RennersWaters

Trip Start Sep 13, 2012
1
4
24
Trip End Nov 14, 2012


Loading Map
Map your own trip!
Map Options
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Australia  ,
Tuesday, September 25, 2012

Op weg naar Alice,

Allereerst gaan we in Katherine boodschappen doe. In de grote Woolworth waar we al eerder waren.
Ook even langs de apotheek voor medicijnen voor mijn oor, die maar zeer blijft doen. Maar nu wordt mijn verkoudheid van drie kanten aangevallen, neus, keel en oor, ik heb voor alledrie nu iets.
Als het nu niet overgaat dan weet ik het ook niet.
We wandelen na het opruimen van de boodschappen nog even door de hoofdstraat. Lijkt een beetje op zo'n wildweststadje van vroeger Amerika, met overdekte trottoiren, zodat je niet doorlopend in de zon hoeft.
Is nodig ook, want het wordt snel weer heel warm. In het plantsoen tussen de rijbanen zitten groepjes Aboriginals in kleurige kleren. Ik zie ze in gedachten ook zo zitten in de bushbush onder een struik of boom niks doen, keuvelen... Ook veel hang-Aboriginals, niet weten wat ze moeten doen en werk is er niet.
We bekijken nog een art-gallerie met native kunst en gaan terug naar de auto, die is bloedheet.
Gelukkig hebben we airco, mijn kant is uit, maar Joop zijn kant altijd vol aan.
We gaan de Stuart Highway weer op in zuidelijke richting. Niet eens zoveel kilometers verder heeft Joop er al genoeg van en strijken we neer in Mataranka. Een plaatsje van niks, maar wel met een museum. Een postkantoor en een bibliotheek. De camping heeft een heel grote boom en daar gaan we onder staan.
De camping is beroemd om het voederen van de Barramundi, heel grote vissen en we zijn net op tijd voor de lunch van de vissen. Een meneer komt met een emmer met kleine visjes naar de natuurlijke vijver. In die vijver ligt onder water een soort van steigertje en daar hebben we al enorme vissen zien zwemmen. Ze hebben zelf waarschijnlijk een ingebouwde klok en weten wanneer er wat te eten aankomt. De menneer voedert namelijk 2 keer per dag om 9 uur 's morgens en om 1 uur 's middags. Hij gaat op de steiger staan en vertelt het een en ander. Er zitten 5 grote Barramundi en een paar kleintjes in de vijver en ook nog andere visjes en kikkers en slangen. Allemaal heel natuurlijk aangelegd. De oudste vis leeft hier al 6 jaar, de anderen schijnen hier geboren te zijn. Hij snijdt dooie visjes in stukken en doet een stuk aan een hengel en voert de grootste Barramundi. Die kijkt eerst de kat uit de boom en als je even niet oplet, dan valt hij met een noodgang aan en rukt het stuk vis van de hengel. Met een geluid als klapt er een ballon. Wat blijkt de Barramundi happen alles wat rond de vis zit ook op met lucht en al en die gaat er met een vaart door de kieuwen weer uit en dat geeft zo'n klap. Hij geeft zo de andere ook wat en dan doet hij een stuk vis in zijn hand en doopt de vis als het ware in het water boven de ogen van de grootste Barramundi.
Die heeft absuluut geen haast, maar kan het hapje toch niet weerstaan. De meneer vertelt dat de Barramundi nu erg traag zijn, omdat het water een beetje koud is. Nu 24 graden, maar warmt straks op tot 27 graden en eigenlijk vinden ze het pas lekker boven de 30. Hij vraagt nog of het publiek ook wil voeren, maar ik durf niet. Ze hebben geen tanden, maar een soort van schuurpapier op hun kaken en dat wil ik toch liever niet voelen.
Als de show afgelopen is gaan we zelf lunchen en daarna lopen we naar het museum. Door een park waar gekleurde beelden staan van een mevrouw Gunn, die hier begin 19de eeuw kwam wonen en een aboriginal kind Beth Beth met haar hond in huis nam, ook de chinese kok heeft een beeld. Ik dacht dat het museum over haar zou gaan, want het heet het Never Never Museum, er is speciaal een film over haar gemaakt en die zou ik daar kunnen zien. Maar het museum is een verzameling van atributen uit de tweede wereldoorlog en ook wel foto's van deze pioniers en hun spullen. In de tuin een jeep totaal verroest en een motor idem dito, bijna niks van over. Toch leuk om te zien.
We lopen terug naar de auto en gaan zwemmen in het zwembadje. Er zijn hier ook hot-springs, maar we hebben geen zin meer om daar met de auto naar toe te rijden.
Dat doen we de volgende morgen vroeg. Het is maar 10 kilometer verder en wat we daar zien, ongelooflijk.
We lopen een paadje wat lijkt op een tropisch regenwoud het regent hier ook uit de bomen en het ruikt er naar dierentuin. Wat blijkt er hangen hier grote hoeveelheden flying foxes (vleermuizen) aan de bomen als rijpe vruchten. Eerst zien we het niet, maar als er eentje vliegt en gaat hangen dan ineens zien we er honderden. De vleermuizen worden met sprinklers hoog in de bomen nat gehouden. Je weet niet wat je ziet en dit is nog maar het paadje naar de warme bron. Die ziet er al even paradijslijk uit en is heerlijk warm, iemand zegt 40 graden?? Joop heeft geen enkele moeite erin te springen. Het stroomt een beetje en is kraakhelder en mooi groen/blauw en dat met die palmen, prachtig. Maar te warm om er lang in te blijven, we zijn heerlijk opgefrist, want nu lijkt het of de buiten temperatuur koeler is.
We stappen weer in de auto en zien dan toch de homestead van die mevrouw Gunn. Alleen dit is wat er nagebouwd is voor de film er hangen zelfs jurken uit de film. Een stukje verder rijdende zien we de weg naar het 'echte' huis en de begraafplaats. Daar gaan we ook kijken. Er is niets meer over van over en ik vraag me ernstig af wat een jonge vrouw hier in 1903 te zoeken had, honderdzoveel kilometer van Katharine.
Geen buur in de wijde omtrek, laat staan een winkel. Haar man is een paar jaar later overleden aan malaria Zij heeft er een boek over geschreven: We of the Never Never. en dat boek is verfilmd. Zij bedoelde ermee dat ze Never, Never, Elsey Homestead wilde verlaten. Haar man is daar begraven, zijzelf in Melbourne en het klein aboriginalmeisje is 95 jaar geworden.
We rijden door naar Daly Waters, waar de oudste pub (1893)van Australie is. Een wel heel speciale tent. Waar alle bezoekers in de loop van de jaren iets hebben achtergelaten. zo zien we, tshirts met tekst, bh's met tekst, papiergeld met tekst en visitekaartjes, schoolpasjes, hoeden, je kan zo gek niet bedenken en van alles honderden, in de loop van de jaren gespaard. Wij voegen een kaartje van Joop zijn werk toe.
Ook is het plaatsje Daly Waters bekent van een mevrouw die hier met een monstervlucht met haar vliegtuig vanuit Engeland is geland in 1930. Er zijn hier meer vliegstroken, ook vanuit de 2de wereldoorlog. Met voor Australie beroemde namen als generaal Mc Arthur. We bezoeken zo'n vliegeveld, het heet Gorrie Airfield. Het had ooit 6500 man personeel. Nu is het een rood breed stuk open verlaten landschap.
Dan zien we nog een verlaten stadje genaamd Newcastle Waters. Een stadje op de kruising van vroegere veetransporten over land. De cowboys konden hier proviand inslaan en zich van de stof ontdoen voordat ze de koeien verder dreven. Er is nog een hotel en een winkel en een paar onderkomens, alles van golfplaten, verroest en vervallen.
Dan nog een enorme verrassing.... een politiecontrolle... haha.
Net zit ik achter het stuur en zie in de verte een politieauto dwars op de weg staan die een personen auto aanhoudt en de chauffeur moet eruit. Tegen de tijd dat ik eraan kom, mag de auto door. Ik doe mijn raampje open en tot mijn grote verbazing vraagt de agent of ik gedronken heb, haha, het idee allen al.. of ik er bezwaar tegen heb om te blazen en mijn rijbewijs laten zien. Nee, natuurlijk niet, haha, kan bijna mijn lachen niet houden. Laat alles zien en blaas en mag doorrijden, heb ik weer.
95 kilometer later staan we achter een roadhouse in Renner Springs om de nacht door te brengen. Dit schijnt de grans te zijn tussen het 'natte' noorden en het droge midden. Hoewel we onderweg alleen maar verschroeid land en soms zelf een brandje hebben gezien. Maar de bomen blijven wel groen van blad, dus waarschijnlijk zit er veel water in de grond.
El.
 
Nog een paar wetenswaardigheden

Er lopen dieven op de camping, vanmorgen hebben we ontbijt op de tafel buiten gezet. Nog even binnen wat pakken, bij terugkomst blijkt dat een pauw twee boterhammen van mijn bord heeft gepikt.

De wegen zijn hier lang en recht. Zo recht dat toen ik van morgen Tennent Creek op de TomTom intikte, de tomtom mevrouw, bij het verlaten van de camping één keer zei linksaf en toen de volgende 400 km haar mond kon houden.

Australisch
Ze spreken hier engels, maar wel speciaal. Als ik hallo zeg krijg ik als antwoord iets als kedee. Als een ander sneller is dan ik wordt er gezegd `how are you doing to day` Aardig. Tijdens onze verschillende tochtje spraken de gidsen soms ook geheimtaal. Soms was het zo dat ik een woord wel verstond maar de betekenis niet wist. Maar heel vaak had ik geen idee wat voor woorden uit hun mond kwam.
De afgelopen week zijn we ingewijd in wat natuureigenschappen.
Hier in het noorden van OZ zijn er eigenlijk maar twee seizoenen, het droge en het natte seizoen.
The wet season en the dry season. De OZenaren vinden dit te lang en hebben het over the wet en the dry. Als wij dat zouden doen klinkt het als de nat en de droog. Speciaal.
Mooier is de benaming voor de twee krokedil soorten, er zijn zoet en zoutwater krokedellen. Saltwater en Freshwater crocedills. Ook daar maken ze weer wat moois van. De zoutwaterkrokodillen worden Salties en de zoetwaterkrokodillen wordt freshies. In het Nederlands wordt dat dan, zoutjes en zoetjes.

Prijzen
We waren gewaarschuwd, de dieselprijzen zouden steeds hoger en hoger worden naarmate je meer naar het midden van OZ komt. We begonnen met A$ 1,52 in Darwin vandaag betaalden we A$ 1,96.
Waar we erg verbaasd over zijn zijn de supermarktprijzen. Die zijn AlbertHeijn plus minstens 25%.
Joop.
Slideshow Report as Spam

Comments

Trudy on

Leuk om jullie verhalen weer te lezen. Fijn reis verder en we kijken uit naar de volgende blog. Liefs

Add Comment

Use this image in your site

Copy and paste this html: