Working at the car wash, yeah!
Trip Start
Nov 01, 2009
1
7
28
Trip End
Mar 16, 2010
Na inderdaad een onrustige nacht maar een fijne wake up call vanuit Nederland zit ik om vijf uur in het busje naar het vliegveld, samen met twee Samoaanse dames en hun halve huisraad. Om kwart over vijf ingechecked, dus het wachten op de vlucht NZ27 van 7.00 kan beginnen. Heb in het vliegtuig heerlijk twee stoelen voor mezelf, en de anderhalf uur bestaan uit niet meer dan stijgen, een koffiebroodje, eilandjes kijken, en weer dalen. Welkom op Tonga!
In de bagagehal is het een chaos. De lopende band is maar kort, dus aan het eind staan mannetjes die alles er weer af pleuren, onder het motto „zoek het verder zelf maar uit". Ergens tussen al die dozen, koffers, enorme plastic bakken en nog meer zut moet ergens mijn rugzak liggen. En dan met je karretje weer een weg terug banen...
De nichtjes Pina en Latu halen me op, en zitten me meteen te testen en te dissen – het wordt een erg grappige rit, langs een politiefuik met een heuse lasergun en groepjes mensen langs de kant van de weg. Pina remt, flikkert wat kleingeld uit het raam, en rijdt weer door. Wat was dat? „That was the carwash“, lacht ze. Waanzinnig pricipe, dat ik overal op het eiland weer tegen kom. Mensen, zonder emmertje met sop, met een bordje „Carwash“, een prachtig eufemisme voor „geef me je geld“. Geen idee wat er gebeurt wanneer je daadwerkelijk je auto gewassen wilt hebben.
Eerst even naar Nuku'alofa, de hoofdstad, want m’n kamer is nog niet klaar. Ik settel me bij Friends Cafe, een relaxte plek met heerlijke koffie en brownies. Op het eerste oog zijn er op Tonga verhoudingsgewijs veel meer blanken dan op Samoa, maar misschien zitten ze gewoon allemaal hier in het cafe. Nuku’alofa is een relaxte plek. Klein, overzichtelijk, vriendelijke mensen en een veel beter (minder vochtig) klimaat dan op Samoa. Binnen twee uur heb ik de stad verkend: kleurrijke markt (nee, de palangi wil geen zoete aardappelen kopen), kokosnoot aan de waterkant, paleis van de koning, oude kerk. Punt.
Ik check in in Keleti Resort, maar onder een resort verstaat men hier wat anders dan ik. Shabby hutjes, niet al te best sanitair, maar wel een prima hoofdgebouw met restaurant en een terras met geweldig overzicht over het rif. Het water staat nog redelijk hoog, dus ik ga snorkelen en daarna met een biertje van het uitzicht genieten. Maak kennis met de andere gasten: Joern en Kirstin uit Denemarken, Herman en Ineke uit Australie en een Zwitsers stel dat in hun omgebouwde auto al ruim 160 landen heeft bezocht. Ze zijn gepensioneerd, en brengen hun leven door op www.weltrekordreise.ch . Een heus wereldrekord dus.
Ergens tussen Samoa en Tonga hebben ze me een dag afgepikt. Over de datumgrens, dus rond acht uur vanochtend werd het zomaar 10 in plaats van 9 december. Daar moet ik de komende dagen nog rekening mee gaan houden. We sluiten de avond af met een geweldige zonsondergang.
De volgende dag, elf december dus, staat er een tour van het eiland op het programma. Omdat er voor de officiele tour niemand is aangemeld, wil manusje van alles Kala me wel rond het eiland rijden in de auto van z’n zus, en op het laatste moment meldt ook Canadese Jennifer zich nog, vannacht pas om twee uur aangekomen. Het wordt een hilarische trip, zonder veel hoogtepunten. Om de haverklap roept Kala „I don’t know, I’ve never been here before“, en zo cruisen we langs een grot, een paar rotsblokken (Tonga’s Stonehenge), de landingsplaats van meneer Cook, een strand, en wat blowholes langs de kust. Dat was dus Tongatapu. Daarna nog wat biertjes (ik wou toch afvallen?), geweldige vis met taro pannekoekjes, en kijken naar Mikki de huiskat die kakkerlakken vangt. Life is hard on Tonga.
Zaterdag: tijd om weer te verkassen, en wel naar het kleinere eiland Eua. Het oudste eiland van Tonga, en veel heuvelachtiger en begroeider dan Tongatapu. Ik heb bedacht dat het leuk is om heen te varen, en terug te vliegen. Kala kijkt me niet begrijpend aan. Zelf weten, domme palangi.
Hij brengt me naar de haven, maar eerst moeten we even langs zijn huis om wat hardboard af te leveren. “I steal this from Keleti", lacht Kala, wiens huis geen huis is, maar meer een tuinhuisje om de grasmaaier in op te bergen. Aan de achterkant bouwt ie een wc en een badkamer; die had ie dus nog niet. En hier moet over drie maanden een baby wonen.
Ik vraag Kala waarom hij zoveel honden rond het huis heeft. Ik tel er al snel zeven, waaronder twee teven met enorme tieten, en een hele roedel puppies. Hij geeft antwoord op de vraag die ik eigenlijk niet durfde te stellen. „In Tonga, is good for eating“. Ik kijk hem aan, maar de man met de meest aanstekelijke lach van Nuku’alofa vertrekt geen spier.
In de bagagehal is het een chaos. De lopende band is maar kort, dus aan het eind staan mannetjes die alles er weer af pleuren, onder het motto „zoek het verder zelf maar uit". Ergens tussen al die dozen, koffers, enorme plastic bakken en nog meer zut moet ergens mijn rugzak liggen. En dan met je karretje weer een weg terug banen...
De nichtjes Pina en Latu halen me op, en zitten me meteen te testen en te dissen – het wordt een erg grappige rit, langs een politiefuik met een heuse lasergun en groepjes mensen langs de kant van de weg. Pina remt, flikkert wat kleingeld uit het raam, en rijdt weer door. Wat was dat? „That was the carwash“, lacht ze. Waanzinnig pricipe, dat ik overal op het eiland weer tegen kom. Mensen, zonder emmertje met sop, met een bordje „Carwash“, een prachtig eufemisme voor „geef me je geld“. Geen idee wat er gebeurt wanneer je daadwerkelijk je auto gewassen wilt hebben.
Eerst even naar Nuku'alofa, de hoofdstad, want m’n kamer is nog niet klaar. Ik settel me bij Friends Cafe, een relaxte plek met heerlijke koffie en brownies. Op het eerste oog zijn er op Tonga verhoudingsgewijs veel meer blanken dan op Samoa, maar misschien zitten ze gewoon allemaal hier in het cafe. Nuku’alofa is een relaxte plek. Klein, overzichtelijk, vriendelijke mensen en een veel beter (minder vochtig) klimaat dan op Samoa. Binnen twee uur heb ik de stad verkend: kleurrijke markt (nee, de palangi wil geen zoete aardappelen kopen), kokosnoot aan de waterkant, paleis van de koning, oude kerk. Punt.
Ik check in in Keleti Resort, maar onder een resort verstaat men hier wat anders dan ik. Shabby hutjes, niet al te best sanitair, maar wel een prima hoofdgebouw met restaurant en een terras met geweldig overzicht over het rif. Het water staat nog redelijk hoog, dus ik ga snorkelen en daarna met een biertje van het uitzicht genieten. Maak kennis met de andere gasten: Joern en Kirstin uit Denemarken, Herman en Ineke uit Australie en een Zwitsers stel dat in hun omgebouwde auto al ruim 160 landen heeft bezocht. Ze zijn gepensioneerd, en brengen hun leven door op www.weltrekordreise.ch . Een heus wereldrekord dus.
Ergens tussen Samoa en Tonga hebben ze me een dag afgepikt. Over de datumgrens, dus rond acht uur vanochtend werd het zomaar 10 in plaats van 9 december. Daar moet ik de komende dagen nog rekening mee gaan houden. We sluiten de avond af met een geweldige zonsondergang.
De volgende dag, elf december dus, staat er een tour van het eiland op het programma. Omdat er voor de officiele tour niemand is aangemeld, wil manusje van alles Kala me wel rond het eiland rijden in de auto van z’n zus, en op het laatste moment meldt ook Canadese Jennifer zich nog, vannacht pas om twee uur aangekomen. Het wordt een hilarische trip, zonder veel hoogtepunten. Om de haverklap roept Kala „I don’t know, I’ve never been here before“, en zo cruisen we langs een grot, een paar rotsblokken (Tonga’s Stonehenge), de landingsplaats van meneer Cook, een strand, en wat blowholes langs de kust. Dat was dus Tongatapu. Daarna nog wat biertjes (ik wou toch afvallen?), geweldige vis met taro pannekoekjes, en kijken naar Mikki de huiskat die kakkerlakken vangt. Life is hard on Tonga.
Zaterdag: tijd om weer te verkassen, en wel naar het kleinere eiland Eua. Het oudste eiland van Tonga, en veel heuvelachtiger en begroeider dan Tongatapu. Ik heb bedacht dat het leuk is om heen te varen, en terug te vliegen. Kala kijkt me niet begrijpend aan. Zelf weten, domme palangi.
Hij brengt me naar de haven, maar eerst moeten we even langs zijn huis om wat hardboard af te leveren. “I steal this from Keleti", lacht Kala, wiens huis geen huis is, maar meer een tuinhuisje om de grasmaaier in op te bergen. Aan de achterkant bouwt ie een wc en een badkamer; die had ie dus nog niet. En hier moet over drie maanden een baby wonen.
Ik vraag Kala waarom hij zoveel honden rond het huis heeft. Ik tel er al snel zeven, waaronder twee teven met enorme tieten, en een hele roedel puppies. Hij geeft antwoord op de vraag die ik eigenlijk niet durfde te stellen. „In Tonga, is good for eating“. Ik kijk hem aan, maar de man met de meest aanstekelijke lach van Nuku’alofa vertrekt geen spier.




Comments
Zeg, hoe vaak eet jij vis tegenwoordig?? 0_0
Het is dat, of een willekeurig platgeslagen stuk kip...
Mooie reis maak je Harold. Blijf ervan genieten en vóóral zo beeldend over schrijven.
Groet,
Rolly
heb weer erg genoten van je verhaal
zo kom ik de winter wel door,dus wel blijven schrijven
moekotten
Je hebt het toch maar mooi voor mekaar! Leuke verhalen, blijf het vanaf nu volgen....
Ik lees met plezier je verhalen! Leuk! En lekker genieten!
Grtjs