Life in a Hostel

Trip Start Oct 25, 2011
1
9
16
Trip End Ongoing


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow
Where I stayed
Backpackers Imperial Hotel Hobart
Read my review - 5/5 stars

Flag of Australia  , Tasmania,
Tuesday, February 28, 2012

Life in a Hostel

Het gewonen leven in AustraliŰ zou gaan beginnen. Esther en ik gingen hard op zoek naar werk. Horeca was ons doel, maar als dat uitzichtloos was dan was fruitplukken ook zeker een optie. Met onze CV in onze hand en ons beste beentje voor gingen we alle tentjes langs. Al snel waren we aangenomen bij een all-day-breakfast tentje, Rendezvous. Helaas niet fulltime dus moesten we hard door solliciteren. We kregen bij toeval een klusje om alle koelkasten schoon te maken in het Hostel. Dit zou betekenen dat we er gratis mogen verlijven. Maar oh oh oh! The things we've seen! Voedsel die houdbaarheidsdatum te schande zet en het liefs zichzelf al verorberde zodat er niets overbleef dan stinkende groene derrie. Kliekjes die je zelfs de straatratten niet kwijt zou raken. En op de bodem van de koelkasten lagen restjes rijst, pasta en groenten gemixt met vloeistoffen die maandenlang uit alle tasjes hadden gelekt. Het hoogtepunt van deze spannende onderneming was toch wel het vloeibare brood. Het goedje was door de maanden heen vloeibaar geworden en kon heerlijk uitgeschonken worden op een bordje. De donkergroene derrie met brokjes was het onderwerp van ons vermaak en geamuseerd gingen we rond met de zak.

Doordat het koelkasten avontuur goed was verlopen kregen we snel de tijdelijke baan om bedden te verschonen, stofzuigen en badkamers schoon te maken. Niet verkeerd baantje. Ondertussen werkte ik gewoon door bij Rendezvous tot ik op een dag een lichte pijn in mijn nek kreeg. Alsof ik verkeerd gelegen had maar dan midden op de dag. Het werd langzaam erger maar het zou vast ’s nachts beter worden. Koppig ging ik slapen en ondanks dat ik was onhandig lag ging het best aardig. Haast Schreeuwend werd ik rond 3 uur uit mijn slaap verstoord. Van de pijn zat ik in een mum van tijd rechtop in bed. Esther werd van de commotie wakker. 'Gaat het?’ Die vraag kon ik niet bevestigend beantwoorden. Al snel hadden we een taxi gebeld want het was tijd voor een bezoekje aan het ziekenhuis. Ademen ging alleen als het oppervlakkig was. Praten was al helemaal een lastige taak. Ik moest (ondanks dat het 3 uur ’s nachts was) lang wachten op hulp. Als een zielig hoopje mens zat ik op het stoeltje in het ziekenhuis. Maar ik werd verlost van mijn ellende met een valium pilletje. Uiteraard viel ik daardoor als een blok in slaap. Mijn spierspasm ontspande en ik mocht weer (beetje gekreukeld) weer gaan, met een excuus briefje dat ik 2 dagen niet mocht werken.

Toen dat voorbij was kreeg ik mijn 3e baantje bij de Griek (Mezethes). Met een menukaart met oneindig veel Griekse gerechten die onmogelijk waren om uit te spreken. Het personeel was aardig. Van tijd tot tijd in ieder geval. Zodra de stress toesloeg was het schreeuwen en snauwen. Wat mij en Esther af en toe tot waanzin drong. Maar denk aan het geld! En het einde van de avond werd altijd afgesloten met een grapje. Maar ik ging altijd met tegenzin heen. Het eten was er echter prachtig!

Als ik niet werkte zat ik in het hostel (central city backpackers). We waren net een (beetje vreemde) familie. We deelden eten, kookten voor elkaar en praatte tot diep in de nacht. We hadden een aparte combinatie van mensen bij elkaar gescharreld. Iris en Guus (onze Nederlandse maatjes) Grant (de sarcastische homo) Adrian (de Australische filosoof) Stine (Deens hysterisch) Stefan (want een Duitser kan niet ontbreken)  Jimmy (onze Libische kok die altijd dezelfde verhalen verteld, en stiekem iedereen ontweek) en natuurlijk Kimberley en Esther (Eskim-o). Ik moest altijd lachen om ons belachelijke samenstelling. Want van elke persoon kan er wel een karikatuur gemaakt worden.

En dan had je nog de losse vlodders in het Hostel. We hadden voor ieder een bijnaam:
- Horsegirl (lachte als een paard en vulde het hostel met haar irritante gegiechel. En ze bleef weken!)
- Pepper guy (stal peper van Jimmy dus toen de pepermolen uit elkaar viel in zijn soep donderde vond ik dat karma)
- BH lady: Stond rustig in de huiskamer in haar BH te strijken.
- Sausage girl: Bakte eens 24 worsten voor zichzelf voor een bergwandeling. Maar het regende..
- Grumpa: Een chagrijnige oude man die iedereen lastig viel met zijn smetvrees. Stal bier vlak voor mijn neus en ontkende het. Speelde de hele dag Lady Gaga in de keuken.. over and over.
- Spasm: Een drugsverslaafd meisje dat eerst 10 seconden moest wachten bij de muur voor ze ergens naar binnen mocht.
- ‘Do I look pale’ girl: Ruzie met haar ouders totdat ze zich ineens omdraaide en aan Esther vroeg met grote dwaze ogen en sluik zwart haar. ‘Do I look pale?’ 0_0

Genoeg gezien en beleefd dus. Maar ik voelde me er thuis. Na een dag hard werken heerlijk in het Hostel hangen met vrienden of een filmpje kijken. Of met zijn allen buiten staan als het brandalarm weer afging omdat iemand zijn haar zo nodig weer moest stijlen. Esther en ik waren af en toe net een getrouwd stel. Ochtendrituelen, samen koken, samen shoppen, samen schoonmaken, elkaars zinnen afmaken. Onafscheidelijk!  Jimmy:’ Where is Esther? I’m not used to seeing you without Esther’ Wouldn’t trade it for the world.

Mona Museum

Een miljonair had eens een grote schuld bij de overheid. ‘Je moet je schuld afbetalen’ zei de ambtenaar. De Miljonair bedacht een beter idee. ‘Laat ik iets terug doen voor de bevolking, en een museum bouwen’ Dacht de Miljonair. Maar de Miljonair was nog niet tevreden. ‘Laat ik het zo bizar mogelijk maken’. En zo gezegd zo gedaan. ‘Zo is het goed’ Zei de Miljonair.

En zo ontstond het Museum van modern en old art. Waar de kunstwerken variŰren van een Fatcar  en een echte mummie in een tombe in een duister zwarte kamer. En vergeet de stinkende poepmachine niet die af en toe een kadootje afleverde als hij klaar is met het nabootsen van een menselijk spijsverteringsproces. Alles in het museum was zo bizar dat je soms niet wist of het nou kunst was, of dat ze een grapje met je uithaalde. Het leukste was een geluidsdichte ruimte met 50 Madonna fans op schermen die meezongen met de muziek. 30 minuten en veel gelach later was ik het nog niet zat. Je kreeg een iPod mee waar je alle informatie kon opzoeken van de kunstwerken. Dus als er ergens muziek speelde waar Es en ik fanatiek op stonden te dansen, waren we ook de enige die het hoorde.  Ik kan hier uren over praten. Maar foto’s zeggen misschien meer.

Bruny Island

Na 2,5 maanden keihard werken was het tijd voor wat ontspanning. We moesten weer wat boompjes zien. De stenen gebouwen hadden ons al lang genoeg ingesloten. En Hobart leek ons wel binnen te willen houden want naar 1,5 rondgereden te hebben konden we de juist uitgang van de stad nog niet vinden. Maar het voelde als vakantie toen we op een uitkijkpunt stonden boven de slurf van de Bruny Peninsula. We lachte om een man die de treden van de trap telde. Maar wij wilden niet dat iemand iets wist wat wij niet deden. Dus braaf telden wij de treden… 233. De lucht in Tasmanie is de schoonste in de wereld. Dus toen we bij een meer stonden kijkend naar zwarte zwanen die liefdevol en hun naar elkaar bogen, waren we verfrist.

Omdat we een auto hadden gehuurd reden we uren rond op de bochtige weg door de bergen. Rijden, rijden. Het maakte niet uit waarheen. Verdwalen kon niet, want het eiland was niet groot. Bij de witte vuurtoren was het net Teletubbieland toen de konijntjes zorgeloos om ons heen hupte. Ook de hilarische achtervolging met een echidna kon niet uitbleven. Het beestje bewoog zich overdreven waggelend voort. En als het me zag, dook het ineen.

’s Avonds gingen we op pingu´n jacht. De ouders zouden ’s nachts tevoorschijn komen om de jongen te voeren. Geduld hebben zeiden ze. Maar nadat we een paar jongen hadden gezien en wat stuntelende andere baby vogels vonden we het wel gebakken. De fairy pingu´n is de kleinste te wereld. En de schattige beestjes stolen onze harten.

De volgende dag hadden we een Cruise geboekt. In de hoop dolfijnen en zeehonden te zien. Dolfijnen bleven uit. Maar het varen langs de reusachtige cliffsides was prachtig en waren de hoogste in het Noordelijk halfrond. Als sneaky bastards zaten Esther en ik voorin, ingesnoerd in riemen. Ingepakt in een soort rode barbapapa outfits die ons warm hield. Want als de boot op volle toeren draait trekt de wind bijna de haren uit je hoofd. Onze gezichten trokken weg alsof iemand ze met een stofzuiger naar achter trok. Gieren van plezier deden we toen we stuiterend over het water scheurde. Ik heb vaker zeehonden gezien. Maar de rotsen hier waren bezaaid met honderden. Beter dan de zeehond die we de vorige dag zagen die rottend op een steen lag. De geur van ontbinding was misselijkmakend. Maar het uitzicht was prachtig.
Al met al. Bruny island was fantastisch.

Nu zit in in Nieuw Zeeland. So far so good! Prachtig hier. Maar het is nog maar net begonnen. Ik wil jullie even doorverwijzen naar het blog van mijn moeder zodat je deze avonturen (eventueel) ook kan lezen.


En ik wil Esther nog een goede terugreis wensen. Onverwachts en mis je nu al! Goodluck babe and come back soon. We have much more to see. *doet-het-zoekt-het-Esther-teken*

My Review Of The Place I Stayed



Loading Reviews
Slideshow Report as Spam

Comments

Esther on

*doet-het-zoekt-Kimberley-teken*

Paps on

Goed om weer wat van je (jullie) te horen! xxx

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: