Zaterdag 26 en zondag 27 juli

Trip Start Jul 08, 2003
1
10
16
Trip End Aug 07, 2003


Loading Map
Map your own trip!
Show trip route
Hide lines
shadow

Flag of Hungary  ,
Sunday, July 27, 2003

Zaterdag 26 juli
Wakker met een waterig zonnetje, maar dat wordt al snel beter. We hebben een druk programma vandaag. Eerst weer naar Mezökövesd, volgens de Lonely Planet moet daar een wijk zijn met witgekalkte huisjes met rieten daken, waar oude vrouwtjes in het zonnetje de prachtigste borduursels zitten te maken. Bovendien mag je hier en daar naar binnen. Nou.. dat klopt dus niet helemaal. Ook hier heeft een overactieve Hongaarse VVV kennelijk de touwtjes in handen genomen. Er zijn inderdaad een stuk of tien van dat soort huisjes, maar in ieder huisje huist een apart ambacht. Pottenbakkers, meubelbeschilderaars, van alles. Oude vrouwtjes ho maar, nergens eentje te bekennen. Eén huisje is inderdaad het oorspronkelijke huis van een dame die ongeveer 200 jaar geleden het meest beroemde patroon heeft ontworpen: het honderd rozen patroon. Als we er voor de tweede keer naar toe gaan en dan ook weer 10 minuten wachten komen er eindelijk een paar kinderen die de deur opendoen en kaartjes verkopen. Maar het is inderdaad de moeite waard, nog helemaal in oorspronkelijke stijl ingericht. Bij de 'kassa" ligt een map met allemaal staaltjes borduurwerk en dat is echt heel erg mooi. De rest van de huisjes bekijken we alleen van buiten. Minstens zo interessant is een groep Aziaten (Japanners?) die op een plein dansjes doen en zingen. Lijkt ernstig op een soort religieuze toestand, zo te zien zijn ze allemaal in Jezus. Of het echt effect heeft op de Hongaren kunnen we niet beoordelen, maar curieus is het wel.
Tweede deel van ons programma is zo mogelijk nog toeristischer: Hortobágy. Hier staat een echte csardas, met echte zigeuners plus muziek, midden in de puszta. En het moet alweer volgens de Lonely Planet een vreselijk toeristisch circus zijn. De meest getekende, geschilderde en gefotografeerde  stenen brug van Hongarije "the nine hole bridge" is hier ook te vinden. We worden niet teleurgesteld. Het is er allemaal, en bovendien kun je je hart ophalen aan junk die in kraampjes wordt verkocht. Hópen junk: manden, potten, zwepen, heksenketels met driepoot, en de onvermijdelijke tafelkleden. T zwelgt en W lijdt. Wonderlijk genoeg is er één stalletje met leuke junk: eigenaardig zwart aardewerk, echt mooi, dus daar kopen we het een en ander.  
Maar eigenlijk vonden we het stuk vóór Hortobágy veel mooier, en daar hebben we in een minder oude maar wel veel goedkopere csardas heel lekkere pannenkoeken met varkensvlees gegeten. Verrukkelijk! De puszta zelf valt ons eigenlijk een beetje tegen, is lang niet zo leeg en ruig als we hadden gedacht. Het ziet er hele stukken nogal gecultiveerd uit, vooral waar gehooid is. En er zijn vrij veel ganzenfokkerijen. Een fata morgana hebben we ook al niet gezien, maar misschien was het daarvoor niet heet genoeg? Of misschien was al dat gecultiveerde land en de ganzenfokkerijen wel één grote luchtspiegeling, uiteindelijk weten wij niet hoe het er hier uit hoort te zien.
Derde programmaonderdeel is een camping. We hebben er twee op het oog: een hele dure luxe camping bij Hajdúszoboszló en één die ingeklemd ligt tussen en drukke straatweg en een spoorweg, bij Püspökladány. We willen onszelf wel eens verwennen met een hele luxe camping dus gaan we eerst naar H., bovendien komt dat plaatsje toevallig eerst op onze weg. Maar dat wordt dus niets, we kunnen vanaf de weg al zien dat het niet ons soort camping is: overvol en alleen heel jonge boompjes dus geen schaduw. Op naar Püspök...etc.!
Hongarije blijft een vreemd land. Niet alleen zie je overal ooievaarsnesten mét ooievaars, we zien ook regelmatig grote metalige bollen op palen. Geen idee waar die voor dienen. Er staan geen bouwseltjes bij, ze staan vaak gewoon midden in een weiland, meestal trouwens wel in de buurt van een dorp of stad. Misschien iets voor warm water? Het heeft duidelijk niets met elektriciteit te maken, maar wat dan wel? En vooral in de dorpen loopt aan weerskanten van de weg vaak een vrij diepe greppel, voorheen open riolering? De huizen bereik je over een soort bruggetjes. En overal zie je die rare mix: winkels met etalages uit de jaren vijftig, sputterende trabbies, en vrij vaak ook nog paard en wagen, maar wel heeft bijna iedereen een mobieltje, bij Tesco kun je echt alles kopen en je ziet ook veel splinternieuwe auto's.
Hongaarse sanitaire voorzieningen zijn een verhaal apart. Op campings is het normaal dat douches geen deur hebben, wat zo nu en dan tot zeer vermakelijke taferelen leidt. Maar ook wc's in restaurants kunnen vaak niet op slot, al hebben ze dan wel een deur. Licht aan en deur dicht betekent dat de wc bezet is. We vragen ons af in hoeverre toeristen deze code ook doorhebben.
En echt iedereen lijkt verzot op watermeloenen, overal wemelt het van de stalletjes die schijnbaar allemaal goede zaken doen. Regelmatig zie je iemand met een of twee van die kolossale dingen zeulen.
 
Zondag 27 juli
Vandaag is weer eens tijd om te recupereren: nagels, benen en voeten moeten bijgewerkt, de was moet gedaan en de bus zelf mag van binnen en van buiten ook wel een sopje: iedere keer als we de achterklep open doen worden we helemaal vies. Als het nog koel is doen we onszelf en de was, daarna wordt het echt te heet om nog veel te bewegen. Na de lunch gaan we het thermale zwembad maar eens verkennen. Doet voor ons nogal vreemd aan, het water is donkerbruin, W noemt het al meteen poeliepek, dat is brabo voor dropwater. Het schijnt stikvol mineralen en zo te zitten, nou dat merk je ook echt. Zwemmen gaat waanzinnig licht, en er zit bovendien een vreemd luchtje aan. Het gekke is dat het grote bad nauwelijks wordt gebruikt. Iedereen staat, hangt en ligt in de twee ondiepe baden. Wij trekken een paar baantjes en zijn dan voldoende afgekoeld. We hebben naarstig geprobeerd de diverse bordjes te ontcijferen, maar ondanks dat W al bij les zeven is, komen we niet verder dan dat er iets verboden is (maar wat?) en dat het over water gaat. Nogal wiedes in een zwembad, daar heb je geen cursus Hongaars voor nodig. Als we er uit komen voelen onze benen eigenaardig zwaar aan. Misschien zit er ook nog ijzer in?
Terug bij de bus zitten we nog na te filosoferen als onze achterbuurman komt. Hij zit in zijn eentje in een Hymer (voor niet-kampeerders: een Hymer is bijna altijd een héél erg grote camper) en T is al een tijdje buitengewoon nieuwsgierig waarom die man daar zo in zijn eentje zit. Geheel in navolging van haar moeder wilde ze hem al op de koffie vragen, toch zielig zo'n man alleen? W stak daar echter een stokje voor. Maar nu komt de zielenpoot (hij heeft ook nog een akelig hoestje) naar ons toe en vraagt of we Duits spreken? Zeker doen we dat. Vervolgens breekt hij los, over Landsleute van ons die plotseling terug moesten naar Nederland maar hun caravan hier hebben laten staan, over Roemenië waar hij net vandaan komt, is helemaal niet zo gevaarlijk, lang niet zo erg als Spanje, over campings daar, campings hier, de euro, kortom hij is niet te stuiten. Drie kwartier later weten we ook nog dat hij eigenlijk Roemeen is en dat hij zich erkältet heeft bij de Zwarte Zee. Als hij eindelijk ophoepelt halen we opgelucht adem en heeft T kramp in haar kaken. Dat viel even niet mee. Toch maar goed dat W iets minder chatterig is aangelegd en haar verhinderd heeft die man op de koffie te vragen.
We zijn zo uitgeput van deze conversatie dat we weer nodig moeten afkoelen. Het zwembad vinden we nu echter te ver, op de camping zelf is ook een "thermalbecken", laten we maar eens gaan kijken hoe dat werkt. Blijkt ook weer een hele belevenis. Weer dropwater, maar nu van 36 graden, lekker warm! Het andere bad was maar 26 graden, dit lijkt meer op thuis een bad nemen. Zwemmen gaat hier natuurlijk niet, je wordt geacht op een richeltje aan de kant te zitten met alleen je hoofd boven water. Boeiend. Een tamelijk platte, zeer dikke Nederlandse dame, maakt ons maar al te graag wegwijs. Dat thermale gedoe is nog een hele kunst. Je moet bovendien alert zijn op de goede plekjes in het bad, namelijk daar waar de bubbels komen. Dat is extra lekker als het dan gaat bubbelen. En er hangt een bord waarop staat wat er allemaal in het water zit, moeten we straks maar even bestuderen. Erg goed voor van alles. En je moet er erg aan wennen, als je er uit komt ben je in het begin doodmoe. Nou dat klopt. Als we na een minuut of twintig en nog een warme douche naar de bus lopen zijn we totaal uitgevloerd. Hm. We zijn er nog niet helemaal zeker van of dit nou echt zo gezond is.
Vervolgens hebben we een eetprobleem. Hier is in de verre omtrek geen étterem te bekennen, alleen een gyrosstalletje, en daar hebben we nou net geen trek in. Dan maar het noodrantsoen: spaghetti. Helaas niet met ons gebruikelijke potje, maar met een ersatz die we ooit in Duitsland hebben aangeschaft. Is dus geen succes. Is eigenlijk gewoon uitgesproken vies. Gelukkig hebben we nog chocoladetoetjes en koekjes bij de koffie. Daarop redden we het wel tot morgenochtend. Ondertussen zitten we zoals wel vaker te dubben of we nog een dagje blijven of toch maar verder gaan. We besluiten het af te laten hangen van het tijdstip waarop we wakker worden. Als je op deze camping na tien uur vertrekt moet je namelijk nog een dag extra betalen. En we blijven natuurlijk wel Hollanders, dus...!
Slideshow Report as Spam
Where I stayed
Arnyas Camping

Use this image in your site

Copy and paste this html: