond een misverstand. Maar na een half uur had ik toch een goede verklaring afgelegd. Nu moest ik 20 minuten wachten, in mijn cel. 20 minuten werden 2 uur. Ik had mijn horloge gewoon nog, mijn telefoon, mijn portemonnee. Na 2 uur wilde ik toch graag weten hoe lang 20 minuten precies duren in dit land. Na 2 uur zag ik de agent weer, met Marc. Marc was ondertussen flink bezig om mij te zien, en dat was na 5x proberen gelukt. Hij wilde dat ik in een normale wachtruimte kreeg, en wat te drinken. (Lief he?)
Na nog eens een klein kwartier mocht ik uit de cel, een normaal kantoor binnen. Hij vertelde me dat mijn case in het systeem stond en op 6 augustus behandeld zou worden. Als ik zou willen kan ik dan weer naar Turku rijden, om live bij de uitspraak te zijn. Maar nog steeds was er geen duidelijkheid over het bedrag wat ik zou moeten gaan betalen. Hij vertelde me wel dat ik mijn rijbewijs niet terug zou krijgen. Ik zei dat dat niet kon; we zijn met zijn tweeën, en ik wil niet dat Marc de hele tijd gaat rijden. En over het rijden gesproken trouwens; ik heb een rijontzegging in Finland. Ik mag dus gewoon niet rijden in Finland, en als ik dat wel doe, heb ik een heel groot probleem. Maar nu wil ik mijn rijbewijs nog terug. Met flink wat gezeur, en het geniale plan van mij om mijn rijbewijs te kopiëren, kreeg ik hem terug. In augustus krijg ik een brief, met de boete.
Marc stond nog steeds buiten op mij te wachten. Ik liep met een glimlach naar buiten; wat een aparte ervaring, door weinig nadenken van ons toen we de eerste stappen zetten op de boot. Dat zal zeker niet meer gebeuren.
In Turku (de stad waar we aankwamen na een 10uur durende reis) zijn we even naar de Subway gegaan; even een broodje eten. Eindelijk kunnen we weer met euro’s betalen! Fijn. Even later zijn we weer aan het rijden; richting Helsinki. Gelukkig hoeven we daar maar 1,5 uur te rijden, en zal ik geen schuldgevoel ontwikkelen omdat Marc alles moet rijden. Maar we merken al vrij snel dat die 1.5 uur wel eens wat langer kan gaan duren. We verliezen vermogen met de auto, en de auto begint flink te schokken. Tijd om de auto langs de snelweg te parkeren, de ANWB te bellen en eens goed gebruik te maken van ons abonnement die we speciaal voor deze reis hebben afgesloten. We zouden worden opgehaald door een auto-ambulance. Het zou gemiddeld 1.5 uur duren. Na 3 uur wachten hadden we besloten nog eens een keer te bellen. Blijkbaar had de garage de fax niet ontvangen. (Wie gebruikt er in 2010 nog fax?). Dat wil dus zeggen dat we 3 uur lang voor niks hebben gewacht, echt voor niks. Moeheid slaat in; grappen worden steeds flauwer en droger, maar wel grappiger. Maar we beginnen ook doemscenario’s te bedenken. Een beetje aan gissen wat het probleem met de auto zou kunnen zijn. Na een uur worden we gebeld door een Fin, met de melding dat we zo snel mogelijk zouden worden geholpen. Een half uur daarna worden we weer gebeld. Een uur later zouden we worden opgehaald. Uiteindelijk worden we 1.5 uur later opgehaald. Dat is dus 6 uur wachten in totaal. We hebben wel een groot deel van de wedstrijd kunnen kijken bij een restaurant/lounge die 24 uur per dag open is. (Dat was dus een pluspuntje). De auto wordt naar een garage gebracht, een Chevrolet-garage. Daarna brengt de chauffeur ons naar een camping. Met een rotgevoel zetten we de tent op, en al helemaal nadat de ANWB ons liet weten dat reparatie-kosten niet worden vergoed. Hopelijk dat we de auto morgen kunnen laten maken voor een paar tientjes. Maar dat lijkt wel een droom te zijn.
Tot morgen.
Rik
Dit was een van de raarste dagen van mijn leven. Alles gaat verder goed hoor, ik ben niet geslagen door de Finnen ofzo. Haha.
Helaas geen foto’s kunnen maken van de cel. Mijn camera op de telefoon is stuk, ik had jullie graag laten zien waar ik die 3 uur heb gezeten.
Wij hoefden niets te kopen; wij hadden nog een fles whisky in de auto liggen. Maar helaas; " You can not enter your during the trip. 45 before arrival you may enter your vehicle again." Shit. Achter aansluiten bij de rij van de supermarkt. Want het is een grote boot; nog net geen zwembad, maar wel restaurants, cafes, en winkels dus. Flesje whisky gekocht. (Klein flesje, mensen). We waren immers met z’n tweeen. Terug naar onze 4-persoons kamer, foto’s overzetten op de computer, foto’s bekijken, whisky drinken, whisky op, de boot weer op! Eens kijken wat er te doen is op de boot.
Er speelt een bandje van 8 man sterk, voor 8 man publiek, met 8 man personeel, met 80 lege stoelen. Niets te doen dus in de lounge. Op naar het cafe. Ook niets te doen. Rond 23.00u liep er meer personeel dan reizigers. Tijd om te socializen. We vonden een paar meisjes op de grond zitten. We vroegen waar de party was waar we op hadden gehoopt. Maar er was –volgens hen- een party. In 'the club’. Er waren maarliefst 7 mensen! Allemaal familie van elkaar, of toch niet; niet bepaald duidelijk. Ze waren flink aan het drinken, zag er gezellig uit; we schoven aan. Praten over koetjes en kalfjes, biertjes drinken, Rik aan het dansen met de meisjes, Marc later ook. Het werd later, gezelliger, werd weer lichter buiten. Naarmate het vroeger en vroeger werd zijn we nog een biertje gaan drinken met onze nieuwe, Scandinavische vriendinnen, in onze kamer, om uiteindelijk toch maar een keer te gaan slapen (zonder de dames, mam). Sliepen ging zonder enkel probleem. Ik had de wekker nog gezet want we wilde niet te laat komen om van de boot af te rijden, dus dan is die wekker wel handig. De wekker is echter niet handig wanneer je niet weet dat Finland een uurtje op ons voorloopt. Ik werd vervolgens wakker door de radio, waarop ze wellicht voor de derde keer iedereen verzochten om naar de auto te komen.
Ik wrijf in mijn ogen. Ik zit aan de rand van mijn bed. Ik wrijf nogmaals in mijn ogen. Marc moet ik wakker krijgen, dat is al lastig als hij niets gedronken heeft. Met een paar lichten klappen in zijn gezicht en Marc-geroep, werd hij uiteindelijk wakker.
Ik quote een stukje Jeugd van Tegenwoordig, vind ik toepasselijk namelijk: “Oksel ruikt naar natte hond en shit, droge mond en shit, halflege halve liters op de grond en shit, wat gaan we doen gast.” Die halflege halve liters heb ik dus maar opgeruimd, (en shit). Ben moe, maar verder geen kater of wat dan ook; mooi. Marc is wakker, we pakken onze spullen en vertrekken naar de auto: echt precies op tijd, we stappen in de auto, en kunnen wegrijden. Gelukkig hoefden de mensen achter ons niet te wachten op twee Nederlandse jongens die zich hebben verslapen. We rijden naar beneden, de zon schijnt, Marc slaapt weer. Ik maak Marc wakker; politie. “Probeer er even nuchter uit te zien.” zei ik nog. Ik moest blazen. Zonder dat ik enige emotie van de agent zijn gezicht kon aflezen, moest ik nogmaals blazen. “Did you drink?”. “Yesterday in the evening, yes.” Marc moest ook blazen, maar uiteindelijk zijn we blij dat hij niet achter het stuur zat, want zijn uitslag wat was slechter dan die van mij.
Ik moest de auto uit, een politiebusje in. De agent, waarbij ik moest blazen, stapte in de Baas, en reed er in. De auto zag er plotseling een stuk minder ‘baas’ uit. Op naar het bureau in Turku. Onderweg probeer je tegen de agent te praten. Zeggen dat je niet van plan was om de auto neer te zetten om verder te slapen, zodat we niet uitgeput de weg op gingen. (En dat waren we ook echt van plan, want we waren nog gewoon moe.) Onderweg ben ik flink aan het balen, en aan het hopen dat we niet al te veel hoeven te betalen, of nog erger; rijbewijs inleveren.
Aangekomen bij het politiebureau, moet ik op een stalen bank zitten. (Zat eigenlijk best lekker, nu ik er over terug denk.) Ik moet nog twee keer blazen. 0.31 promille. Dat is 0.09 te veel. 0.31 is ongeveer 3 Nederlandse biertjes, 1,2 Scandinavische biertjes. Flink balen. Hartstikke stom natuurlijk. Na het blazen moest ik de cel in. Je leest het goed, de cel. En denk dan niet aan een paar vierkante meter met een tralies ervoor met een mooi uitzicht op een man die op een stoeltje zit bij de deur met een sleutelbos aan zijn broek met een krantje. Nee. Denk dan aan een paar vierkante meter met enkele voorzieningen, waarbij tralies helaas niet bij hoort. In plaats van een tralies deur, had ik een grote stalen deur, voorzien van 3 verschillende sloten voordat hij open gaat, met een mooi luikje van 10 bij 30 centimeter, zodat de agenten die omhoog kunnen tillen, in plaats van 3 sloten te open en de zware, stalen deur te openen. Dat was niet alles hoor, ik nog veel meer. Een lucht die bij een gratis toilet hoort langs de snelweg, een TL-buis, die alles mooi verlicht, een eikenhouten-plank (mag wel eens opnieuw gelakt worden) over de hele breedte van de cel (kun je gebruiken als zitplek- en ligplek.) Verder nog een toilet, mooi geïntegreerd met de strak betonnen vloer. De vloer + het toilet = 1. Boven het toilet, op borsthoogte zat een ijzeren plaat. Ik ging er van uit dat het knopje –die was bevestigd was op de ijzeren plaat- de functie kende; WC doorspoelen. Dat gebeurde niet. Ik weer nat door een waterstraal die uit de ijzeren plaat kwam. Ik kon het grootste deel van het water ontwijken. Jammer van die mooie vloer, en muren, die onder zaten met –flink wat hogere- alcohol promillages, scheldwoorden, woorden met bloed geschreven, noem het maar op. Dat was mijn cel. Dat was cel nr.7, waar ik in totaal 3 uur heb gezeten, in 2 etappes. Eerste etappe; 1 uur. Daarna mocht ik mijn verklaring afleggen, aan een Fin, die Fins sprak, nauwelijks Engels. Na wat gezeur kreeg ik een nieuwe agent, die wat beter Engels kon. Mijn verklaring gedaan, en nog 1 keer laten wijzigen. Ik was tevreden met mijn verklaring. Ik moest aangeven hoeveel, ik hoe laat had gedronken, en of ik bewust dronken ben gaan rijden. Ik ben dus niet bewust dronken gaan rijden. En over het begrip dronken ontstond een misverstand. Maar na een half uur had ik toch een goede verklaring afgelegd. Nu moest ik 20 minuten wachten, in mijn cel. 20 minuten werden 2 uur. Ik had mijn horloge gewoon nog, mijn telefoon, mijn portemonnee. Na 2 uur wilde ik toch graag weten hoe lang 20 minuten precies duren in dit land. Na 2 uur zag ik de agent weer, met Marc. Marc was ondertussen flink bezig om mij te zien, en dat was na 5x proberen gelukt. Hij wilde dat ik in een normale wachtruimte kreeg, en wat te drinken. (Lief he?)
Na nog eens een klein kwartier mocht ik uit de cel, een normaal kantoor binnen. Hij vertelde me dat mijn case in het systeem stond en op 6 augustus behandeld zou worden. Als ik zou willen kan ik dan weer naar Turku rijden, om live bij de uitspraak te zijn. Maar nog steeds was er geen duidelijkheid over het bedrag wat ik zou moeten gaan betalen. Hij vertelde me wel dat ik mijn rijbewijs niet terug zou krijgen. Ik zei dat dat niet kon; we zijn met zijn tweeën, en ik wil niet dat Marc de hele tijd gaat rijden. En over het rijden gesproken trouwens; ik heb een rijontzegging in Finland. Ik mag dus gewoon niet rijden in Finland, en als ik dat wel doe, heb ik een heel groot probleem. Maar nu wil ik mijn rijbewijs nog terug. Met flink wat gezeur, en het geniale plan van mij om mijn rijbewijs te kopiëren, kreeg ik hem terug. In augustus krijg ik een brief, met de boete.
Marc stond nog steeds buiten op mij te wachten. Ik liep met een glimlach naar buiten; wat een aparte ervaring, door weinig nadenken van ons toen we de eerste stappen zetten op de boot. Dat zal zeker niet meer gebeuren.
In Turku (de stad waar we aankwamen na een 10uur durende reis) zijn we even naar de Subway gegaan; even een broodje eten. Eindelijk kunnen we weer met euro’s betalen! Fijn. Even later zijn we weer aan het rijden; richting Helsinki. Gelukkig hoeven we daar maar 1,5 uur te rijden, en zal ik geen schuldgevoel ontwikkelen omdat Marc alles moet rijden. Maar we merken al vrij snel dat die 1.5 uur wel eens wat langer kan gaan duren. We verliezen vermogen met de auto, en de auto begint flink te schokken. Tijd om de auto langs de snelweg te parkeren, de ANWB te bellen en eens goed gebruik te maken van ons abonnement die we speciaal voor deze reis hebben afgesloten. We zouden worden opgehaald door een auto-ambulance. Het zou gemiddeld 1.5 uur duren. Na 3 uur wachten hadden we besloten nog eens een keer te bellen. Blijkbaar had de garage de fax niet ontvangen. (Wie gebruikt er in 2010 nog fax?). Dat wil dus zeggen dat we 3 uur lang voor niks hebben gewacht, echt voor niks. Moeheid slaat in; grappen worden steeds flauwer en droger, maar wel grappiger. Maar we beginnen ook doemscenario’s te bedenken. Een beetje aan gissen wat het probleem met de auto zou kunnen zijn. Na een uur worden we gebeld door een Fin, met de melding dat we zo snel mogelijk zouden worden geholpen. Een half uur daarna worden we weer gebeld. Een uur later zouden we worden opgehaald. Uiteindelijk worden we 1.5 uur later opgehaald. Dat is dus 6 uur wachten in totaal. We hebben wel een groot deel van de wedstrijd kunnen kijken bij een restaurant/lounge die 24 uur per dag open is. (Dat was dus een pluspuntje). De auto wordt naar een garage gebracht, een Chevrolet-garage. Daarna brengt de chauffeur ons naar een camping. Met een rotgevoel zetten we de tent op, en al helemaal nadat de ANWB ons liet weten dat reparatie-kosten niet worden vergoed. Hopelijk dat we de auto morgen kunnen laten maken voor een paar tientjes. Maar dat lijkt wel een droom te zijn.
Tot morgen.
Rik
Dit was een van de raarste dagen van mijn leven. Alles gaat verder goed hoor, ik ben niet geslagen door de Finnen ofzo. Haha.
Helaas geen foto’s kunnen maken van de cel. Mijn camera op de telefoon is stuk, ik had jullie graag laten zien waar ik die 3 uur heb gezeten.




Comments
ten eerste: WHAHAHAHHAHAHAAAAAAA...
en daarnaast: echt iets voor jullie.
En ten laatste: wij hebben ook een keer de halve dag staan wachten op de auto-ambulance
Was dat toen ome Herman met de auto de grindbak in was gereden? >_>
:p
Nee, dat was niet die keer XD had overigens wel gekund! haha